Napoleon Bonaparte is de kat van de wereldliteratuur

Hè getsie, Napoleon. Een criticus mag een roman niet op zijn onderwerp beoordelen, maar toch. Het het allerbeste kattenverhaal ter wereld blijft een kattenverhaal. En Napoleon bezorgt me een gevoel van diepe verveeldheid, been there done that: kleine man, eigenlijk een soort intellectueel (ja, ja) een vlaag genialiteit die het aflegt tegen een overontwikkeld ego. Napoleon is de kat van de wereldliteratuur. In Passie van Jeanette Winterson eet deze kat trouwens alleen maar kip.

Aan de buitenkant van Passie is niet te zien dat Bonaparte erin voorkomt, als dat erop had gestaan, was het waarschijnlijk al jaren geleden afgevallen bij een kastsanering. Wel staat er op de achterflap lof van verstandige mensen (Gore Vidal, Bas Heijne, Wim Brands) en de bevestiging dat hier feiten en verzinsels worden vermengd – dat interesseert me dan weer wel. Maar ook nadat ik eenmaal in Passie was begonnen, leidde alles mij af. Mijn eigen kat natuurlijk, maar vooral de nieuwe boeken. Want hoe heerlijk het ook is om oude schatten op je eigen planken te ontdekken, de opwinding van een nieuw boek is onvervangbaar. En dezer weken stroomt alles binnen: en de verleiding om alvast in de nieuwe Franzen te beginnen is enorm. Of in het debuut van Rebekka de Wit, We komen nog één wonder te kort, met een beeldschone korte passage over twee stekelvarkens. Maar De Wit is voor later.

Passie is helemaal geen slecht boek hoor: het is geestig en toch ernstig geschreven en de auteur laat de verschijningsvormen van passie mooi in elkaar grijpen: van seks en gokken tot liefde en bloeddorst. De passages over sekse-verwarring zijn sterk, empathisch en beeldend, terwijl het beeld van een biljartende Josephine mij nog wel een tijdje bij zal blijven. (Ook niet onbelangrijk, Napoleon verdwijnt geleidelijk uit beeld.)

Maar Passie is ook heel erg 1987, vooral in de sporen die het magisch-realisme heeft achtergelaten. Dat zie je aan de eendenvoeten die de heldin in staat stellen om over water te lopen, maar er verder wat vreemd bijhangen. Ook lijkt Winterson geobsedeerd door ingewanden, bijvoorbeeld wanneer zij soldaten in de Russische kou hun voeten ’s nachts laat warmen door ze tussen de ingewanden van een gesneuveld paard te steken. Waarna de hele boel ’s ochtends vastgevroren blijkt te zijn. Helaas zijn bij haar de oorlogsgruwelen alleen maar gruwelijk.

Al die ingewanden deden me denken aan de sterfscène uit Gabriel García Márquez onovertroffen Kroniek van een aangekondigde dood (1981), waarna ik dat toch maar snel uit de kast heb gehaald. Er zijn nog een paar dagen voor het literaire seizoen begint. Als ik maar niet stuit op een verdrongen Napoleon-verwijzing.