Column

De poeptest

Deze week kreeg ik een brief die me nogal van mijn stuk bracht. Hij was met de beste bedoelingen geschreven, maar toch ging er een zekere dreiging van uit. Niet dat mijn dood werd aangekondigd, maar het kwam wel een beetje in de buurt.

De brief was ondertekend door „Mw. E.J.C. Bongers MBA, Bestuurder”. Uit het briefhoofd bleek dat zij bestuurder is van Bevolkingsonderzoek Midden-West. Waarom wij moeten weten dat zij een MBA-studie (MBA staat voor Master of Business Administration, een bedrijfskundige en bedrijfseconomische studie) heeft gevolgd, werd mij niet helemaal duidelijk. Die brief gaat over iets heel anders, namelijk mijn mogelijke deelname aan het landelijke bevolkingsonderzoek naar darmkanker onder mensen van 55 tot en met 75 jaar.

„U ontvangt over ongeveer twee weken een uitnodiging”, schrijft mw. Bongers mij. „U krijgt een paarse envelop thuisgestuurd met daarin een gebruiksaanwijzing en een buisje, de ontlastingstest. Aan de groene dop van het buisje zit een staafje. U prikt hiermee op vier verschillende plaatsen in uw ontlasting (poep) en vervolgens stopt u het staafje terug in het buisje. Daarna stuurt u het buisje in de retourenvelop naar een laboratorium. Daar wordt onderzocht of er bloed in uw ontlasting zit. Dit is niet altijd met het blote oog te zien. Bloed in de ontlasting kan te maken hebben met darmkanker. Als er bloed wordt gevonden, dan is vervolgonderzoek nodig.”

In één opzicht betekende deze alinea een opluchting voor mij. Ik heb altijd gedacht dat je zelf een doosje moest vervaardigen waarin je je ontlasting (poep) naar het bureau van het Bevolkingsonderzoek bracht om het persoonlijk te overhandigen aan mw. Bongers of een van haar medewerkers. Daar zag ik erg tegenop. Wat moest je zeggen? „Dit is mijn poep”?

Maar verder zag ik de nodige bezwaren. Prikken in poep heeft misschien voor kleine kinderen iets aanlokkelijks, mij staat het bij voorbaat tegen. En als je het zaakje met veel moeite en geknoei in een envelop hebt gekregen, moet je die dan dichtlikken of is het, ik mag het hopen, zo’n zelfklevende envelop?

Toch vallen deze praktische kwesties in het niet bij de cruciale vraag: wil ik wel zo’n onderzoek? Mw. Bongers laat duidelijk weten dat het niet verplicht is: als ik me binnen zes werkdagen na ontvangst van de brief afmeld, ontvang ik geen uitnodiging. Toen destijds het publieke debat over deze kwestie losbarstte, heb ik me afzijdig gehouden. Misschien vergaten ze me uit te nodigen, hoopte ik, dan hoefde ik geen beslissing te nemen.

Het debat tussen de deskundigen bracht me in verwarring. De een vond het onderzoek overbodig, de ander noodzakelijk. Ik begreep dat de poeptest geen 100 procent zekerheid biedt, bovendien is het onderzoek niet zonder risico’s. Daar staat tegenover dat de kans op een succesvolle behandeling groter is als een tumor in een vroeg stadium wordt ontdekt. En liefst 90 procent van de lijders aan dikkedarmkanker is ouder dan 55.

Van de huisartsen in Nederland is slechts de helft voorstander van het onderzoek. Ik las destijds een ingezonden brief van een huisarts die er mordicus tegen was. Toen dacht ik: ik doe het niet. Maar nu mw. E.J.C. Bongers MBA daadwerkelijk aan mijn deur klopt, voel ik de twijfel weer groeien, misschien wel samen met die rotpoliepjes die tumor kunnen veroorzaken.

Ik geloof dat ik het toch maar doe. God is wreed.