Waarom de tarieven in ziekenhuizen nog steeds geheim zijn

Foto ANP

Het is misschien het laatste waar je aan denkt als je met ernstige rugklachten naar het ziekenhuis wordt doorverwezen: wat gaat me dat kosten? Toch is die vraag relevant nu het eigen risico in het ziekenhuis inmiddels 375 euro bedraagt. En er zijn sterke aanwijzingen dat de prijsverschillen tussen ziekenhuizen extreem groot zijn. Enige probleem: de tarieven zijn niet openbaar.

En dat terwijl er in de ziekenhuiszorg jaarlijks meer dan 22 miljard euro aan belasting- en premiegeld omgaat.

Vandaag dient er bij de Amsterdamse bestuursrechter een hoger beroep over de openbaarheid van de tarieven. Drie vragen.

1. Waarom zijn de tarieven niet openbaar?

De tarieven voor de gewone verzekerden zijn niet openbaar omdat dat concurrentiegevoelige informatie zou zijn voor zorgverzekeraars en ziekenhuizen. Maar tegelijkertijd heeft iedere burger het recht om voorafgaand aan ziekenhuisbezoek te informeren wat zijn klachten zoal kunnen gaan kosten. Wie wil vergelijken zal telefoontjes moeten plegen.

Prijsvergelijkingssite Zorgkiezer belde om die reden zestig ziekenhuizen voor het tarief van een poliklinische behandeling bij benauwdheidsklachten. De goedkoopste combinatie blijkt te gelden voor CZ-verzekerden in Boxmeer: 201,46 euro in het plaatselijke ziekenhuis. De VGZ-verzekerde in Assen is het duurst uit: 604 euro in het Wilhelmina Ziekenhuis. Het vergde wel wekenlang werk van een telefoonteam om daar achter te komen.

Ziekenhuizen zijn overigens wel verplicht hun prijzen te openbaren aan buitenlandse toeristen en andere onverzekerden. Het interessante van die passantentarieven is dat zij een afgeleide zijn van de geheime tarieven.

2. Wat is er nu aan de hand?

Open State Foundation, een van de onafhankelijke organisatie die ijvert voor open data van de overheid, besloot via juridische weg voor publicatie van tarieven te strijden. Ziekenhuizen en zorgverzekeraars moeten hun prijslijsten doorgeven aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de toezichthouder.

Dus klopte Open State daar aan, zich beroepend op de Wet openbaarheid van bestuur. Directeur Arjan El Fassed:

“De wet gaat ervan uit dat de burger kostenbewust kiest in de zorg. Maar dan moet je wel toegang tot de relevante informatie krijgen.”

De NZa wees alle verzoeken van Open State tot openbaarmaking af. Daarom gaat de organisatie nu in hoger beroep.

3. Waarom wil de NZa de data niet openbaar maken?

Alle ziekenhuisrekeningen worden op geanonimiseerde basis in een landelijke databank opgeslagen. Ziekenhuizen zijn formeel de eigenaar van die data. Maar het informatiesysteem is van DIS, dat sinds mei van dit jaar onder de Nederlandse Zorgautoriteit valt. Daar heeft Open State de data opgevraagd.

Volgens de toezichthouder zijn die data concurrentiegevoelig, omdat door openbaarmaking zichtbaar wordt wat de marktaandelen van verzekeraars zijn en de onderhandelingspositie van ziekenhuizen zou verslechteren, is de redenering. Maar, betoogt Open State, in de Wet marktordening gezondheidszorg staat dat tarieven “voor consumenten gemakkelijk vergelijkbaar” moeten zijn. Dezelfde eis wordt aan zorgverzekeraars gesteld.

Een tweede reden voor de Nederlandse Zorgautoriteit om de gegevens niet openbaar te maken is dat het “privacygevoelige informatie” betreft. De databank bevat weliswaar geen persoonsgegevens – althans, dat claimt DIS – maar toch zouden volgens de toezichthouder de gevraagde gegevens “mogelijk herleidbaar kunnen zijn tot individuele patiënten”.

Die vrees is opmerkelijk omdat de beheerders van de databank op hun website het tegenovergestelde beweren. Daar staat letterlijk te lezen:

“De patiëntgegevens zijn (…) niet meer te herleiden tot individuen waardoor het medisch beroepsgeheim gewaarborgd blijft.”

Hier lijken maar twee opties mogelijk: of de Nederlandse Zorgautoriteit overtreedt de regels, of het is een ongelukkig gekozen argument.