Kritische poëzie Croquemort over Tsjaad

Slammer uit Tsjaad verzet zich tegen politiegeweld in zijn land. Dit weekend treedt hij op in Leiden.

Croquemort, jonge rapper uit Tsjaad Foto Sjoerd Sijsma & Mirjam de Bruijn

Hij noemt zich Croquemort, een soort lijkbezorger die aan de doden rammelt. Aan zelfverzekerdheid heeft hij geen gebrek. Een jaar of tien geleden was hij voor het eerst in Europa. „Beste broeder uit Europa, ze hebben je slecht ingelicht. Jullie denken dat we allemaal naakt over straat gaan, dat onze grootvaders kannibalen zijn en onze grootmoeders geen ziel hebben”, dichtte hij zijn frustratie van zich af.

Nu richt Didier Lalaye (31) zich vooral op de ontwikkelingen in zijn eigen land, Tsjaad. Als jonge arts is hij al internationaal gelauwerd om zijn inzet voor de bestrijding van de wormziekte bilharzia op het platteland in het zuiden van Tsjaad. Maar de grootste bekendheid geniet hij als voordrachtskunstenaar, als slammer, iemand die zijn maatschappijkritische poëzie als mokerslagen de wereld in slingert.

Croquemort is momenteel in Nederland, op uitnodiging van Voice4Thought, een een artistiek-wetenschappelijk project van de Universiteit Leiden en het Afrika Studiecentrum. Hij doet mee aan debatten en treedt vrijdag en zaterdag op in Leiden, onder andere met hiphopartiest, acteur en politiek activist Serge Bambara (‘Smockey’) uit Burkina Faso en artiesten van het Haagse undergroundlabel Antilounge.

Afrika is het continent waar oude leiders zich graag vastklampen aan de macht. Maar in steeds meer landen verheffen jongeren hun stem en komen in opstand tegen de gevestigde orde. In Tsjaad, waar de door Frankrijk gesteunde president Idriss Déby al sinds februari 1991 de scepter zwaait, loopt Croquemort voorop in het studentenprotest tegen de toenemende repressie.

Toen deze zomer bomaanslagen werden gepleegd in de hoofdstad N’Djamena, verschenen er korte berichtjes in de krant. ‘Waarschijnlijk uit vergelding voor militaire hulp uit Tsjaad bij de strijd tegen de islamitische terreurgroep Boko Haram in buurland Nigeria’, werd er als verklaring aan toegevoegd.

Croquemort vindt de berichtgeving oppervlakkig. In maart gingen jongeren in N'Djamena de straat op met bromfietsen om te protesteren tegen het verplicht dragen van een helm, een symbolisch verzet tegen de hoge prijzen in het land. Scholen en universiteit gingen dicht. De demonstraties kregen een grimmig karakter na de openbaarmaking van een video waarop martelingen van de politie waren te zien.

Hier besteedden de buitenlandse media nauwelijks aandacht aan. Terwijl het toch om een baanbrekende gebeurtenis ging voor Tsjaad, legt Croquemort uit. Voor het eerst moest de regering inbinden en aangekondigde maatregelen intrekken. Voor het eerst zag je op straat agenten in discussie gaan met scholieren in plaats van er onmiddellijk op los te slaan.

De stem van dat jongerenprotest laat Croquemort nu ook in Nederland horen. „Ik zou graag zien dat er wordt gereageerd op de hartekreet van de jongeren. Met oprechte beloftes.”