Ze won brons. Dus waren er tranen. Maar niet van geluk

De finale van de 1.500 meter had haar moment of fame moeten worden. Maar Sifan Hassan luisterde niet naar haar coach en volgde haar gevoel. Dat pakte helemaal verkeerd uit.

Sifan Hassan na de 1.500 meter, waarbij ze als derde eindigde. Foto Dylan Martinez / Reuters

„Ik heb dom gedaan.” Een winnares van een bronzen WK-medaille die zoiets van zichzelf zegt, maak je zelden mee. Maar Sifan Hassan kon gisteren in Beijing niet blij zijn met haar derde plaats op de 1.500 meter. Tranen welden op over gemist goud of zilver. „Ik heb een grote fout gemaakt”, stamelde ze schuldbewust.

Hassan (22) is een atlete met een groot hart, maar ook een met een beperkt strategisch inzicht. Bovendien is ze een eigenwijze sportvrouw, die adviezen van haar coach Honoré Hoedt nogal eens wil negeren. Een bundeling eigenschappen die Hassan tot een onvoorspelbare loopster maakt. De ene keer loopt ze iedereen naar huis, een volgende keer kost verkwisting van energie haar de overwinning.

Alleen winnen telt voor Hassan, die overstroomt van ambities. Dat is haar karakter – de motor van haar succes – maar ook haar valkuil. Als de voormalige Ethiopische niet wint, is ze boos, gefrustreerd en ontevreden tegelijk. In die gemoedstoestand verliet ze gisteren het stadion in Beijing, waar ze tactisch had geblunderd.

Ze wilde wereldkampioen worden

Hassan wilde daar wereldkampioen worden. Geen irreële wens. Maar dan moest ze wel de torenhoge favoriet, de Ethiopische Genzebe Dibaba verslaan. Gemeten naar persoonlijke records een verschil van zes seconden. Hassan denkt evenwel onbegrensd en had zich intensief en punctueel op de machtsovername voorbereid.

In aanloop naar de WK had ze in het Zwitserse Sankt Moritz hard getraind en een wedstrijd tegen mannen laten arrangeren om een tijd rond Dibaba’s persoonlijk record van 3.50,07 minuten te realiseren. Ze wilde zich het gevoel van zo’n snelle tijd eigen maken. Wat mislukte, want Hassan liep vier seconden langzamer.

Niet dat het haar demotiveerde, want Hassan voelde de vorm dusdanig stijgen, dat ze in een wolk van zelfvertrouwen naar China reisde. In de series kende ze geen probleem, in de halve finale evenmin; ze won beide. De finale zou haar moment of fame moeten worden. Ze vertrouwde op haar standaardtactiek door achteraan te beginnen en van daaruit de aanval in te zetten. Hassan houdt niet van het gedrang en wil de wedstrijd graag overzien.

Die aanpak werkt meestal, maar gisteren niet in de WK-finale. Coach Hoedt had haar nog zo gewaarschuwd in het spoor van Dibaba te blijven – „omdat ik verwachtte dat die haar aanval niet op de laatste 400 meter, maar op de laatste 800 meter zou inzetten”, zei hij na afloop van de race. Maar Hassan volgde haar gevoel, in plaats van Hoedts aanwijzing. Op het moment dat Dibaba inderdaad op 800 meter aanzette, lag Hassan dermate ver achter dat een inhaalrace bij voorbaat een verloren race werd.

Haar eindsprint kwam te laat

Hassan sprintte naar voren om op het laatste, rechte eind de aanval op Dibaba in te zetten. Te laat. Wat volgde was een machteloos gevecht. Met het naderen van de finishlijn vloeiden de krachten uit haar lichaam. Hassan leek op weg naar de (mooie) troostprijs zilver, maar werd op de valreep zelfs nog gepasseerd door het jonge, Keniaanse talent Faith Kipyegon. Brons, daar moet ze het mee doen. Maar die klassering ervoer de atlete als een zware nederlaag.

De waarom-vragen kwelden Hassan. Waarom had ze zo gelopen? Waarom had ze niet naar haar coach geluisterd? Waarom was ze zo dom geweest? Waarom, in hemelsnaam waarom? De atlete wist het antwoord niet. „Anders had ik het niet gedaan”, hakkelde ze. „Ik weet het niet. Echt, ik weet het niet. Misschien was ik te veel gefocust op mijn eigen wedstrijd. Misschien omdat alles nieuw was. Ik liep mijn eerste WK, moest voor het eerst drie keer lopen. Het was mijn fout. En nu heb ik spijt.”

Ze is nog niet klaar voor de Spelen

Hoedt nam het resultaat minder zwaar. Na een nachtje slapen, zal Hassan blij zijn met brons, veronderstelt hij. Als coach zocht hij de leermomenten. „De les is dat ze nog niet klaar is voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Rio de Janeiro. Nu weet Sifan dat er nog veel werk te doen is. Dat maakt het voor mij makkelijker, want met een wereldtitel zou ze gemakzuchtig zijn geworden.”

Werken met Hassan dwingt Hoedt tot meer creativiteit en meer inschikkelijkheid dan hij gewend was. De op zestienjarige leeftijd naar Nederland gevluchte Ethiopische heeft zo haar eigenaardigheden, voornamelijk ingegeven door haar geloof. Als moslima strijdt ze met de botsende belangen tussen haar religieuze en sportieve verplichtingen.

Het pijnigt haar dat ze als atlete zich niet aan alle islamitische voorschriften kan houden. En ze vreest haar moeder, die haar zou verketteren vanwege de weinig verhullende sportkleding die ze op de atletiekbanen draagt. Ze hoopt maar dat haar moeder geen tv-beelden van haar ziet. Hassan tooit zich bij voorkeur met een hoofddoek, maar die zit bij het rennen in de weg.

Haar worsteling met morele dillema’s en haar ambitie om uit te blinken in de sport, waaraan ze sinds haar komst als vluchtelinge in Nederland zes jaar geleden, haar hart heeft verpand, maken Hassan tot een vat vol tegenstellingen. Het ene moment bruist ze, het andere moment verteert ze. Maar saai is het met Hassan nooit.