Een huis vol visite

Tussen het verschonen, het voeden en de huilbuien door was het ontzettend leuk om er een baby bij te hebben. Alsof ik dat zelf niet wist, waren er genoeg mensen die kwamen zeggen hoe leuk of het wel niet was: de zogenaamde kraamvisite. Omdat ik nooit enige interesse had getoond in andermans kinderen en de vriendin op dat front ook niet bekend stond als overenthousiast, bestond de verwachting dat het bij ons wel mee zou vallen met het aantal bezoekers – maar familie en beste vrienden lieten zich niet afstoppen.

Eerst waren er de urenlange seances met de moeders (vaders zijn er niet meer). Die van mij had er een lange reis met een gemankeerde voet voor over gehad, waarna ze met het kind in de armen in onze bank verdween. De communicatie, de laatste jaren sowieso al een probleem, hield daarna niet over. Ze benoemde simpelweg wat lichaamsdelen – ‘die armpjes’, ‘tien teentjes’, ‘dat hoofdje’ – waarna de verzuchting volgde dat het kind ‘om op te eten’ was. Toen ze wat later opeens ‘hap-hap-hap’ begon te zeggen, dacht ik even dat ze dat ook daadwerkelijk ging doen.

De verbazing over hetgeen zich in onze huiskamer afspeelde, was groot. Er werd voornamelijk boven de wieg gehangen want met ‘vasthouden’ waren we, nadat de baby een keer was doorgegeven aan een vijftienjarige die het met de woorden ‘ach gossie’ in een onbedaarlijke huilbui wiegde, gestopt. Er waren er met onbedwingbare kusneigingen, er werden bevallingsverhalen uitgewisseld en er werd naar gelijkenissen gezocht. Niemand herkende, behalve haar voetjes, iets van mij in het kind.

„Gelukkig maar”, zei een vriendin die er nooit meer in komt.

Dan de meegebrachte cadeautjes: rompertjes, rompertjes en rompertjes. En humor. Ons kind heeft inmiddels drie roze-witte mutsjes met Vitesse-logo – een grote tweekoppige geel-zwarte adelaar – die haar iets angstaanjagends geven. Gesprekken met vrienden die voor de gelegenheid hun eigen gezinnen hadden meegenomen, verliepen anders dan anders.

„Drinkt ze een beetje door?”, hoorde ik mijn beste vriend informeren.

Qua gezelligheid was de grens wat mij betreft bereikt toen iemand een ‘koffie verkeerd’ bestelde. Ik was soms jaloers op de vriendin, die weg kon om te voeden, waarna ik alleen achterbleef. Het waren altijd verkeerde mensen die het langst bleven hangen.

Met het onverwachte bezoek van iemand die ‘toevallig in de buurt was’ gingen we gisteren een nieuwe fase in. Voortaan fietste ik voor het naar binnen gaan eerst rondom mijn huis om me ervan te vergewissen dat er geen visite was. Je wist maar nooit wie er nu weer in was geslaagd om naar de baby te komen kijken.