‘Een liter benzine is zo gekocht’ – Welnee. Weg jij!

Kunst als boksbal. Nijntje Parade. Beth & Flo. Kissing Earth. Harma Heikens.

De jongen trapt een voetbal tegen het hoofd van Nijntje. Ze hoort bij de Nijntje Art Parade, 60 menshoge beelden waarmee dit jaar in diverse steden de 60ste verjaardag van Dick Bruna’s Nijntje Pluis wordt gevierd. Tekenaar Piet Paris schonk zijn Nijntje een feestjurk, fotografen Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin lieten theerozen in haar oren groeien. Op de Amsterdamse Plantage Middenlaan, krijgt Nijntje, door illustrator Annette Fienieg in bloemen en bijen gezet, er van langs. „Hou daar eens mee op.” Meer hoef ik niet te zeggen. De jongen holt meteen weg, hij weet best dat hij iets belachelijks doet.

Wat is er toch met deze buurt? Het Auschwitzmonument van Jan Wolkers in het parkje hier tegenover werd verschillende malen gemolesteerd. En even verderop stortte dierentuin Artis zand onder het beeld van de stegosaurus. Boudewijn Bollee maakte het beeld in 1954. Het is nu klimrek. Daar zou meneer Bollee van opgekeken hebben.

Kunst moet zich verweren tegen geweld en gif van ongevoeligen. Vandaar dat ik geniet van twee jonge pianistes, Claudette Verhulst en Elsbet Remijn, oftewel Beth & Flo. Kunst een boksbal? Inderdaad. Onder de titel Slaande ovatie geven ze, in de ring bij een boksschool, een zowel groots gespeeld als unverfroren gekickbokst pianoconcert. Het is geen gimmick, dit concert gaat over de kracht van muziek en musici. Schubert, Liszt, Skrjabin, Rachmaninov, Bach. Ik zie hun spieren werken. Bij kickboksen en musiceren wordt hetzelfde zweet vergoten en regeren dezelfde heftige gevoelens.

Maar kunst in de openbare ruimte is vogelvrij. En wie daar bezwaar tegen maakt, heet naïef of elitair of uit de hoogte. De beeldhouwer Auke de Vries maakte in 1983 het Maasbeeld, naast de Willembrug in Rotterdam. Nu spreken de Rotterdammers vertederd over hun ‘waslijn’, toen werd het aangevallen. Het moest kapot, weg, er werd zelfs een huisgemaakte bom aan gehangen. En nu wordt, ook in Rotterdam en zelfs nog voor het er staat, het werk Kissing Earth al bedreigd, van de IJslander Olafur Eliasson. Je kunt iets niet mooi vinden, je kunt je ertegen verzetten. Maar hoezo dit „pleurt op!” en aangekondigd vandalisme?

En intimidatie heeft effect. Op het Noorderzonfestival in Groningen stond een komisch cryptopornografisch beeldje van Harma Heikens. In een container. Wie het zag was het gáán zien, want die was dat hok binnengelopen. Twee mannen kwamen het beeld in elkaar trappen. Ze dreigden de medewerker die hen tegenhield door zijn knieën te schieten en zouden terugkomen: „Een liter benzine is zo gekocht”. Waarop het festival de maakster opdroeg haar beeld te verwijderen. Wat belachelijk is. Gasten in het nauw stuur je niet weg, je komt voor ze op.

In Utrecht zijn intussen wat Nijntjes in veiligheid gebracht. Die van Klaas Gubbels werd beklad, die van Richard Hutten van haar sokkel geschopt. Dit is geen dolletje, dit is razernij. En waarom? Omdat kunst verwart en raar doet. Het treft in de onderbuik want het daagt uit tot nadenken. Heel eng, vandaar.

Het zij zo. Maar wie zo sneu is dat hij kunstwerken niet verdraagt, heeft nog geen excuus om een potje te dreigen of te rammen. Tengels thuis.