Onderwijsraad: controlecircus onderwijs moet worden ingeperkt

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs verlaat het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad. Foto: ANP/MARTIJN BEEKMAN

De Onderwijsraad wil af van het ingewikkelde controlecircus in het hoger onderwijs. Dat blijkt uit het vandaag uitgekomen rapport Kwaliteit in het hoger onderwijs dat op verzoek van minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, PvdA) is geschreven.

Het rapport past in de trend tegen ‘rendementsdenken’ in de vorm van van bovenaf opgelegde kwantitatieve doelen. Al jaren zuchten en steunen docenten en hoogleraren over het vele invul- en verantwoordingswerk dat ze dagelijks moeten doen.

Bundel de instanties

Er zijn nu minstens zeven instellingen die universiteit en hogeschool op de huid zitten: de Tweede Kamer, de minister van Onderwijs en het ministerie van OCW met de prestatieafspraken, de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) met visitaties voor de accreditatie, de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO), de Review Commissie Hoger Onderwijs en Onderzoek (RCHOO) en de inspectie. “Dat brengt overlap, onrust en een ‘overload’ aan toezicht en verantwoording met zich mee”, aldus de Raad die bundeling van een aantal instanties voorstelt.

De Raad wil dat opleidingen van onderop een eigen kwaliteitscultuur ontwikkelen waar docenten en studenten meer bij betrokken worden dan nu. Er worden zeven voorwaarden geformuleerd voor zo’n cultuur, onder andere betrokkenheid van studenten, teamwerk en cultivering van onderwijstalent en externe gerichtheid.

Accreditatieprocedure is schrik van docent

De Onderwijsraad verzet zich tegen de door het ministerie van Onderwijs ingevoerde accreditatie voor een hele universiteit of hogeschool. De accreditatie zou bij de afzonderlijke opleidingen moeten blijven. “De gedachte dat het bestuur er is om het onderwijsproces te controleren en aan te sturen vanuit veelal door de overheid aangereikte standaarden en ambities, is onderdeel van de retoriek van beheersing”, aldus het rapport. “Het past niet bij het aansturen van professionals, noch bij wat een kwaliteitscultuur maakt”, aldus de Raad.

De accreditatieprocedure is de schrik van veel docenten en hoogleraren. Die vergt massa’s papierwerk. Volgens de Raad worden te hoge eisen gesteld. Dat schept volgens de Onderwijsraad geen goede sfeer om de opleiding te verbeteren. Er zou slechts op ‘minimumstandaarden’ moeten worden getoetst en de visitaties door experts uit binnen- en buitenland zouden los van de accreditatie moeten staan, want “die horen een sfeer te creëren waarin geleerd kan worden en mensen kritisch over zichzelf kunnen zijn”, aldus de Raad.

Minister kan zich vinden in hoofdlijnen advies

Ook in het advies van de Onderwijsraad blijft veel ruimte voor toetsers. De universiteit of hogeschool moet worden afgerekend op de zelf gestelde doelen. Inbreng van externe specialisten wordt verwelkomd. Daarbuiten zijn er prestatieafspraken van de minister en eisen van de Kamer.

Bussemaker kan zich vinden in de hoofdlijnen van het advies: “Docenten en studenten spelen een cruciale rol bij de beoordeling van onderwijskwaliteit. Kwaliteit is meer een kwestie van cultuur dan van wetgeving.”

De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie wil de toets voor de hele universiteit of hogeschool niet afschaffen omdat die aansluit bij Europese ontwikkelingen. De visitatie door externe collega’s zou er ook een belangrijk onderdeel van moeten blijven.