Een Derde Wereldoorlog voer je met e-tatoeages

Hawaii bezet, de JSF gehackt – in de Derde Wereldoorlog brengt China de Verenigde Staten in het nauw. In een leerzame roman speculeren de militair experts Singer en Cole er flink op los.

Thinkstock

De Derde Wereldoorlog is uitgebroken: de Amerikaanse vloot wordt opnieuw verrast in Pearl Harbor. Deze keer gebeurt dat door onbemande Chinese quadcopters (hefschroefvliegtuigen aangedreven door vier propellers). Ondertussen bezetten Chinese troepen Hawaii, waar ze in hinderlagen worden gelokt door Amerikaanse guerrillastrijders die zich de North Shore Mujahedeen noemen.

Een wereldoorlog tussen Amerika en China blijkt goed voorstelbaar, zo blijkt uit de fascinerende militaire thriller Ghost Fleet van P.W. Singer en August Cole. De geloofsbrieven van de auteurs zijn eerder militair dan literair. Singer maakte naam met bijzonder informatieve non-fictieboeken over particuliere militaire bedrijven, kindsoldaten, militaire robots en cyberoorlog – zoals Wired for War (2009) en Cybersecurity and Cyberwar (2014). Cole schreef als redacteur van The Wall Street Journal over de defensie-industrie. Ze schetsen een scenario dat futuristisch aandoet, maar dat gebaseerd is op hun kennis van wapentechnologie, robotica en digitale oorlogvoering.

Het resultaat is spannend, maar ook een visie op het moderne oorlogvoeren. Het verzonnen verhaal biedt actie te land, ter zee, en in de lucht, maar ook in de ruimte en in cyberspace. Spionnen communiceren via onder hun huid ingebrachte chips en e-tatoeages. Navy SEALs gebruiken een kleine, zelfdenkende robot in de vorm van een zwarte kreeft als verkenner. Militairen dragen een soort geavanceerde Google Glass, waarmee ze permanent van informatie worden voorzien. Tot op het hoogste niveau nemen ze stimulerende drugs, ontwikkeld in de Tour de France, om in het heetst van de strijd voortdurend alert te kunnen blijven.

Surfinstructrice

Voor de liefhebber is dat alles verrijkt met een notenapparaat, dat laat zien dat de sterke technologische staaltjes waar het in het boek van wemelt geen fantasie zijn, maar heuse nieuwigheidjes uit het Pentagon, Silicon Valley of de laboratoria van de NASA. Zo is het boek, dat speelt in de nabije toekomst, behalve spannend ook leerzaam. Het laat zien met wat voor wapens een volgende wereldoorlog gevoerd kan worden. Wat de afhankelijkheid van high tech voor kwetsbaarheden met zich meebrengt. En hoe belangrijk de rol van de marine kan zijn, als het tot een militaire krachtmeting tussen China en de VS komt.

Aan de politieke achtergronden van de Derde Wereldoorlog maken de twee niet veel woorden vuil. En ook niet aan de maatschappelijke en humanitaire gevolgen ervan. De wereld is sterk in beweging. In Saoedi-Arabië is de regerende dynastie ten val gekomen, nadat in de oliestad Dhahran een radioactieve ‘vuile bom’ is afgegaan. De olieprijzen zijn omhoog geschoten en de wereldeconomie verkeert in een diepe crisis. De voormalige Republiek Indonesië is weggezonken in anarchie, met honderden milities die elkaar bestrijden. In China is de Communistische Partij verdreven door een ‘directoraat’ van zakenlieden en militairen. Onder die nieuwe leiding wil het land zich nu als wereldmacht laten gelden, en wel door Amerika aan te vallen.

De Amerikaanse strijdkrachten zitten ondertussen nog steeds in Afghanistan, en verder ook in Jemen en Kenia. In Amerika zelf lijkt niet zo veel veranderd. Of het moet zijn dat de zowel de minister van Defensie als de hoogste admiraal vrouw zijn. En dat een martiale kapitein in het voorbijgaan vertelt wat zijn man ervan vindt dat hij zo vaak van huis is.

De inleidende beschietingen van de oorlog vinden plaats ver boven het aardse gewoel, als een Chinees ruimtestation met een laserkanon de ene na de andere Amerikaanse satelliet uitschakelt. Beneden op aarde kunnen de Amerikanen alleen maar hulpeloos toekijken hoe hun complete militaire en civiele communicatienetwerk vakkundig wordt uitgeschakeld. De NAVO valt al snel uiteen, want behalve de Britten voelt geen enkele Europese bondgenoot er iets voor om de Amerikanen te hulp te schieten. De nieuwe belofte heet immers China.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van verschillende personages: een gedreven Amerikaanse kapitein met huwelijksproblemen, een Chinese admiraal op een historische missie, een Russische diplomaat met heimwee naar de Koude Oorlog, een Amerikaanse surfinstructrice die haar patriottische bijdrage levert door Chinese militairen te verleiden en om zeep te helpen, en een vrouwelijke marinier die op het eiland Oahu het verzet aanvoert, samengesteld uit oud-militairen die met geïmproviseerde explosieven bloedige aanslagen plegen. Van hun voormalige vijanden in Afghanistan hebben ze veel geleerd – ze zijn nu ‘de schoften geworden die ze het grootste deel van hun militaire carrière hebben bestreden’. Ondertussen toont een Australische miljardair, een soort Donald Trump zonder de hatelijkheid, die zich met een particuliere ruimtemissie in de strijd mengt, de groeiende rol van het particuliere bedrijfsleven bij moderne oorlogvoering.

Veel kleur of diepte krijgen de personages niet, maar in korte, vlot geschreven hoofdstukken dragen ze het verhaal wel verder. Wat stijl betreft doet het boek nu eens denken aan de thrillers van Tom Clancy, dan weer aan de jongensboeken van K. Norel – om een enkele keer per ongeluk te vervallen in de toon van een militair vakblad. Een Oorlog en vrede voor de 21ste eeuw is Ghost Fleet dus niet.

JSF

Ghost Fleet biedt behalve amusement ook een politieke boodschap. Ze verheerlijken al die moderne wapensystemen niet. Ze laten zien dat er een groot gevaar in schuilt om, zoals de VS de afgelopen decennia hebben gedaan, prioriteit te geven aan de ontwikkeling van peperduur hoogtechnologisch materieel. De JSF bijvoorbeeld komt er in hun Derde Wereldoorlog vrijwel niet aan te pas: het toestel blijkt waardeloos,want zijn complexe en kwetsbare computersystemen zijn door de Chinezen gehackt. Oude F16’s moeten het daarom tegen de wendbare drones van de Chinezen proberen op te nemen.

Op zee speelt zich iets soortgelijks af. Amerika moet worden gered door oorlogsschepen die al min of meer zijn afgedankt, de Ghost Fleet uit de titel. De schepen van deze reservevloot worden als noodgreep uit de mottenballen gehaald, maar blijken juist effectief omdát ze niet zo geavanceerd zijn, en hun computersystemen niet de laatste updates hebben gekregen – die met virussen zijn geïnfecteerd.

Hollywood kan ongetwijfeld zonder veel moeite een spannende film van dit boek maken. En omdat de helden Amerikanen zijn, en de uitkomst voor de VS uiteindelijk niet fataal is, hoeft het verhaal niet te worden aangepast. Maar interessanter dan zo’n film zou het zijn als een Chinese schrijver deze Derde Wereldoorlog vanuit zijn perspectief zou beschrijven. Daar zou ook vast veel aan te beleven zijn, en veel van te leren.