Waar is Gilze aan toe, met die nieuwe groep asielzoekers?

Het azc in het Brabantse dorp wordt mogelijk een tweede ‘Ter Apel’.

Twee Irakezen zitten op een bankje voor een kantoor van het asielzoekerscentrum in Gilze. Zegt de een: „Ik zal vertellen wat het humanitaire karakter van Nederland is.” Hij toont een bril met een barst in een van de glazen. „Men weigert mij geld voor een reparatie.” Dat geldt ook zijn versleten schoenen. „Op deze schoenen ben ik vanuit Griekenland hiernaartoe gelopen.” Zegt de ander: „We krijgen alleen een bed, een douche en eten. We zitten hier al weken en het enige wat we doen is wachten tot wij in procedure worden genomen. Zonder dat iemand ons iets zegt.” Hij schudt het hoofd. „Alle aandacht gaat naar Syriërs. Waarom? Weet Nederland niet hoe gevaarlijk Irak is?”

De bossen bij het Brabantse dorp Gilze. Het asielzoekerscentrum hier kwam gisteren ineens in het nieuws, toen bleek dat burgemeester Jan Boelhouwer (PvdA) enkele weken geleden zijn gemeenteraad heeft ingelicht over plannen het asielcentrum om te vormen tot een zogenoemde gezamenlijke vreemdelingenlocatie, zoals nu alleen in het Groningse Ter Apel bestaat. De burgemeester voegde aan zijn brief meteen maar een notitie toe die het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) in de eigen organisaties hebben verspreid. Motto: „Wat ons bindt, is de vreemdeling!” In de interne notitie staat de aankondiging dat Gilze, na een ingrijpende verbouwing, wordt verrijkt met een centrale ontvangstlocatie en een aanmeldbalie zoals in Ter Apel. „Hiermee wordt de instroom beter verspreid over het land.” Een derde gezamenlijke locatie zou weleens in Zevenaar kunnen komen.

In Gilze worden al ruim twintig jaar asielzoekers tijdelijk gehuisvest, op een voormalig luchtmachtterrein. Meestal is het rustig. Omwonenden klagen weleens, maar houden zich doorgaans gedeisd. Een deel van de ongeveer duizend asielzoekers sjokt of fietst dagelijks over een landelijke weg naar het dorp, vijf kilometer verderop. Voorbij boerderijen en weilanden. Langs eetcafé D’n Broos, waar ze soms iets drinken of eten. In het dorp doen ze de Action of supermarkt Emté aan.

De asielzoekers komen in Gilze steevast door de Oranjestraat. „Er is hier veel traffic”, zegt bewoner Bart van den Broek. Hij vindt het goed dat er asielzoekers worden geholpen. „Je kunt je ogen niet sluiten voor wat er in de wereld gebeurt.” Of de asielzoekers geen geld hebben, waagt hij te betwijfelen. „Ze lopen wel met mooie telefoons te bellen.” Een dorpsgenoot vindt hen lang niet allemaal te vertrouwen. „Ik sta hier nu te schilderen, maar ik zorg wel dat ik bij mijn kwasten blijf. Ze gappen het allemaal mee.” Van den Broek: „Je moet je voortuin nu eenmaal in de gaten houden.”

Over de koerswijziging van het asielcentrum weten de bewoners weinig. Echte vragen komen van raadsleden. „Ik klim niet in een boom om te waarschuwen voor gevaren, want we weten nog niet wat de consequenties zullen zijn”, zegt Johan Manders van Gemeentebelangen. „Maar die wil ik wel graag weten.” Om die reden gaan de raadsleden graag op werkbezoek naar Ter Apel.

Het maximum

Wat de raadsleden inmiddels wél weten, is dat de burgemeester wil vasthouden aan een eerdere afspraak, dat het centrum kon worden uitgebreid tot twaalfhonderd asielzoekers. „Dat is echt het maximum”, laat de burgemeester, die zelf even geen pers te woord wil staan, via zijn woordvoerder weten. De stellige uitspraak valt goed bij de grootste partij in de raad, Kern’75. „Twaalfhonderd is een significante hoeveelheid mensen”, zegt fractievoorzitter Walter de Vet. „De impact daarvan op kleine dorpen als Gilze kan behoorlijk groot zijn.” Het dorp telt 7.600 inwoners – de hele gemeente Gilze en Rijen 26.000.

De Vet wil ook wel eens weten wat de veranderde samenstelling van de groep asielzoekers betekent. „Er zitten nu vrij veel mensen die min of meer weten waar ze aan toe zijn. Straks komen er mensen voor het eerst in Nederland, met al hun emoties, spanningen en verwachtingen. Dan geeft een andere dynamiek.”

Gilze zal de komende jaren vermoedelijk niet ineens veel meer asielzoekers langs zien wandelen. Nu nog moeten veel asielzoekers heen en weer reizen naar de IND in Den Bosch. Raadslid De Vet: „De bussen zitten soms zo vol, dat er geen plaats meer is voor schoolkinderen.” De gemeente en het COA hebben al eerder afgesproken dat er misschien een kantoor van de IND op het centrum in de bossen komt.

Het COA laat weten dat de plannen voor Gilze nog lang niet definitief zijn. „Maar als we de processen met onze partners in de keten kunnen verbeteren, zouden we gek zijn om dat niet te doen.” En wat die klagende Irakezen betreft: iedereen moet nu eenmaal zes tot acht weken wachten op het eerste interview voor de procedure. „En met de huidige instroom zou het me niet verbazen als dat twee tot drie maanden duurt”, zegt een woordvoerder.

Dat een Iraakse bril niet wordt gerepareerd, is een „individueel geval” waarop de woordvoerder niet zo gemakkelijk kan ingaan. „Maar ze hebben allemaal een basisverzekering.”

In Nederland zijn op dit moment 29.000 asielzoekers. Dat waren er in de jaren negentig, vooral tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië, ongeveer drie keer zo veel.