Terug naar de 70s

Veel popgroepen, vooral de 50-plussers, die naar Nederland komen grijpen terug op de jaren zeventig.

Crosby, Stills & Nash, U2, Van Morrison, Randy Newman, Patti Smith, Bob Dylan, Armand - dit najaar floreert de poptop van vijftig+ op Nederlandse podia. Het publiek is de oude helden nog altijd trouw, zalen zijn veelal uitverkocht.

Behalve dat ze tot de senioren in de pop behoren, heeft deze garde nog iets gemeen: een focus op het tijdperk van Saturday Night Fever, autovrije zondagen, psychedelisch behang en de introductie van de magnetron: de jaren zeventig. Straks brengen ze, in Ziggo Dome, Carré, of de Metropool in Hengelo, ieder op eigen manier een ode aan het decennium dat ooit werd verguisd als kunstmatig en vlak.

De toewijding aan die tijd is eerder persoonlijk dan politiek. Juist degenen die politieke teksten zingen - Neil Young, Van Morrison - richten zich op het heden (zoals Youngs pas verschenen aanval op zaadveredelaar Monsanto, The Monsanto Years).

Maar Bono, Armand, Smith en Crosby, Stills & Nash grijpen terug op de herinnering aan de eerste muzikale piekervaring (voor Bono de stem van Joey Ramone); het moment dat ze de voordelen ontdekten van ‘apenstoned’ zijn (Armand); dat ze hun grootste hits schreven (Crosby, Stills & Nash); een later legendarisch gebleken cd uitbrachten (Patti Smith, met Horses.

En je hoeft niet boven de vijftig te zijn om die periode te memoreren. Van Sufjan Stevens (40), die twee uitverkochte optredens in Carré geeft, verscheen het afgelopen jaar het veel geprezen conceptalbum Carrie & Lowell, over zijn ingewikkelde kinderjaren tussen 1975 en 1980.

Het tijdperk blijft actueel. Daarom: vijf terugblikken.