Ook India kent wel degelijk valkuilen

Het duurde even, maar uiteindelijk kelderden ook de koersen op de Indiase effectenbeurs van Mumbai onder invloed van de ineenstorting van Chinese aandelen. Na de eerste golf van misère op de beurs van Shanghai, afgelopen maandag, bleven de Indiase aandelen nagenoeg onaangetast.

Nu de Chinese malaise nog lang niet lijkt afgewend, blijft ook het buurland niet ongedeerd. Op dinsdag en woensdag nam de Sensex, Mumbai’s beursindex, enkele duikvluchten. Vanmorgen veerde de beurs iets op, waardoor het verlies sinds maandag circa 5 procent bedroeg.

Koersvallen van procenten tegelijk waren in India niet meer vertoond sinds 2009, het jaar waarin de mondiale financiële crisis ook toesloeg in het relatief geïsoleerde land.

„Dit is een logische investeerdersreflex”, zegt Mahaveer Shankarlal, senior analist voor India Ratings and Research (Fitch Group). „India wordt in hetzelfde rijtje ingedeeld als China: een opkomende markt. En in die categorie vallen nu klappen, dus trekken sommige investeerders een deel van hun geld terug. Maar India is geen China. Onze bevolking is jong, onze salarissen zijn relatief laag, en onze productiecapaciteit groeit.”

Het is de laatste dagen vooral Raghuram Rajan, directeur van India’s centrale bank, die de gemoederen tot bedaren probeert te brengen. „Markten vertonen doorgaans paniek voor een korte periode. Zelfs tijdens de financiële crisis duurde het maar een paar maanden voordat het bij ons weer rustig werd. Ik twijfel er niet aan dat we genoeg munitie, reserves en goed beleid hebben om ook deze paniek te weerstaan.”

Wat Rajan en de zijnen niet melden, is dat India wel degelijk economische valkuilen kent. De huizenmarkt kampt met te hoge prijzen. Bovendien zitten Indiase overheidsbanken met een fors bedrag aan slechte leningen. Niet zozeer als gevolg van de wereldwijde crisis van 2008, maar vooral door een gebrek aan toezicht, waardoor vriendjespolitiek jarenlang hoogtij kon vieren. Zo konden met name overheidsbedrijven onrendabele leningen schragen met nieuwe, slecht onderbouwde kredieten. Voor dat probleem is nog altijd geen structurele oplossing gevonden.

Het is India’s droom om met zijn groeiende, jonge bevolking (ruim de helft van de 1,24 miljard inwoners is jonger dan 25 jaar) China’s rol als ‘productieschijf van de wereld’ over te nemen. Maar vooralsnog ontbeert het land de infrastructuur. Door devaluatie van de yuan worden Chinese producten extra goedkoop en dat maakt het ambitieuze Make in India-programma van president Modi extra lastig.

De dalende olieprijs die met de Chinese crisis gepaard gaat, is wél voordelig voor India. Het land importeert nagenoeg alle olie, waardoor nu het tekort op de handelsbalans sneller terugloopt: van 4,7 procent in 2013 tot vermoedelijk 1,3 procent voor dit jaar.