Echte keuze voor publiek bestel blijft weer eens uit

Tot een van de constanten in de Nederlandse politiek behoort het onophoudelijk sleutelen aan het omroepbestel. Verwonderlijk is dat niet, want een andere constante is dat de meestal uitvoerig besproken wetsvoorstellen om ‘het bestel’ aan te passen vaak al achterhaald zijn als ze in het Staatsblad zijn opgenomen.

Omroeppolitiek in Nederland – ooit viel er een kabinet op – blijft een achterhoedegevecht met nog uit de vooroorlogse verzuiling stammende belangenvertegenwoordiging versus een zich technologisch razendsnel mondiaal ontwikkelende media-industrie.

Ook het huidige kabinet laat Hilversum niet ongemoeid. Allereerst is er de bezuiniging van 50 miljoen euro met ingang van 2017. Deze komt bovenop de 200 miljoen die het eerste kabinet Rutte al van de in totaal 890 miljoen euro bedragende begroting weghaalde. Voorts werd het aantal omroepen van 21 naar 8 teruggebracht.

Bij alle veranderingen van de afgelopen decennia werd telkens de kernvraag vermeden. Deze luidt: waar dient in een tijd zonder etherschaarste de publieke omroep nog toe? Het valt in staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en wetenschap, VVD) te prijzen dat hij deze vraag heeft geprobeerd te beantwoorden. De visie die hij vorig najaar ontvouwde, heeft hij deze week omgezet in een concreet wetsvoorstel. Als het aan hem ligt wordt dat reeds op 1 januari aanstaande van kracht.

Voor Nederlandse begrippen oogt zijn voorstel zondermeer revolutionair. Het begrip „verstrooiing” wordt als kerntaak uit de mediawet geschrapt. Vermaak is alleen geoorloofd als middel „om een bepaald educatief, informatief of cultureel doel te bereiken”, aldus Dekker in de toelichting bij zijn wetsvoorstel.

Het lijkt helder. Met deze programmatische beperking wordt een onderscheid aangebracht tussen de mede door de belastingbetaler bekostigde publieke omroep en de commerciële omroep. Puur amusement zal alleen nog te vinden zijn bij de commerciëlen.

Maar in de praktijk is het verschil aanzienlijk minder duidelijk. Amusement mag namelijk wel worden ingezet om een informatief, cultureel, of educatief doel te bereiken, of om een breed en divers publiek te trekken en te binden, zegt het wetsvoorstel. Met een dergelijke uitzonderingsbepaling weten de creatieve geesten bij de publieke omroep wel raad.

Ook na deze wetswijziging zal het hybride karakter van de omroep volop blijven bestaan. Wie echt veranderingen wil, zal het op een voorbije tijd gebaseerde stelsel met zijn diverse omroepen ten principale ter discussie moeten stellen. Dat is niet gebeurd. Dekkers voorstel is pas een begin.