De schreeuw van Van Gogh hangt eindelijk in Amsterdam

In het Van Gogh Museum hangen binnenkort tientallen werken van Van Gogh en Munch naast elkaar. Ontdek overeenkomsten en verschillen. Geniet van liefst twee versies van ‘De schreeuw’.

Het Ekebergpark werd eind negentiende eeuw aangelegd om de bewoners van Oslo frisse lucht te geven. Het is hier dat Edvard Munch in de jaren 1880 naar eigen zeggen De schreeuw meemaakte. De omgeving is met een beetje goede wil nog herkenbaar. De kleuren zijn dat niet. Op deze zomerse dag zijn de bomen groen, is de zee blauw en de lucht grijs, niet zo rood en oranje als Munch het schilderde. Hij was dan ook een expressionist, zo is ons geleerd. Of een voorloper van de expressionisten. Alleen in dit geval misschien niet, want juist de kleuren van De schreeuw zijn niet expressionistisch maar realistisch, niet vandaag maar wel in 1883, toen de uitbarsting van de vulkaan Krakatau in Indonesië de hemel in de schemering ook in Noorwegen bloedrood kleurde. Munch zal van de oorzaak niet geweten hebben, en dus ook niet dat die uitbarsting duizenden mensen het leven kostte of dat de knal van de uitbarsting het hardste geluid was dat ooit op aarde is gehoord – er ging inderdaad „een schreeuw door de natuur”, zoals Munch het voorval later beschreef. Munch kan die knal niet gehoord hebben – de geluidsgolf was in Noorwegen niet meer met het blote oor waarneembaar. Of was de schilder zo gevoelig dat alleen hij het wel heeft gehoord? Anders is het toeval van de soort waarvan je dat heel moeilijk geloven kunt. Maar toch: toeval.

Het schilderij dat Munch jaren later van deze bloedrode hemel maakte, heet De schreeuw, maar het had ook bekend kunnen worden onder de andere titels die de schilder overwoog, Angst of Wanhoop. Gevoelens die mensen overal kunnen overvallen, in Oslo en in Amsterdam, ook zonder dat je weet waarom. Het schilderij articuleert het onbestemde zoals alleen kunst dat kan: vage gevoelens scherp getekend.

Waar hangt De schreeuw? Het is een vraag die in het van Gogh Museum door bezoekers vaak wordt gesteld. De gedachte erachter is niet zo wonderlijk: het beroemdste schilderij ter wereld zal wel door de beroemdste schilder geschilderd zijn. De schreeuw is bekender dan zijn toch ook niet onbekende schepper, terwijl Van Gogh juist nog beroemder is dan zijn zonnebloemen en sterrennachten. Had hij maar geen oor af moeten snijden. De vragenstellers houden het schilderij misschien wel voor een zelfportret, waarbij de kunstenaar zijn handen op zijn oren houdt. Au! Het gekwelde genie schreeuwt het uit. Geen Krakatau meer nodig.

Tot nu toe moesten de medewerkers van het museum de vragenstellers naar Oslo verwijzen. Maar binnenkort zijn ze in Amsterdam wel aan het goede adres. Deze herfst zullen zelfs twee versies van De schreeuw, die van het Nasjonalmuseet en die van het Munchmuseet, aan het Museumplein te vinden zijn. En meteen zullen de vragenstellers dan hun vergissing bemerken: De schreeuw zou nooit door Van Gogh geschilderd kunnen zijn. Vergelijk het maar met Van Goghs Zelfportret met verbonden oor. Andere werelden.

Toch gaat de verwantschap tussen Vincent van Gogh (1853-1890) en Edvard Munch (1863-1944) verder dan de roem. Dat is het uitgangspunt van de tentoonstelling Munch : Van Gogh, die deze zomer al, in iets bescheidener vorm, in het Munch Museum in Oslo te zien was. Het is in Oslo al een spannende tentoonstellingen, die dwingt tot kijken, vergelijken, weerleggen en toegeven. Zoek de overeenkomsten. Proef de verschillen. Bedwing het toeval.

Het leven van de twee schilders vertoont een frappant aantal gelijkenissen. Ze waren beiden:

Kunstenaars die in 1880 beslisten dat ze dat wilden worden Kunstenaars uit een streng protestants milieu Kunstenaars die naar Parijs gingen Kunstenaars die daar de Japanse prenten in de Ecole des Beaux-Arts zagen Kunstenaars die mooi over hun eigen werk schreven Kunstenaars die veel zelfportretten maakten Kunstenaars die zichzelf met een pistool verwondden Kunstenaars die in een psychiatrische inrichting zaten Kunstenaars die door Harry Graf Kessler verzameld zijn Kunstenaars die de weg bereiden voor het expressionisme Kunstenaars die entartet verklaard zijn Kunstenaars met een eigen stijl Kunstenaars die graag in serie werkten Kunstenaars met een eigen museum

