Rusland buiten de rechtsorde

Minister Koenders van Buitenlandse Zaken heeft Rusland gisteren terecht de les gelezen. De weigering van Moskou om zich neer te leggen bij een uitspraak van het Permanente Hof voor Arbitrage in Den Haag is inderdaad „onder de maat”, zoals de minister verklaarde. Rusland zegt nog altijd het internationale recht te respecteren, maar plaatst zich in feite meer en meer buiten de internationale rechtsorde.

Het Hof had Rusland maandag opdracht gegeven om een schadevergoeding aan Nederland te betalen voor het enteren en in beslag nemen van een schip van Greenpeace, twee jaar geleden, en het arresteren van de bemanning. Het schip, de Arctic Sunrise, voer onder Nederlandse vlag. In de Barentszzee hield het een protestactie bij een boorplatform van Gazprom.

De kwestie leidde destijds tot diplomatieke spanningen tussen Nederland en Rusland, in het toch al door incidenten geplaagde ‘vriendschapsjaar’. De annexatie van de Krim en de oorlog in Oekraïne lagen nog in de toekomst, en dus ook de ramp met vlucht MH17. Maar ook toen al worstelde Nederland met de vraag hoe om te gaan met deze belangrijke handelspartner, die steeds meer trekken kreeg van een autoritaire staat die zich maar weinig gelegen laat liggen aan mensenrechten en andere pijlers van de rechtsstaat.

Het Nederlandse kabinet heeft er destijds goed aan gedaan om de zaak van de Arctic Sunrise voor de rechter te brengen. Nederland geeft altijd hoog op van het belang van internationaal recht, en moet daar dan ook naar handelen als het erop aan komt. Eerst werd Nederland in het gelijk gesteld door het Zeerechttribunaal in Hamburg. In een spoedprocedure bepaalde het tribunaal dat Rusland het schip niet aan de ketting had mogen leggen en de bemanning niet mocht vasthouden. Van piraterij en vandalisme, wat de Russische autoriteiten Greenpeace hadden verweten, was geen sprake geweest.

Rusland weigerde deel te nemen aan de procedure, zoals het ook verstek liet gaan bij het vervolg in Den Haag, waarin het oordeel uit Hamburg werd bevestigd. Moskou erkende de jurisdictie van de rechters niet, omdat de Russische soevereiniteit bij het incident in de Barentszzee in het geding zou zijn geweest. Een gelegenheidsargument, dat door de rechters terecht terzijde werd geschoven.

De hoogte van de schadevergoeding is nog niet vastgesteld, maar Rusland heeft al duidelijk gemaakt dat het niet zal betalen. Toch is de procedure niet zinloos geweest. Nederland heeft via de rechter een punt gemaakt: over het gedrag van Rusland én over de rechten, van Greenpeace en anderen, om op zee te demonstreren.