Asielzoekers? Israël stuurt ze het liefst door naar Rwanda

Er zijn 50.000 Afrikaanse vluchtelingen in Israël. Vier kregen er asiel.

Een Afrikaanse migrant met zijn bezittingen, een van de 1.200 migranten die Israël de afgelopen dagen moest vrijlaten uit een detentiecentrum in de Negev-woestijn Foto Amir Cohen/Reuters

Bijna 1.200 vluchtelingen, voornamelijk uit Eritrea en Soedan, werden de voorbije dagen vrijgelaten uit Holot, een ‘open gevangenis’ in de Negev-woestijn. Het Israëlische hooggerechtshof had bepaald dat vluchtelingen maximaal een jaar mogen worden opgesloten, en deze 1.187 zaten er al langer.

Maar waar moeten ze naartoe? Van de regering mogen ze niet in Tel Aviv of Eilat wonen of werken, omdat die twee steden al relatief veel vluchtelingen herbergen. Vooral Tel Aviv is echter lastig te mijden, omdat die stad een belangrijk verkeersknooppunt is. Dinsdag werden twintig vrijgelaten asielzoekers weer opgepakt toen ze werden aangetroffen in een park in het zuiden van de stad.

En in een derde stad waar relatief veel vluchtelingen verblijven, het zuidelijke Arad, heeft de burgemeester het lokale politiekorps de opdracht gegeven „iedere niet-Joodse infiltrant” te weren. „Als we worden gedwongen onze strijd op te voeren, zal ik niet aarzelen alle inwoners op te roepen zich te verenigen en samen te strijden voor de vrede van de stad”, schreef burgemeester Nissan Ben Hamo op zijn Facebook-pagina.

De woordkeus van Ben Hamo verraadt iets over de omgang van Israël met asielzoekers. Net als Europa heeft Israël, als relatief westers land, een behoorlijke aantrekkingskracht op Afrikaanse vluchtelingen.

Bijkomend voordeel was dat ze Israël tot anderhalf jaar geleden konden bereiken over land, via Egypte. Intussen heeft Israël een grenshek geplaatst. Naar schatting zijn er nu bijna 50.000 Afrikaanse vluchtelingen in Israël.

Vluchtelingen bedreigen Israël

Een groot verschil met Europa is dat Israël nauwelijks asielaanvragen honoreert. Tot nu is er asiel verleend aan vier Eritreeërs en aan geen enkele Soedanees, oftewel 0,07 procent van alle 5.573 mensen die tussen 2009 en begin 2015 asiel hebben aangevraagd.

Dit strookt met uitlatingen van Israëlische politici. Zo zei premier Netanyahu dat de vluchtelingen het Joodse karakter van Israël bedreigen. Overigens mag iedereen, waar ook ter wereld, met minstens één Joodse grootouder onvoorwaardelijk naar Israël komen. Deze immigratie wordt zelfs sterk aangemoedigd.

Voor niet-Joodse migranten broedt Israël op andere maatregelen. Zo heeft Israël met Rwanda en Oeganda afgesproken dat vluchtelingen daarheen kunnen worden gestuurd. Ook werd vluchtelingen naar verluidt zo’n 3.000 euro geboden als ze vrijwillig zouden terugkeren naar hun land van herkomst. Weinigen gingen hierop in, aangezien ze de situatie in hun thuisland juist waren ontvlucht.

Het alternatieve plan van de regering was hen voor onbepaalde tijd op te sluiten, totdat het hooggerechtshof dat verhinderde.

De regering is erop uit vluchtelingen het leven zo onaangenaam mogelijk te maken, zegt vrijwilliger Elliot Vaisrub Glassenberg van de organisatie Right Now: Advocates for African Asylum Seekers in Israel. Een voorbeeld: wie niet is opgesloten en ook geen asiel krijgt, heeft meestal een tijdelijk visum dat steeds moet worden verlengd. Vaisrub Glassenberg: „Eerst was dat eens in het halfjaar, nu eens in de twee maanden. En het kan maar op twee plekken in Israël. Dat kost ze dus telkens een werkdag.”

Werken mogen de mensen met zo’n tijdelijke status wel. Volgens Vaisrub Glassenberg stonden de busjes van hotels en aannemers de afgelopen dagen al klaar bij het detentiecentrum, om mogelijke nieuwe arbeidskrachten te werven. Dit bewijst, aldus de vrijwilliger, dat hun aanwezigheid in Israël wel degelijk gewenst is. Voor de vrijgelaten vluchtelingen is van overheidswege geen werk of huisvesting geregeld. Ze kregen 64 shekel (14,50 euro) mee, waarvan ruim 5 euro opgaat aan een kaartje voor de bus naar Beer Sheva.

De 34-jarige Teshome Nega uit Eritrea is een van de 1.200 vrijgelatenen. Hij zat anderhalf jaar in Holot. Zes jaar was hij al in Israël. Nega had een baan bij het Royal Beach-hotel in Tel Aviv, eerst als ober en later deed hij de roomservice. „Nu ben ik al blij met een plekje om te slapen”, zegt hij. Afgelopen nacht vond Nega een bed bij vrienden buiten Tel Aviv. Het liefst zou hij weer aan de slag gaan in een hotel. „Ik spreek inmiddels de taal.”

Diverse leden van de regering hebben in het voorbije jaar hun sympathie getoond voor de Joodse inwoners van het zuiden van Tel Aviv, die er onevenredig veel vluchtelingen in hun buurt bij hebben gekregen. Natuurlijk, zegt vrijwilliger Vaisrub Glassenberg, moet er rekening worden gehouden met deze bewoners. „Maar het was toch echt de regering zelf die in het verleden zei: hier heb je een busticket naar Zuid-Tel Aviv, en zoek het verder maar uit.”

Voor Nega is het lastig dat hij niet naar Tel Aviv kan, waar zijn vrienden zitten. In het algemeen voelt hij zich zeer onwelkom in Israël. „Ze willen ons naar Rwanda sturen. Ik kan je verzekeren dat dat levensgevaarlijk is. Ik ga kijken of ik ergens anders terechtkan, in de VS, Canada of Europa. Een plek waar ze een vluchteling accepteren.”