Maar heel bijzonder is dat niet altijd: van geen van deze clubs zijn alleen Van Gogh en Munch lid; er zitten steeds anderen bij. De club van de pistolen is waarschijnlijk het kleinst; maar zelfs die moeten ze met anderen delen, al was het maar met Chris Burden, die zich in 1971 voor een performance in zijn arm liet schieten. Bovendien zijn er ook nog veel clubs waar Munch wel lid van was en Van Gogh niet, zoals de club van schilders die hun verf dun aanbrengen, de club van schilders die de verf juist plamuren, de club van schilders die beïnvloed zijn door Van Gogh. De belangrijkste verzameling die ze niet delen is die van kunstenaars die jong gestorven zijn. Het is een vraag die de tentoonstelling steeds overweldigender stelt: wat zou er gebeurd zijn als Van Gogh net als Munch van zijn schotwond hersteld was? Munch schreef zelf in 1935: „Van Gogh liet in zijn korte leven zijn vlam niet doven – zijn penselen waren vol vuur en gloed in die weinige jaren waarin hij zichzelf opbrandde voor zijn kunst. Ik wilde, in mijn langere leven en met meer geld ter beschikking, mijn vlam ook niet laten doven, net als hij, en met brandend penseel tot het laatste moment schilderen.”

Maar slechts een vijfde van de werken op de tentoonstelling is van na 1908, als Munch in een psychiatrische kliniek wordt opgenomen. Hij was toen 44. Vaak gaat het daarbij bovendien om nieuwe versies van al bekende motieven. Voor de kunst had het dus misschien niet veel uitgemaakt als Van Gogh langer was blijven leven. Nog meer zonnebloemen. Nog mooiere zonnebloemen, misschien.

De verwantschap tussen van Gogh en Munch werd al vroeg vastgesteld, in 1897 schreef een Franse criticus er over, ondanks het verschil in schildersgemak dat toen en nu een van de meest in het oog springende verschillen blijft; naast de sprezzatura, het schijnbaar soepele vakmanschap van Munch, zie je van Gogh zwoegen, al leidt dat soms toch tot het paradijs. Dat blijft de magie van Van Gogh.

Op de tentoonstelling zijn de werken in paren opgehangen. Het gele huis van Van Gogh naast een rood huis van Munch, de slaapkamer van Van Gogh naast Munchs Zelfportret tussen klok en bed, Sterrennacht boven de Rhône van Van Gogh naast Sterrennacht van Munch. Vaak is het het genre of het motief dat de gelijkenis veroorzaakt, soms een cliché als een handgebaar dat melancholie veronderstelt.

Bij sommige werken lijkt aannemelijk dat Munch Van Gogh gezien heeft en de kijker dat wil laten weten, zoals bij de sterrennachten. Bij andere doeken lijkt het beeldrijm toevallig. De schreeuw (1893) zal in Amsterdam naast De brug van Trinquetaille (1888) hangen. Beeldrijm alom bij deze twee. De schuine lijnen, de weg, de eenzame figuur op de voorgrond die naar het gezicht grijpt. Kunsthistorici zien graag betekenis waar gewone stervelingen toeval zien. Maar in de kunst is een gelijkenis ook minder vaak toeval dan daarbuiten. Kunst baart vaak kunst, motieven en methodes worden overgenomen en uitgewerkt op allerlei manieren. Van Gogh en Munch probeerden eind negentiende eeuw nieuwe wegen in te slaan en trokken soms een eind dezelfde kant op. Minder gelijkenis zou misschien nog verrassender zijn.

Zou Munch dit specifieke schilderij van Van Gogh gezien hebben voor hij De schreeuw schilderde? En is dat nodig voor gelijkenis? Schilders zijn net mensen. Met dezelfde ingrediënten kunnen ze steeds iets nieuws maken dat steeds hetzelfde is, iets dat zowel lijkt als verschilt. Misschien houden we wel zo van vergelijkingen omdat we vergelijkingen zijn. Tenslotte heeft bijna iedereen twee ogen, een neus en een mond. Alle mensen zijn alle mensen.

In het Ekebergpark is op de plaats waar Munch ongeveer gestaan moet hebben toen hij De schreeuw meemaakte, in 2013 een metalen lijst neergezet. Het is een kunstwerk van Marina Abramovic, dat door het publiek moet worden afgemaakt. Ieder mens kan hier in De schreeuw staan. Alle mensen kunnen Munch zijn of zich Van Gogh voelen. Illusie. Tot de Krakatau weer uitbarst.

Correcties & Aanvullingen

Munch en Van Gogh

Anders dan vermeld in Nieuw seizoen met Bowie, Bosch en dubbele schreeuw Munch (27/8, p. 2 en p. C6-7) toont het Van Gogh Museum maar één versie van Munchs schilderij De schreeuw, die van het Munch Museum in Oslo.