China staat voor een pijnlijke keuze

De Chinese beurs verloor in zeven weken 43 procent in waarde. Chinese leiders zijn verdeeld over de aanpak van deze crisis: meer aan de markt overlaten of juist meer inmenging van de staat? Die onzekerheid maakt beleggers alleen maar nerveuzer.

Foto Reuters

Paniek in China na de zoveelste zwarte maandag, of nog zwartere dinsdag? Bij en rondom de plek des onheils – de beurs van Shanghai – is van alle mondiale commotie niets te merken. Het gebouw, waar de op een na grootste beurs ter wereld zetelt, ademt rust uit. Handelaren doen in gewijde stilte hun elektronische werk.

Aan de overkant van Century Avenue, in een van de drie grote Apple-winkels van Shanghai, bewijzen jonge kantoorwerkers het gelijk van Apple-topman Cook die hoe dan ook optimistisch blijft over de groei van de Chinese economie. Bij de Apple-medewerkers in hun blauwe polo’s staan groepen jonge kantoorwerkers die zich inschrijven voor de nieuwe iPhone 6s (à 750 euro).

Een metrohalte verderop bevinden zich de vestigingen van Volkswagen, BMW, Buick en Suzuki. BMW-verkoper Charles Zhu vertelt het lekker druk te hebben, vooral met de verkoop van de kleinere, goedkopere modellen vanaf 40.000 euro. Deze ochtend heeft hij al drie X3-modellen verkocht.

De koersval duurt al zeven weken

Is het Chinese en internationale beursdrama terug te voeren op immer nerveuze gokkers en overgevoelige beleggers die geen binding lijken te hebben met de echte economie? Na een zeven weken durende koersval van 43 procent liggen de Chinese koersen nog altijd 50 procent hoger dan een jaar geleden. De meeste verkopers pakken dus toch winst.

Feit is ook dat ‘slechts’ 90 miljoen Chinezen actief zijn op de beurs. Voor de overgrote meerderheid van de 1,3 miljard Chinezen zijn de beurskrach en het nieuws erover ‘achtergrondmuziek’. Of de koersen dalen of stijgen heeft geen enkele invloed op hun leven, ook niet op hun pensioenen en hypotheken, want die worden niet belegd.

Een hele stevige beurscorrectie in China was begin dit jaar al voorspeld door analisten van Hongkongse zakenbanken en de Wereldbank. Het kon immers niet kloppen dat, terwijl de Chinese groei sinds 2011 afzwakte van officieel 10 naar 7 procent, de beurzen van Shanghai en Shenzhen sinds begin 2014 groeiden met respectievelijk 135 en 150 procent. Deze speculatieve luchtbel, opgepompt door miljoenen kleine beleggers die snel rijk hoopten te worden, is gebarsten en loopt leeg.

Maar daarmee is nog niet de wereldwijde nervositeit verklaard. Steeds duidelijker wordt dat de economische fundamenten (export, zware industrie, verstedelijking) verzwakken. De tweede economie van de wereld is na 35 jaar van tomeloze groei begonnen aan een pijnlijk proces van hervorming. Een op export en zware industrie gebaseerde economie wordt omgevormd naar een diensten- en consumptie-economie.

De politiek reageert wisselvallig

De internationale onzekerheid over China, een van de belangrijkste motoren van de wereldeconomie, lijkt vooral versterkt te zijn door de wisselvallige maatregelen van de autoriteiten en de vaagheid over de economische en politieke koers. Meer markt of meer van dezelfde staatskapitalistische bemoeienis: dat is de vraag.

Deze jongste krach, de tweede in tien jaar, werd eerst bestreden met 400 miljard dollar en tal van verordeningen. Deze strijd, waarbij het politieke prestige van de leiders in het geding was, werd afgelopen weekend plotseling gestaakt. Op macro-economisch gebied gebeurde iets vergelijkbaars. Eerst werden zorgen over de economie „zwaar overdreven, anti-Chinese laster” genoemd en werd verzekerd dat het officiële groeidoel van 7 procent zou worden gehaald. Vervolgens werd de yuan onverwacht gedevalueerd om de kwakkelende exportsector te helpen. Daar kwam dinsdag nog een renteverlaging van een kwart procent overheen.

„De Chinese economische tovenaars lijken opeens hun magische krachten verloren te hebben. Het is duidelijk dat zij zich meer zorgen maken dan zij doen voorkomen”, constateerde Arthur Kroeber van onderzoeksbureau Dragonomics in Beijing.

Spooksteden en verlaten fabrieken

Wie veel rondreist door China, kan dat ook zien. Het gaat slecht in de noordoostelijke regio’s met zware industrie, het gaat niet goed in de bouw. Verlaten staalfabrieken, lege scheepswerven, stopgezette bouwprojecten en spooksteden markeren het traject van de Harmonie Express langs de oostkust en het noordoosten. Dit alles in steden die onder schuldenbergen (van in totaal 28.000 miljard dollar, volgens McKinsey) dreigen te bezwijken.

Reis in (zuid)westelijke richting en je ziet de nieuwe Alibaba-economie (internethandel) bloeien. Wie werk zoekt, kan morgen aan de slag bij Foxconn, maker van Apple- en Samsung-producten of bij de nieuwe dienstenbedrijven (websitebouwers, filmstudio's, modedesigners) in de grote steden. Autofabrieken draaien op 95 procent van hun capaciteit. China was en is werk in uitvoering, met alle onzekerheden en veranderingen van dien.

Onzekerheid is niet fijn op de beurs

Beleggers en bedrijfsleiders houden niet van onzekerheden. En waar zij vooral nerveus van worden, is van leiders die geen duidelijkheid scheppen. Alles wijst erop dat zich in het hart van de Communistische Partij van China een strijd afspeelt over de hervormingskoers. Geen van de in 2013 aangekondigde hervormingen om „de markt de dominante rol te laten spelen” zijn uitgevoerd. Er wordt „heftig, onvoorstelbaar zwaar verzet” geleverd tegen plannen om staatsbedrijven af te schaffen en de financiële sector te liberaliseren, stond vorige week in het Guangming Dagblad. Premier Li Keqiang, een econoom en hervormer, zou tegenover de neomaoïstische president Xi Jinping staan. Hij zou zelfs van plan zijn Li te offeren. Als dat gebeurt, volgen er nog vele ‘Zwarte Maandagen’.