Domweg eenzaam in de Vuurdoopsteeg

Een docent literatuurwetenschap die debuteert met een roman, dat is oppassen geblazen. De Finse auteur Tommi Kinnunen (1973) is zowel literatuurwetenschapper als schrijver van teksten voor cabaret en toneel. In zijn roman Waar vier wegen samenkomen laat de wetenschapper zich gelden: de roman is extreem vernuftig geconstrueerd met veel ‘open plekken’ (geheel volgens het werk van literatuurtheoreticus Wolfgang Iser) en intertekstualiteit.

Toegegeven, Kinnunens romanidee is verrassend. Hij vertelt het levensverhaal van dorpelingen aan de hand van straten met suggestieve namen als Vuurdoopsteeg, Gezinsweg, Weduweweg, Fuikweg, Offerkaarsweg en Valstrikpad. Hij koppelt deze straatnamen aan jaartallen van cruciale levensgebeurtenissen van de bewoners, van 1895 tot 1996. Kinnunen geeft op deze manier een nieuwe wending aan het aloude genre van de Scandinavische trilogie. Generatie op generatie woont in de huizen aan die straten. Het werkelijk bestaande dorp heet Kusaamo, in het eenzame noorden van Finland.

Om het nog complexer te maken introduceert Kinnunen vier symbolische personages. Allereerst de dorpsvroedvrouw Maria, als de oermoeder van het dorp. Het boek opent met enkele plastisch beschreven bevallingen, die lang niet altijd goed verlopen. Mooi detail is dat de onafhankelijke, zelfstandige Maria haar bezoeken aflegt per fiets, in 1895 een nieuwerwetse uitvinding. Schitterend beschrijft Kinnunen de fietspogingen van de vrouw, waarbij haar kuiten zichtbaar worden. Mannen raken ervan in de war. De vroedvrouw is tot haar verrassing zwanger, van wie dat blijft geheim. Haar buitenechtelijke dochter heet Lahja; zij heeft een slecht huwelijk met Onni. Vervolgens komen we Lahja’s schoondochter Kaarina tegen.

Op zich is elk hoofdstuk betrekkelijk interessant, maar de onophoudelijke sprongen in de tijd en het steeds wisselende vertelperspectief verhinderen dat de lezer zich kan identificeren. In het recent verschenen De malloten van Stavanger van de Noor Gaute Heivoll, lukt dat veel beter. Heivoll heeft wat Kinnunen ontbeert: het vermogen de lezer mee te slepen en herkenning te bieden, ik zou bijna schrijven: ouderwetse identificatie.