Waarom zijn de tarieven van ziekenhuizen nog steeds geheim?

Het eigen risico in ziekenhuizen stijgt, dus is het relevant om tarieven voor behandelingen te kennen. Maar die zijn geheim. Vandaag bepaalt de rechter of ze openbaar moeten worden.

Beeld Thinkstock, bewerking NRC Media

Het is misschien het laatste waaraan je denkt als je met ernstige rugklachten naar het ziekenhuis wordt doorverwezen: wat gaat me dat kosten? Toch is die vraag relevant nu het eigen risico in het ziekenhuis inmiddels 375 euro bedraagt. Er zijn sterke aanwijzingen dat de prijsverschillen tussen ziekenhuizen extreem groot zijn. Enige probleem: de tarieven zijn niet openbaar.

Ziekenhuizen zijn wel verplicht hun prijzen te openbaren aan buitenlandse toeristen en andere onverzekerden. Dat zijn de zogeheten passantentarieven. Die ‘onverzekerden’ zijn er steeds meer, bijvoorbeeld doordat patiënten met een budgetpolis, een goedkope polis die slechts zorg vergoedt bij een beperkt aantal ziekenhuizen, toch een kliniek bezoeken die niet onder de dekking valt.

Het interessante van die passantentarieven is dat zij een afgeleide zijn van de geheime tarieven. Een paar jaar geleden toonde NRC aan dat die tarieven extreem verschillen. Voor de patiënt met rugklachten kostte een onderzoekje aan de wervelkolom bij het ene ziekenhuis 223 euro, bij het andere 3.109 euro.

Wie wil vergelijken, moet bellen

De tarieven voor de ‘gewone’ verzekerden zijn niet openbaar omdat dat concurrentiegevoelige informatie zou zijn. Tegelijkertijd heeft iedere burger het recht om voorafgaand aan een ziekenhuisbezoek te informeren wat zijn klachten zoal kunnen gaan kosten. Wie wil vergelijken zal telefoontjes moeten plegen.

Prijsvergelijkingssite Zorgkiezer belde om die reden zestig ziekenhuizen voor het tarief van een poliklinische behandeling bij benauwdheidsklachten. De goedkoopste combinatie blijkt te gelden voor CZ-verzekerden in Boxmeer: 201,46 euro in het plaatselijke ziekenhuis. De VGZ-verzekerde in Assen is het duurst uit: 604 euro in het Wilhelmina Ziekenhuis. Het vergde wel wekenlang werk van een telefoonteam om daar achter te komen. Gewoon de prijslijsten vergelijken is niet mogelijk. Laat staan een prijslijst per verzekeraar.

En de concurrentie dan?

Open State Foundation, een niet-gouvernementele organisatie die ijvert voor open data van de overheid, besloot via juridische weg voor publicatie van tarieven te strijden. Ziekenhuizen en zorgverzekeraars moeten hun prijslijsten doorgeven aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), een toezichthouder. Dus klopte Open State daar aan, zich beroepend op de Wet openbaarheid van bestuur. „De wet gaat ervan uit dat de burger kostenbewust kiest in de zorg”, zegt directeur Arjan El Fassed. „Maar dan moet je wel toegang tot de relevante informatie krijgen.” De NZa wees alle verzoeken van Open State tot openbaarmaking af. Vandaag dient bij de Amsterdamse bestuursrechter het hoger beroep in een afgewezen bezwaarprocedure.

Alle ziekenhuisrekeningen worden op geanonimiseerde basis in een landelijke databank opgeslagen. Ziekenhuizen zijn formeel de eigenaar van die data. Maar het informatiesysteem is van DIS, dat sinds mei van dit jaar onder de Nederlandse Zorgautoriteit ressorteert. Daar heeft Open State de data opgevraagd. Volgens de toezichthouder zijn die data om diverse redenen vertrouwelijk.

Allereerst omdat het volgens de NZa om concurrentiegevoelige informatie gaat. Als de data openbaar worden, zijn de marktaandelen van verzekeraars zichtbaar en zal de onderhandelingspositie van ziekenhuizen verslechteren, is de redenering. In de jaarlijkse onderhandelingen tussen de verzekeraar als inkoper en de kliniek als verkoper zou iedereen erbij gebaat zijn dat de tarieven onder de roos blijven.

Maar, betoogt Open State, in de Wet marktordening gezondheidszorg staat dat tarieven „voor consumenten gemakkelijk vergelijkbaar” moeten zijn. Dezelfde eis wordt aan zorgverzekeraars gesteld. Hoe verhoudt dat zich tot het vertrouwelijk houden van de data? Weegt het belang van openbaarheid niet zwaarder?

En de privacy?

Een tweede reden voor de Nederlandse Zorgautoriteit om de gegevens niet openbaar te maken is dat het „privacygevoelige informatie” betreft. De databank bevat weliswaar geen persoonsgegevens – althans, dat claimt DIS – maar toch zouden volgens de toezichthouder de gevraagde gegevens „mogelijk herleidbaar kunnen zijn tot individuele patiënten”.

Die vrees is opmerkelijk omdat de beheerders van de databank op hun website het tegenovergestelde beweren. Daar staat letterlijk te lezen: „De patiëntgegevens zijn (...) niet meer te herleiden tot individuen waardoor het medisch beroepsgeheim gewaarborgd blijft.” Hier lijken maar twee opties mogelijk: of de Nederlandse Zorgautoriteit overtreedt de regels, of het is een tamelijk ongelukkig gekozen argument.

Zo kun je niets controleren

Niet voor niets wordt in de zorgsector met grote interesse gekeken naar het proefproces van vandaag. Want het zijn exact deze lasnaden van het hybride stelsel – gereguleerde marktwerking – die metaalmoeheid vertonen. Wel gemeenschapsgeld gebruiken, en wel gedwongen betalen, maar geen inzicht in de prijzen?

In de ziekenhuiszorg gaat jaarlijks 23 miljard euro aan belasting- en premiegeld om. Met de huidige geheimhouding is controle van dat gemeenschapsgeld niet mogelijk, redeneert Open State Foundation.