Janneke Vreugdenhil Tortilla’s met maïs en ananas

illustratie jet peters

As we speak verschijnen de eerste maïskolven uit Nederland in de winkels. Knapperige, zoete, verse maïskorrels kunnen niet tippen aan spul uit een blikje. Door ze te roosteren, zoals Susan Aretz in dit recept doet, worden ze nog lekkerder. Een hele ananas is wel vrij veel voor de salsa. Als u een grote heeft kunt u de helft als toetje serveren, bijvoorbeeld ook even gegrild. Lekker met een bol vanilleijs. Wrijf de speklapjes in met de cajunkruiden en bak ze op hoog vuur een beetje krokant. In een antiaanbakpan kan dat zonder olie. Gebruik anders een klein drupje neutrale olie. Het vlees van speklapjes droogt niet snel uit en blijft dus lekker sappig. Na een minuut of 7-10 zijn ze gaar. Laat goed het vet eraf druipen en snijd, als ze iets zijn afgekoeld, het spekrandje eraf. De rest van het vlees snijd je in hele dunne reepjes. Voor de salsa gril je de maïskolven op de bbq of in een grillpan, zodat ze die lekkere grillstrepen en rokerige smaak krijgen. Snijd de maïskorrels met een scherp mes van de kolf en doe ze in een mooie kom. Voeg de in kleine stukjes gesneden verse ananas eraan toe. Breng op smaak met koriander. Wil je wat extra pit, schep er dan een kleine, fijngesneden chilipeper doorheen. Bak de reepjes vlees nog één keer in een droge pan, zodat je ze lekker warm op tafel zet. Laat iedereen aan tafel zijn eigen tortilla beleggen met het vlees en de salsa.