Het voelt als toekijken terwijl er een kikker op het vuur staat

De kat van de buren wil niet meer weg. Toegegeven, H. heeft hem eten gegeven. Eerst een bodempje melk, daarna van dat lekkere natte spul – geleibrokjes van zalm. Drie weken nu blijft hij terugkeren. ’s Nachts vindt hij zijn weg door de open tuindeuren en nestelt zich op het voeteneinde.

Ik zat in het huis van H. te werken toen er werd aangebeld. De buurvrouw stond voor de deur met een rieten mand en loksnoepjes. „Is Pluto hier?”

Onmiddellijk schoot me een liedje van Jip & Janneke te binnen: ‘Waar is Takkie nou? Heb u een hondje gezien?’

Vorige week vertelde landschapsarchitect Adriaan Geuze in Zomergasten dat zijn kinderen niet naar Jip & Janneke mogen kijken, omdat Jip & Janneke een horizonloze wereld voorschotelt: er is een probleem, daar wordt even over gesproken en dan is er geen probleem meer. Het fragment dat Geuze liet zien, eindigde met moeder die stroopwafels bracht. Koek en vree.

Pluto had in het huis van vriendin H. een andere naam gekregen: Gerrie.

De buurvrouw en H. liepen door de keuken richting tuin, waar een vers aangeschafte doos Whiskas stond. Ik hoorde H. zweren dat ze de kat geen eten had gegeven.

Pluto voelt zich fijn als Gerrie, zoveel is duidelijk, want hij blijft maar terugkeren. H. keek er verontschuldigend bij: „Ik geef hem geen eten meer, maar ik kan hem toch ook niet wegsturen.”

Ze had Gerrie afhankelijk gemaakt en schrapte nu haar bed-bad-broodbeleid.

Het was een flauwe analogie met de ‘vluchtelingensituatie’. Ik moet toegeven dat ik bij bijna alles aan vluchtelingen denk, omdat ik vrees dat we op een beleid afstevenen dat we pas vijftig jaar na dato fiks zullen veroordelen.

Het denken aan vluchtelingen levert overigens geen morele punten op. Eerder vrees ik

dat deze voortdurende gedachten een vorm van mentale spielerei blijken die gevaarlijk ontwijkend is. De joods-Duitse filosoof Hannah Arendt vertelde in een interview uit 1964 (‘Zur Person’, het YouTuben waard) dat ze met name haar intellectuele vrienden in Duitsland wantrouwde. Zij waren het die, in de jaren dertig, met de ideeën van Hitler aan de haal gingen. Niet omdat ze het met hem eens waren, allerminst, maar omdat ze alles wat hij zei als ‘ideeën’ behandelden. Er werd misschien smalend gedaan over zijn opvattingen, maar zijn provocaties boden smakelijk veel stof voor discussie.

Over de ‘vluchtelingensituatie’ praten voelt als toekijken terwijl er een kikker in een pan op het vuur staat; zolang hij niet uit het water springt en luidkeels protesteert, vind ik het naderend kookpunt wel erg, maar vooral theoretisch en blijkbaar niet schrijnend genoeg om mijn handen te branden.

Het is de kat om het even hoe hij heet. Gerrie of Pluto gaat waar een voedingsbakje staat.