Ook de wereld ontdekt nieuwe ster op de sprint

Nederlandse verbaast de atletiekvolgers. „Man, she’s really great.”

Het kennersoog van Ivet Lalova had in 2011, bij de internationale debuutrace van Dafne Schippers op de 200 meter, genoeg gezien. Zij herkende in Daegu in één oogopslag het megatalent van dat nieuwe, jonge Hollandse meisje. De Bulgaarse Europees kampioene op de 100 meter van 2012 zag op de WK in de Zuid-Koreaanse stad de toekomst van de sprint.

Niet om haar gesprekspartner naar de mond te praten, maar recht uit haar hart zei Lalova: „Luister goed wat ik zeg en reken me er ook op af: Dafne gaat de komende jaren de sprint beheersen. Heb je gezien hoe dicht ze op de 100 meter Shelly-Ann Fraser-Pryce naderde? Ik voorspel volgend jaar op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro goud op zowel de 100 als 200 meter. Volgens mij weet Dafne niet eens hoe goed ze werkelijk is.”

Lalova, die vorig jaar in Zürich door Schippers als Europees sprintkampioene werd onttroond, zet haar concurrente ongeclausuleerd op een voetstuk. Zo ver is de internationale pers nog niet. Vanzelfsprekend wordt haar talent herkend en wordt ze geprezen om haar prestaties, maar de status van een wereldster is haar vooralsnog niet verleend. Daarvoor zal Schippers wereldkampioen moeten worden.

Neem de grootste Franse sportkrant L’Equipe. Die besloot na haar zilver op de 100 meter geen afzonderlijk verhaal aan de blonde Hollandse te wijden. Marc Ventouillac, chef atletiek, is duidelijk in zijn commentaar. „Een goede sprintster, daarover geen discussie, maar geen wereldkampioen op de 100 meter. Dat werd Fraser-Pryce. Dus was zij het verhaal.”

Het Amerikaanse persbureau AP had wel een apart stuk over Schippers de wereld ingestuurd. Voor de Belgische schrijver Raf Casert was dat geen vraag. „Nee zeg, een blanke sprintster die zilver wint op de 100 meter, potverdomme wát een prestatie. Ik neem aan dat mijn stuk toch wel ergens ter wereld is gepubliceerd.” Inderdaad, was zijn artikel van zo’n 300 woorden onder andere terug te vinden in de Engelstalige krant The Japan Times.

Het zou heden ten dage uitzonderlijk zijn als niet ergens in de media de opmars van Schippers wordt omgeven met vraagtekens. Zonder inhoudelijk een link met doping te leggen, kopte de Duitse krant Die Welt: ‘Waarom is deze jonge blanke plotseling zo snel?’ In het artikel kwam het woord ‘doping’ niet voor, maar werd in een bijzin wel gesignaleerd dat Schippers „de afgelopen jaar zichtbaar gespierder is geworden.”

In de Jamaicaanse pers krijgt Schippers zeker geen uitbundige recensies. Senior verslaggever Howard Walker van de Jamaica Observer heeft vanzelfsprekend de derde wereldtitel van Fraser-Pryce uitbundig beschreven. Schippers werd een voetnoot, omdat ze tweede is geworden. Natuurlijk kende Walker Schippers voor hij naar Beijing kwam. Maar hij erkent ruiterlijk niet op zoveel Hollandse tegenstand te hebben gerekend. „En Shelly-Ann ook niet, want zij stak naar mijn smaak haar vinger wel erg vroeg in de lucht. Pas later besefte ze hoe akelig dicht Schipper haar was genaderd.”

Met het oog op Olympische Spelen maakt de Jamaicaanse verslaggever zich weinig zorgen. Dan zal Fraser-Pryce zowel de 100 als 200 meter lopen. En winnen, hoor je hem denken. Mocht zij Schippers in Rio de Janeiro onverhoopt niet aankunnen, dan is er nog Elaine Thompson, die haar clubgenote Fraser-Pryce al een aantal keren heeft verslagen.

Allen Johnson, de Amerikaanse olympisch kampioen hordenlopen van 1996 in Atlanta en viervoudig wereldkampioen, ziet voor Schippers wel olympische perspectieven op de 100 en 200 meter. Hij zag haar in Beijing voor het eerst sprinten en was danig onder de indruk. „Zo jong en dan al zo goed, dan kan ze zeker olympisch kampioen worden, misschien al volgend jaar. Bijna Fraser-Pryce verslaan en 10,81 lopen, dat is bijzonder. Haar start kan beter, maar haar techniek is fenomenaal, vooral op de laatste 40 meter. Schippers kan de 100 meter zeker in 10,7 lopen, en misschien wel in 10,6. Man, she’s really great.”