Semi-elektrische auto’s worden flink duurder

Staatssecretaris Wiebes maakt tarieven bekend.

Hybride-rijder gaat duizenden euro’s meer betalen

De autobelasting voor semi-elektrische auto’s, zogenoemde plug-in hybrides, gaat de komende jaren flink omhoog.

Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen die staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De verschillen zijn fors. Zo stijgt de aanschafbelasting (bpm) van een Volvo V60 plug-in diesel van 463 euro naar meer dan 2.700 euro. Nieuwe leaserijders betalen niet langer 10.200, maar 15.461 euro aan bijtelling. Voor bestaande leasecontracten worden de oude voorwaarden gerespecteerd. Ook de BMW 1, de Mitsubishi Outlander, de Toyota Prius en de Mercedes S500 plug-in worden allemaal duurder. Op verzoek van de Tweede Kamer maakte de staatssecretaris een overzicht van de financiële gevolgen voor bezitters van op dit moment populaire leaseauto’s. Volgens een schatting van TNO bestaat het huidige wagenpark in Nederland uit een kleine 58.000 elektrische en semi-elektrische auto’s. Dat aantal zal dit jaar naar verwachting nog groeien naar 70.000 en volgend jaar naar 90.000.

Wiebes kondigde de belastingverhoging in juni al aan. Hij vindt het niet kunnen dat plug-ins fiscaal gestimuleerd worden terwijl deze vaak gewoon op brandstof rijden. Wel zei de staatssecretaris dat de berekeningen in zijn model snel achterhaald zullen zijn, omdat de auto’s waarvoor de berekeningen nu gemaakt zijn in 2020 waarschijnlijk zijn vervangen voor modellen die minder CO2 uitstoten. In dat geval komen de nieuwe modellen wel in aanmerking voor minder belasting.

Eigenaren van volledig elektrische auto’s, zoals de Tesla Model S, hoeven de komende jaren nog steeds helemaal geen bpm of motorrijtuigenbelasting te betalen.

Volgende week debatteert de Tweede Kamer met de staatssecretaris over zijn fiscale maatregelen voor autobezitters en leaserijders, die hij in juni in zijn tweede Autobrief had aangekondigd. Daarmee beoogt Wiebes de autobelastingen eenvoudiger en gunstiger voor het milieu te maken. De hervorming moet ook leiden tot een stabielere inkomstenbron voor de overheid.