Symfonie met techno van dj Jeff Mills

Vrijdag speelt het Noord Nederlands Orkest een symfonie die gebaseerd is op de techno van Jeff Mills.

Technoproducer Jeff Mills aan het werk te midden van de orkestleden Foto Casa da Musica

Technoproducer, dj en sciencefiction-liefhebber Jeff Mills (52) gelooft dat alles wat er op aarde gebeurt het resultaat is van iets ‘buiten de aarde om’. „Wij leven in iets dat onderdeel is van een groter geheel, waarvan we niet zoveel weten. Soms zijn er dingen die we niet kunnen verklaren – we krijgen enkel flitsen te zien. The light from the outside world.”

Dat laatste is ook de titel van de ‘techno-symfonie’ die hij vrijdag opvoert met het Noord Nederlands Orkest in het Concertgebouw in Amsterdam. The Light From the Outside World is een verzameling van zijn vroege werk, vertaald door componist Thomas Roussel in arrangementen voor percussie, blazers en strijkers. De elf nummers moeten je naar de de randen van de Melkweg teleporteren, waarachter – daar is Mills van overtuigd – leven te vinden is.

De overeenkomst tussen de vloeiende Detroit-techno van Mills en klassieke muziek is evident. Zijn producties zijn snel en ritmisch, maar ook warm gelaagd, met gespiegelde melodielijnen, die in de uitvoering door akoestische strijkers nog meeslepender zijn. Als je je ogen dicht doet in de donkere zaal kun je wakker worden in een tijdperk waarin de mens echt een ster bezit – onderwerp van het nummer The Man Who Wanted Stars.

Via een zender in hun oor die is aangesloten op de metronoom in zijn drumcomputer houdt Mills de timing van de orkestleden strak. Daarnaast neemt Mills „een aantal synthesizers mee”. „Ik kijk ter plekke altijd een beetje wat ik gebruik”.

Het is de eerste keer dat hij de compositie opvoert in Nederland – twee keer eerder deed hij een uitvoering met het Orchestre National d'Ile-de-France in zijn woonplaats Parijs. Van de club naar de concertzaal – voor Jeff Mills is die route niet zo onwaarschijnlijk. Voortdurend verbindt hij vormen van kunst.

Zijn albums hebben vrijwel allemaal een thema dat aan sf of de toekomst gerelateerd is. Zijn eerste nummers dragen al titels als Mutant theory, Art / UFO en Time Machine. In 2000 maakte hij zijn eerste soundtrack voor de stomme film Metropolis, een sf-klassieker van Fritz Lange uit 1927. Twee jaar geleden begeleidde hij Woman in the Moon (1929), ook van Lange, in filmmuseum Eye. In 2013 bracht hij het album Where Light Ends uit, geïnspireerd door de eerste ruimtereis van de Japanse astronaut Mamoru Mohri in 1992. Waar komt die fascinatie vandaan? „Sf en strips waren erg populair toen ik opgroeide in de jaren zestig. Ik ben er in blijven hangen.”

De link met elektronische muziek is volgens hem logisch. „Als ik draai zie ik duizenden mensen in het donker dansen tegen een achtergrond van grote geluidssystemen. Ik stel me voor dat die mensen ergens heen willen gaan met de muziek – ze zijn in transitie.”

Mills lijkt al jaren op een missie om elektronische muziek een plek te geven buiten de club. Deels omdat de tijd er rijp voor is, zegt Mills. „Je moet de grenzen verleggen om nieuwe genres te laten ontstaan. Zeker met de nieuwe techniek. Soms voelt het alsof in de toekomst de lijnen tussen bepaalde kunstvormen zullen verdwijnen, tot het punt dat we geen onderscheid meer maken tussen dans, cinema, film, techno of klassieke muziek. En ik geloof dat ik ook die richting opga.”

Het publiek staat ook open voor ‘nieuwe ervaringen’, volgens Mills. „Aan albums verdien je niks. De muziekindustrie is een chaos. De wachttijden voor een klein label bij de vinylpers zijn opgelopen van tien dagen tot drie maanden. Door Soundcloud en YouTube is veel muziek gratis beschikbaar. Jonge mensen zijn niet meer gewend iets te bezitten dus die gaan liever iets beleven. Festivals, evenementen, verkopen nog wel uit. Elke dj die ik ken, werkt zich een slag in de rondte. Iets nieuws, iets anders bedenken dat een jong publiek trekt, is een geweldig idee.”

Deels zijn Mills’ uitstapjes naar de klassieke podia ook een reactie op op het gebrek aan engagement in de elektronische muziek. Terwijl rockmuzikanten in de jaren zestig nog volop experimenteerden, is elektronische muziek nu niet sociaal en politiek bewust, zegt Mills. „Dance is alleen nog maar gericht op dansen. Als wij jonge producers kunnen overtuigen dat ze meer dan een optie hebben, dat ze vrij alles kunnen onderzoeken wat ze willen in het midden van al het geweld dat EDM tegenwoordig is, dan blijft elektronische muziek relevant. Techno is daar perfect voor: het heeft geen last van taalbarrières. Het spreidt zich onvoorwaardelijk uit.”