Verkiezingen kunnen juist goed uitpakken

illustratie: Riber Hansson

Helaas wordt ook door NRC met weinig inzicht geschreven over de Griekse partij Syriza en zijn leider Tsipras. Zo is Syriza géén samenraapsel van dertien groeperingen, zoals het hoofdcommentaar (21/8) stelt. En als Marc Leijendekker over Tsipras en Syriza schrijft (11/8) zonder één keer het Links Platform te noemen, is het of hij over de Republikeinen in de VS schrijft en zwijgt over de Tea Party.

Het ging in Syriza de afgelopen tijd om een machtsstrijd tussen twee groepen: Tsipras/ ‘tsipristen’ versus Links Platform. Dat laatste bestaat vooral uit (oud-)communisten, onder leiding van oud-minister Lafazanis en met als boegbeeld parlementsvoorzitster Zoï Konstantopoúlou; zij staan intussen ook bekend als ‘drachmisten’, omdat ze terugwillen naar de drachme. (Dat geldt ook voor Varoufakis, maar die staat op zichzelf). Het Platform-orgaan heet Iskra – Russisch voor Vonk, naar Lenins blad.

In 2013 is Syriza, tot dan toe een samenraapsel, door Tsipras omgevormd tot een partij, onder zijn leiding. Daar is het Platform morrend mee akkoord gegaan, omdat het niet zonder zo’n stemmentrekker kon, maar het wantrouwen tegen Tsipras’ ambities en zijn compromisbereidheid is altijd sterk gebleven.

Syriza verenigde dus twee onverenigbare ideologische keuzes in zich; dat moest onontkoombaar op een scheiding uitlopen, zoals we nu zien gebeuren.

Dankzij zijn referendum stond Tsipras’ politieke zuiverheid voor de meeste Grieken boven verdenking; door de bankensluiting werd het Griekse volk duidelijk waar het ‘nee’ op zou uitdraaien, en door zijn ‘koprol’ (kolotoúmba) heeft Tsipras het land dan toch nog voor de ondergang behoed – en stonden de drachmisten opeens openlijk in hun hemd, en buitenspel. De ministers en neestemmers van het Platform kon hij gemakkelijk uit de regering zetten, maar met de parlementariërs ging dat natuurlijk niet.

Met de platformisten als aparte partij, raakt Tsipras natuurlijk een aantal zetels kwijt – maar niet zoveel, alleen al de bonuszetels zal hijzelf krijgen. Aan de andere kant is zijn prestige landelijk alleen maar gestegen en kan hij dus heel wat stemmen erbij winnen. Bovendien raakt hij meteen ook van zijn rechtspopulistische coalitiepartner af; als hij (wat ik hoop) niet de absolute meerderheid haalt en dus weer een coalitiepartner nodig heeft, kan hij die beter zoeken in Potami en Pasok; dan kan de Nea Dimokratía mooi een nette, Europeesgezinde oppositie vormen en andere, akeliger partijen de wind uit de zeilen nemen. Zo zou er onder Tsipras (van wie we hoe dan ook nog niet af zijn) een betere parlementaire basis komen te liggen dan tot nog toe.

Dus: deze verkiezingen een kwaad? Maar dan wel, in de huidige situatie, een noodzakelijk kwaad, dat Tsipras hopelijk de kans zal geven eindelijk de rol van grote hervormer op zich te nemen waar Griekenland zo’n behoefte aan heeft.