Hi Farideh, Ik denk dat ik je zus ben

Als baby werd Eline Koning (39) te vondeling gelegd bij een mausoleum van Imam Reza in de Iraanse stad Mashhad. Via een crowdfundingproject van twee Iraanse filmmakers gaat de Amsterdamse nu op zoek naar zichzelf.

Foto Anaïs López

Midden in het interview gebeurt er iets uitzonderlijks. Eline Koning (39) krijgt een reactie op haar blog: Finding Farideh. „Hi Farideh, I think you are my sister”, zo begint de mail.

Koning, die als tweede naam Farideh heeft, glimlacht en springt omhoog. „Ik heb een reactie, ik heb een reactie.” Onrustig loopt ze heen en weer, in een Amsterdams café in de Pijp. Met haar ogen gericht op haar telefoon leest ze de mail nog een paar keer. Ze gaat weer zitten. „Er staat dat ik als twee druppels water lijk op zijn zus.”

Sinds ze twee jaar terug de zoektocht naar haar biologische ouders begon, is het de vierde keer dat ze zo een reactie krijgt. „Hij schrijft dat ik z’n zus, en dus misschien mijn zus, nu moet bellen. Ze is aan het huilen.”

Koning is waarschijnlijk geboren in Mashhad, in het noordoosten van Iran. Dat is de stad waar ze begin jaren zeventig is gevonden - zwaar ondervoed en met hoge koorts - bij het mausoleum van Imam Reza, een belangrijke imam. Dat gebeurde in die tijd wel vaker, zegt ze. Kinderen werden op drukke plekken achtergelaten: bij een pelgrimsoord, of een bioscoop.

Tien maanden later werd ze door de familie Koning opgehaald in een weeshuis in Teheran. De zus van haar nieuwe moeder woonde in Iran, de familie had veel met het land. Haar nieuwe ouders hadden het financieel goed. Nette mensen, dat hoor je ook aan Koning zelf, maar ook afstandelijk, zegt ze, en daar merk je bij haar niets van.

Koning - zwarte broek, zwarte gympen en groen vestje - heeft bruine ogen en bruin krullend haar dat ze vaak achter haar oren aait. Ze lacht snel en vertelt heel rustig over haar indrukwekkende verleden, alsof ze iets alledaags deelt.

Op dit moment werkt ze als woonbegeleider op een zorgboerderij met mensen die licht verstandelijk gehandicapt zijn. Daarvoor werkte ze met dakloze jongeren, met vluchtelingen, in de sales, marketing en televisiewereld, en ook nog in het toerisme. Ook schrijft en leest Koning graag, ze houdt van bikram yoga en is fan van wilde dieren. Laatst had ze een massagecursus gedaan. „Binnenkort ga ik aan een schildercursus beginnen.”

Ben je een beetje onrustig misschien?

„Ja, ik moet gewoon altijd in beweging zijn, ik wil alles over alles weten. Maar het komt misschien ook omdat ik in de basis wat onrustig ben, niet weet wie ik ben, waar ik vandaan kom. Tijdens mijn jeugd was ik er niet mee bezig, op het gymnasium ook niet. Ik was wel nieuwsgierig naar Iran.”

Brachten je ouders je niet in contact met de Iraanse cultuur?

„Nee, ik heb twee jaar geleden voor het eerst Iraans nieuwjaar gevierd en ik doe het nu ieder jaar. Het is zo leuk, iedereen danst met elkaar, eten is bijzaak.

„Mijn relatie met mijn ouders is nooit echt goed geweest, ik spreek ze nauwelijks. Ze zeggen nooit wat ze denken of voelen. Ze zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren en hebben het niet makkelijk gehad, maar er werd niet over gesproken. Ik kon niets over ze te weten komen en ik was juist een nieuwsgierig kind.”

Wanneer wilde je echt op zoek naar je biologische ouders?

„Toen ik zo rond de dertig was. Met mijn ouders hier voelde ik totaal geen connectie maar ik wilde wel een connectie maken met familie. Ik wilde gewoon weten wie ik was.”

Koning nam contact op met het Fiom, een organisatie voor geadopteerde kinderen. Via the International Social Service werd het in behandeling genomen. Na een jaar hoorde Koning dat ze haar niet konden helpen, Iran erkende de organisatie niet. Koning huurde een Iraanse advocaat in die haar weeshuis bezocht en oude politieaantekeningen vond over haar vondst. Ze wist nu dat ze er slecht aan toe was als baby, en dat ze om acht uur ‘s avonds was gevonden, maar verder niets. „Ik heb het hier een paar jaar bij gelaten. Voor mijn achtendertigste ga ik op zoek naar mijn ouders, dacht ik toen. Eerst wilde ik de relatie met mijn ouders verbeteren, dat lukte niet.”

Twee jaar terug schreef ze een brief naar de redactie van Khorasan, een krant in Mashhad. Zij plaatsten een artikel over haar zoektocht. Kort later werd ze gebeld.

Hoe was dat?

„Ja, bizar en emotioneel heftig. Het was een vrouw die dacht dat ik haar dochter was. Redacteuren van de Iraanse krant waren haar gaan opzoeken, ze filmden haar voor me. Als ik met haar belde, noemde ze mij steeds haar kind. Uit DNA-onderzoek bleek het niet zo te zijn.”

Is dat moeilijk om te horen?

„Je hoopt op zo’n moment dat het goed zit. Maar je wordt niet teleurgesteld want je bent eigenlijk niet anders gewend.”

Een nieuw bericht werd in de krant geplaatst. Een groepje zussen nam contact op met Koning. Oud-verslaggever van NRC, Thomas Erdbrink, die in Iran woont, nam DNA mee van een zus naar Koning. Weer kwam het niet overeen. Erdbrink werd vorig jaar gebeld door twee jonge Iraanse filmmakers Kourosh Ataee en Azadeh Moussavi die de zoektocht van Koning wilden volgen.

„Zo is het crowdfundingproject begonnen. Er is nu een derde persoon gevonden, een man die denkt dat hij mijn vader is. We hebben elkaar al gesproken via Skype. Hij lijkt echt op me.” Koning pakt zijn foto erbij. Ze hebben beiden amandelvormige ogen. Ze gokt dat deze man, Ali Akbar heet hij, analfabeet is. „Op Skype kwam hij tot leven. Ik zag zijn ogen en hoorde zijn stem, het was superspannend.”

Zaterdag tot twaalf uur ‘s middags loopt het crowdfundingproject. Als ze genoeg geld ophalen, gaat zij naar Iran, met de filmmakers om DNA-onderzoek te doen met Akbar.

Wilde je niet eerder al naar Iran gaan?

„Ik heb een paar keer op het punt gestaan, maar ik was er steeds net niet aan toe. Het is een grote stap. Sinds de filmmakers zijn betrokken bij mijn zoektocht voel ik me veiliger, nu is het onze baby. Ik kan eigenlijk niet wachten om te gaan. Als eerste kus ik de grond, denk ik. Ik wil door het land reizen, misschien wel Farsi studeren aan de Universiteit van Teheran of daar een halfjaar wonen. Hopelijk komen er herinneringen naar boven door de geuren daar.”

Na het interview wordt contact opgenomen met de vrouw in Iran. Ze huilt inderdaad, ze is al lang op zoek naar haar zusje, die ook Farideh heette en toen zes maanden oud was. Ze zou nu 55 jaar oud moeten zijn. Koning is dus te jong om haar te zijn. De volgende dag ontvangt ze foto’s van haar, ze lijken niet. Is Koning niet teleurgesteld? „Ik voel me vooral verantwoordelijk dat ik hun gemis heb aangewakkerd.”