Sociale-mediamoord schokt de VS

Amerikaan schiet voormalige tv-collega’s in rechtstreekse uitzending dood en zet de beelden op Facebook.

De Verenigde Staten hebben kennisgemaakt met een huiveringwekkend fenomeen: de sociale-mediamoord. Gisterochtend schoot een oud-medewerker van tv-station WDBJ in Virginia twee journalisten dood. De moord, tijdens een interview op locatie, werd rechtstreeks op tv uitgezonden. De uren erop bereikte de moordenaar een maximaal schokeffect: hij twitterde erover, en plaatste een zelfgemaakt filmpje van de schietpartij op Facebook.

Verslaggever Alison Parker en cameraman Adam Ward werden beiden doodgeschoten. De vrouw die geïnterviewd werd, raakte gewond. De schutter sloeg op de vlucht, en werd klemgereden op de snelweg naar Washington. Daar probeerde hij zichzelf dood te schieten, aldus de politie. Hij overleed later in het ziekenhuis.

De schutter is volgens de politie Vester Flanagan, een voormalig verslaggever van het tv-station, die de naam Bryce Williams gebruikte. Williams werkte in 2012 en 2013 voor WDBJ, maar werd volgens de leiding van het station ontslagen. Volgens Jeff Marks, de directeur van het station, was Williams „een ongelukkige man”, en „moeilijk om mee te werken”. Na zijn ontslag moest hij door de politie uit het gebouw verwijderd worden, aldus Marks. Sindsdien zou hij klachten bij de EOEC, de Amerikaanse Commissie Gelijke Behandeling, hebben ingediend wegens racisme.

De beelden van de moord waren de hele dag onontkoombaar. De meeste grote tv-stations, waaronder CNN, zonden ze uit.

Daarbij zorgde Williams zelf voor een groot bereik. Op een Twitteraccount onder zijn naam verschenen berichten als ‘Ik heb de schietpartij gefilmd kijk op Facebook’, en ‘Alison maakte racistische opmerkingen’.

Op Williams’ Facebook-pagina verscheen een filmpje van de moord dat gefilmd was vanuit het perspectief van de schutter. Te zien is hoe hij steeds dichterbij komt, zijn pistool trekt, maar wacht totdat de cameraman, die de omgeving filmde, zijn lens weer op het interview had gericht. Omdat beide media een zogeheten autoplay-functie hebben, waardoor ze automatisch starten, was het bereik nog veel groter. Veel gebruikers die het filmpje niet wilden zien, werden toch geconfronteerd met de beelden. Twitter en Facebook zetten Williams’ accounts offline, maar de beelden waren toen al overal verspreid.

Nieuwszender ABC ontving twee uur na de schietpartij een fax van iemand die zei Bryce Williams te zijn. Hij belde er nog achteraan, zei wie hij was, en zei: „De politie zit achter me aan.” De fax is een uitgebreid manifest, waarvan ABC delen openbaar heeft gemaakt. Williams schrijft dat de schietpartij in Charleston in juni, waarbij negen zwarte kerkgangers werden doodgeschoten door Dylann Roof, hem tot de moord gebracht heeft. Hij regelde twee dagen na die moordpartij een vuurwapen. Hij noemt het manifest van Roof, die schreef dat hij een rassenoorlog wilde ontketenen.

In het manifest staat ook dat Williams op zijn werk gepest zou zijn, omdat hij zwart en homoseksueel was. Hij schrijft ook te zijn beïnvloed door daders van andere schietpartijen, zoals in Virginia Tech en Columbine High School. „Ik ben al een tijdje een menselijk kruitvat... ik wacht om een keer BOEM!!!! te doen.”

Het Witte Huis zegt in een eerste reactie dat de schietpartij Washington eraan moet herinneren actie te ondernemen om vuurwapengeweld tegen te gaan. De Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton roept op tot strengere vuurwapenwetten.

Maar minstens zo’n groot deel van het debat gaat over de rol van sociale media. De moord laat zien dat iemand met kwade intenties en gevoel voor nieuwe media voor enorme maatschappelijke beroering kan zorgen. Dat besef begon al te dagen toen Amerika kennismaakte met onthoofdingsvideo’s van terreurgroep Islamitische Staat, dat veel gebruik maakt van sociale media. Maar deze moord komt voor veel Amerikanen nog dichterbij.