Een wonderlijk Gronings schaakgezin

Het gezin Van Foreest telt zes kinderen, stuk voor stuk talentvolle schakers. Wat willen ze bereiken? „Toptwintig van de wereld.”

De 16-jarige Jorden van Foreest (links) met zijn broerLucas (14), thuis in Groningen. Vanaf dinsdag komt Jorden in actie op het WK voor spelers onder 20. Foto Kees van de Veen

Twee prijzenkasten staan in de hoeken van de krappe slaapkamer van Jorden van Foreest. De planken puilen uit met tientallen bekers en trofeeën. Nu al. Zestien jaar is hij, de carrière van de internationale schaakmeester ontkiemt net. Zijn twee jaar jongere broer Lucas kijkt een beetje jaloers naar de grootste beker, de Europese jeugdtitel van twee jaar terug. „Ik heb ook veel prijzen, maar hij heeft mooiere.”

We lopen naar de kamer van Lucas, een verdieping hoger. Geen Harry Potter op zijn nachtkastje, naast zijn bed liggen naslagwerken als Taming Wild Chess Openings en The Ragozin Complex. In dit huis gaan veel uren op aan het bestuderen van schaakboeken. In de boekenkast staat The Berlin Defence, het favoriete boek van Lucas. Hij probeert zijn tegenstanders kapot te spelen met een verdedigend, uitputtend speltype – vandaar.

De familie Van Foreest is een wonderlijk talentvol schaakgeslacht. Woonachtig in een dubbel rijtjeshuis in Groningen, een stad rijk met grootmeesters. Het gezin telt in totaal zes kinderen, allemaal geboren met een gave voor het strategische bordspel. Er zijn meer schaakgezinnen, zegt moeder Sheila (42). „Maar zes schakende kinderen is uitzonderlijk.” De oudste twee wakkerden het schaakvirus aan. „Daarna volgde de rest.”

Spitsuur

De rest is: Pieter (12), Tristan (10) en de achtjarige tweeling Nanne en Machteld. De laatste, het enige meisje in het gezin, wordt als een veelbelovend talentje gezien. Op haar zesde werd Machteld kampioen bij de meisjes in de leeftijdscategorie tot tien jaar. Nu speelt ze bij de jongens. „Daar heeft ze wel voldoende tegenstand”, zegt haar moeder.

Het loopt tegen zeven uur ’s avonds, het is spitsuur in huize Van Foreest. „Muntthee?”, vraagt vader Nicky (47). „Vers uit de tuin.” Het grote gezin is een bijzondere verschijning in de kleine schaakwereld. Voor de deur staat een oud legerbusje met camouflagekleuren, daarmee rijden de ouders hun kinderen naar wedstrijden en trainingen.

De meeste aandacht gaat nu uit naar Jorden (16) en Lucas (14), die stap voor stap naar de Nederlandse top groeien. De oudste praat rustig en heeft met zijn donkere krullen en doorlopende wenkbrauwen iets weg van een Russische grootmeester. Zijn broertje draagt een slotjesbeugel en lacht veel, maar zegt ondertussen op serieuze toon zinnen als: „De oudere generatie, zoals Bobby Fischer, speelde alleen maar e4. Altijd één beginzet. De jonge generatie begint veel meer te variëren.” Fischer was wereldkampioen van 1972 tot 1975.

De broers zijn net terug uit het Duitse Lüneburg, waar Jorden afgelopen weekend het grootmeestertoernooi won, Lucas eindigde als tweede in het open toernooi. De opmars van Jorden gaat hard deze zomer. ‘Jorden van Foreest zomerkoning’, kopte schaaksite.nl na een serie goede resultaten. Hij is nu zestiende van Nederland, op de nieuwe ranglijst stijgt hij naar de veertiende plaats.

Jorden staat op de drempel om benoemd te worden tot grootmeester, een titel waarvoor drie grootmeesterresultaten vereist zijn. Hij heeft nog één goed resultaat nodig. De eerste mogelijkheid daarvoor is bij het WK voor spelers onder twintig jaar, dat dinsdag begint in het Russische Chanty-Mansiejsk. Het zou hem de jongste in Nederland geboren grootmeester maken: dat leeftijdsrecord staat nu op naam van Robin van Kampen met zestien jaar en acht maanden – Jorden is nu zestien jaar en vier maanden.

Het talent zit in het bloed bij de familie Van Foreest – van het adellijk geslacht, met het predicaat jonkheer. Eind negentiende eeuw behoorde de familie tot de vaderlandse schaaktop. De betovergrootvader van Jorden en Lucas is drievoudig Nederlands kampioen Arnold van Foreest, winnaar in 1889, 1893 en 1896. Een tijd dat schaken nog een oudemannenhobby was en zich voornamelijk afspeelde in cafés, „met zoveel rook dat je aan einde van de avond de tegenstander niet eens meer kon zien”, zoals het ooit aan Nicky is verteld.

Naast zijn werk als inspecteur bij het postbedrijf had Arnold van Foreest diverse bestuursfuncties in de schaakwereld, waaronder een korte periode als bondsvoorzitter. Zijn broer Dirk, die een dokterspraktijk runde, werd ook drievoudig nationaal kampioen; in 1885, 1886 en 1887. Ze speelden regelmatig tegen elkaar.

Broederstrijd

De familiale broederstrijd herhaalt zich nu, zo’n 125 jaar later. Vorige week troffen Jorden en Lucas elkaar in het open toernooi in Duitsland – het werd remise. Maken ze vooraf afspraken bij onderlinge partijen? Nee, bezweren ze. Jorden: „Sommige mensen doen dat wel. Maar wij vechten de meeste wedstrijden uit.” Lucas: „We hebben één keer iets afgesproken, dat Jorden zou winnen.” Jorden: „Dan konden we Parijs nog in.” Lucas: „We waren op vakantie, we wilden ook nog toeristisch gaan rondkijken in plaats van schaken. Jorden wilde geen remise, toen heb ik maar verloren.”

Het talent is een paar generaties overgeslagen, de eerste nakomelingen van hun betovergrootvader waren niet zo beloftevol en fanatiek als de broertjes nu. Soms vergeten de broers de wereld om zich heen als ze spelen. Jorden doet het voor, hij vouwt zijn handen voor zijn gezicht. „Zo zie ik alleen het schaakbord.”

Wat willen ze bereiken? Jorden: „Toptwintig van de wereld.” Lucas, met een zacht stemmetje: „Ik weet niet wat ik kan bereiken, zo veel mogelijk. Maar ik denk niet dat ik wereldkampioen kan worden, om eerlijk te zijn.” En Jorden? „Ik ook niet.”

Ze moeten er veel voor laten, voor vrienden en feestjes is minder tijd. Missen ze dat niet? Jorden, wiens Duitse vriendinnetje ook op hoog niveau schaakt: „Het is belangrijk om in deze jaren hard te werken. Als je dan echt goed bent, dan heb je er de rest van je leven plezier van. Uitgaan kan je nog heel lang doen.”