‘Lijstjes afvinken verbetert onderwijs niet’

De voorzitter van de Onderwijsraad wil minder papieren procedures.

„Iedereen op hogescholen en universiteiten zucht onder de pakken papier”, zegt Henriëtte Maassen van den Brink, voorzitter van de Onderwijsraad. „En het zegt niets over de kwaliteit van de hogeronderwijsinstelling.” Zij wil van het controlecircus voor het hoger onderwijs af, dat docenten en bestuurders veel werk bezorgt.

In het rapport Kwaliteit in het hoger onderwijs bepleit de raad terughoudendheid. Maassen van den Brink: „Wij leggen meer nadruk op de docent en de student op opleidingsniveau. Er moet meer ruimte komen voor het ontwikkelen van onderwijsvisies bij de opleidingen zelf. Daar moeten ze dan verantwoording over afleggen. Nu bemoeien de overheid, het college van bestuur, externe accreditatieorganen en het parlement zich met van alles. Dat loopt door elkaar. Men komt dan niet verder dan het afvinken van lijsten en het voortdurend aandragen van feiten en cijfers. Dan gaat het nauwelijks nog over de inhoud. Iedereen kan zich beter beperken tot zijn rol en zijn eigen deskundigheid.”

Hoe wilt u de kwaliteitscontrole organiseren?

„Er moet een kwaliteitscultuur ontstaan bij de opleidingen zelf, waarbij studenten en docenten elkaar verbeteren. De studenten moeten kunnen meekijken en de docenten moeten die verbetering willen uitvoeren.”

Maar u wilt ook het leiderschap bij de opleiding versterken. Dan gaan die toch de docenten voorschrijven?

„We hebben het over collegiaal leiderschap. Dan ben je een team. Niet dat de één iets bedenkt dat de ander moet uitvoeren. Het gaat om lerend vermogen van het team en van het individu. We spreken nu over de digitale klas, blended learning, flipping the classroom of Bildung. Maar ik durf er vergif op in te nemen dat maar een paar docenten weten waar het over gaat. Ze worden wel geacht hun hele opleiding en de didactiek erop in te richten, terwijl ze er niet in zijn geschoold. Je krijgt stil verzet en obstructie. Niet formeel, door te staken, maar door het slecht te doen. Men verwacht dat het weer overwaait. Daarom blijft innovatie uit.”

Maar de accreditatie van de opleiding stuurt toch ook van bovenaf?

„Die accreditatie moet ook minder zwaar worden, want die nodigt niet uit tot een open gesprek. Er zou alleen moeten worden getoetst op publieke waarden die wij democratisch hebben afgesproken, zoals toegankelijkheid van de opleiding, doelmatigheid en bijvoorbeeld sociale cohesie. Die accreditatie hoort ook bij de opleidingen te blijven en niet naar de hele instelling te gaan. Het college van bestuur weet nauwelijks wat er in die opleidingen gebeurt. De Onderwijsraad ziet dan ook niets in de proefaccreditaties voor de hele instelling.

„De visitatie door collega’s van andere instellingen uit binnen- en buitenland moet je uit de accreditatieprocedure halen. Die is er voor de verbetering, niet voor goedkeuring. Verbeteren en verantwoorden gaan niet samen. Van een visitatie moet je willen leren. Bij accreditatie zegt iedereen wat van hen wordt verwacht en worden mensen geïnstrueerd hoe ze zich moeten gedragen. Dat is geen kwaliteit.”