‘Beperking aantal functies is slecht voor kwaliteit toezicht’

De wet die onder meer het old boys network in het toezicht moest ontmantelen, schiet doel voorbij, aldus onderzoek.

Erik Staal

De wet die de kwaliteit van het toezicht op instellingen in onder meer het onderwijs, de zorg, en de volkshuisvesting moet verbeteren, werkt maar ten dele. Sterker: in sommige opzichten is het toezicht juist slechter geworden, door de beperkingen die zijn gesteld aan voorzitters van raden van toezicht en ‘beroepscommissarissen’.

Dat schrijven twee onderzoekers in een rapport in opdracht van het Nationaal Register. Dat is één van de grootste rekruteerders van toezichthouders in de publieke en private sector. De instellingen financiert opleidingen en trainingen om de kwaliteit van toezicht te verbeteren. Het rapport wordt woensdag officieel gepresenteerd in Amsterdam.

De in 2013 in werking getreden wet stelt aan toezichthouders een limiet van vijf functies. Beroepscommissarissen die van toezicht houden hun werk maken, die veel ervaring hebben en in opleidingen hebben geïnvesteerd, komen te snel aan dat maximum, zeggen de onderzoekers, Goos Minderman en Sjors van den Berg. Minderman is expert op het gebied van toezicht en hoogleraar public governance.

Dubbel tellende functies

Voor ervaren voorzitters is volgens het rapport het gehanteerde puntensysteem een probleem. In dat systeem telt het voorzitterschap van een raad van toezicht dubbel. Wie twee voorzitterschappen bekleedt, heeft daarnaast dus maar ruimte voor één gewoon lidmaatschap van een raad van toezicht.

Het gevolg is dat toezichthouders minder vaak kunnen meedingen naar een voorzittersvacature, is de conclusie van onderzoekers Minderman en Van den Berg.

De limiet van vijf toezichthoudende functies geldt sinds januari 2013. De wet was een initiatief van SP-Kamerlid Ewout Irrgang, en een reactie op een reeks problemen met falend toezicht in de publieke sector.

Toen de wet werd opgesteld en behandeld, regende het schandalen, onder meer bij woningcorporaties Vestia en Rochdale, zorginstellingen als Meavita, mbo-instelling Amarantis en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).

In alle gevallen bleek het toezicht tekortgeschoten, onder meer doordat toezichthouders tientallen andere nevenfuncties hadden. Dat gold bijvoorbeeld voor politicus Loek Hermans (VVD) die betrokken was bij het toezicht op zowel Meavita als asielzoekersorgaan COA.

Om af te dwingen dat toezichthouders meer tijd voor het toezicht kregen, kwam er een maximum op het aantal toezichtfuncties in de publieke sector van vijf. Deze norm was afkomstig uit het bedrijfsleven. Daar was ongeveer tien jaar eerder de code-Tabaksblat afgesproken.

Schade voor samenleving

Uit de enquête van Minderman en Van den Berg onder vijfhonderd toezichthouders bleek dat de bestuursleden niet van die limiet af willen, maar dat er wel meer uitzonderingen voor voorzitters en beroepscommissarissen nodig worden geacht. Raden van toezicht zouden moeten kunnen aangeven waarom een nieuwe voorzitter toch meer punten dan de toegestane vijf mag hebben. Behalve voldoende tijd zouden ook ervaring, kennis en opleiding meer moeten meetellen als criterium voor goed toezicht, aldus het rapport van het Nationaal Register.

„De samenleving lijdt schade, door een groep mensen die veel kan en veel weet van zich af te duwen”, schrijven Minderman en Van den Berg. Ze spreken van „expliciet kwaliteitsverlies” voor het publiek toezicht.

De onderzoekers adviseren de verantwoordelijke minister, Ard van der Steur (Justitie, VVD) om meer uitzonderingen op de wet mogelijk te maken.

„Iemand die tijd heeft en die echt een goed voorzitter is, zou meer ruimte (in de richting van drie of vier voorzitterschappen) moeten krijgen”, aldus het rapport.

Komend najaar komt de minister met een eigen evaluatie van de wet. Van der Steur was als Tweede Kamerlid voor de VVD al voorstander van het schrappen van de dubbeltelling voor voorzitters, zo memoreren de auteurs. Maar een amendement van die strekking haalde het toen niet in de Tweede Kamer.

Voorzitters vormen het boegbeeld van raden van toezicht en de belangrijkste schakel met bestuur of directie, maar ze kunnen ook leden corrigeren als die te weinig aan hun opleiding doen, te vaak afwezig zijn of de stukken niet lezen. Slechts een minderheid, zo’n 40 procent van de door Minderman ondervraagde toezichthouders, durft medetoezichthouders daarop aan te spreken.

Mazen in de wet

Een ander doel van de wet is te voorkomen dat mensen elkaar baantjes toeschuiven. Hoewel het old boys network de laatste jaren flink is opengebroken, kan de openheid nog steeds groter, aldus het rapport van het Nationaal Register. Want er zitten veel mazen in de wet.

Coöperatieve instellingen zijn bijvoorbeeld uitgezonderd, zoals de Rabobank. Academische ziekenhuizen vallen evenmin onder de nieuwe regels. Hetzelfde geldt voor soms duur betaalde adviseurschappen en commissariaten in het buitenland.

‘Old boys’ weten wel raad met dergelijke uitzonderingen, zo blijkt uit het rapport van Minderman en Van den Berg.

„De belangstelling voor Rabo-commissariaten lijkt groter dan voorheen”, schrijven de onderzoekers. Hetzelfde geldt voor buitenlandse commissariaten.

Het vluchtgedrag „lijdt tot verschraling van de pluriformiteit en kwaliteit” van het toezicht, aldus een van de geïnterviewde toezichthouders. „Grote semipublieke ondernemingen zijn de dupe.”