Resultaat is heilig verklaard bij hockeymannen van Max Caldas

Vol op de aanval spelen is voorbij, de hockeyers kiezen nu voor een behoudende tactiek. Morgen is de EK-finale tegen Duitsland.

Valentin Verga en Robbert Kemperman na de halve finale tegen Ierland. Foto HANNAH MCKAY/EPA

Kom bij Max Caldas niet aan met kwalificaties als ‘zakelijkheid’ of ‘degelijkheid’, als het om de speelstijl van zijn nationale ploeg gaat. „Dat klinkt heel negatief”, zegt de bondscoach dan. Zeker als hij met het Nederlands elftal net de EK-finale heeft bereikt na een zege op Ierland.

Maar zowel de uitslag (1-0) als de uitvoering wezen gisteren in Londen op een nieuwe zuinigheid die het Nederlandse mannenhockey eindelijk weer eens aan prijzen moet helpen. „In het internationale tophockey is de concurrentie bij de mannen moordend”, zei Caldas na afloop. „Om te kunnen winnen heb je verschillende kwaliteiten nodig, niet alleen maar mooie één-tweetjes. Soms moet je ook een wedstrijd naar huis hockeyen. Wij zijn ons palet aan het verbreden.”

En dus is de bondscoach tevreden met het „solide” spel en de „controle” van zijn ploeg, die sinds zijn aantreden een jaar geleden nadrukkelijker dan ooit steunt op een verdediging die in zijn ogen „ongelooflijk veel beter” is geworden.

Sprankelend of spectaculair is het allemaal niet. Liefhebbers van frivool en aanvallend hockey – jarenlang het Nederlandse handelsmerk – komen in Londen inderdaad weinig aan hun trekken, maar cijfermatig valt er niets in te brengen tegen de filosofie die Caldas uitdraagt. Nederland, voor het laatst Europees kampioen in 2007 (Manchester), bereikte in Londen de finale zonder ook maar één tegentreffer te incasseren tegen Spanje, Engeland, Rusland en Ierland. Dat was onder zijn voorganger Paul van Ass, verwoed pleitbezorger van de ‘Hollandse school’, wel eens anders.

Onder zijn bewind scoorde Nederland er weliswaar vrolijk op los, zoals de negen treffers in de halve finale tijdens de Spelen van Londen (2012), maar zodra de prijzen werden verdeeld kwam die ploeg tekort. In Londen ging Duitsland er destijds met het goud vandoor, in Den Haag was Australië een paar maten te groot. De ultieme uitdaging van Caldas en zijn ploeg is om af te rekenen met die slechte herinneringen – het liefst volgend jaar in Rio.

Ommekeer

Van Ass zag gisteren welke ommekeer de hockeymannen hebben gemaakt. De stugge Ierse ploeg, nummer veertien van de wereldranglijst, trok zich zo veel mogelijk terug rond de eigen cirkel, maar dat verleidde Nederland niet massaal voor de aanval te kiezen, zeker niet nadat een attente Jeroen Hertzberger al na elf minuten spelen een gaatje had gevonden in de groene muur (1-0).

Dat de Nederlandse defensie niet onaantastbaar is bleek een minuut later, toen doelman Jaap Stockmann werd gedwongen in te grijpen bij een uithaal van Michael Darling, die uiteindelijk op de paal belandde. Veel meer viel er niet te beleven – tot de slotminuten waarin keeper David Harte, onder contract bij Kampong, driemaal fraai redding bracht.

Ook Caldas had liever gezien dat zijn ploeg het karwei makkelijker had geklaard. „In de aanval zijn we heel slordig geweest met het aannemen van de bal. Daardoor hebben we de wedstrijd niet eerder kunnen beslissen. Dat soort details bepalen of je een finale wint of niet. Maar bezorgd ben ik niet. Deze groep heeft enorm veel vertrouwen. Of het genoeg is voor goud? Dat zal moeten blijken.”