Onrust in China raakt ook besluiten van Fed en ECB

Centrale banken worstelen met China. Hoeveel moeten zij zich bij hun monetaire beleid aantrekken van die crisis?

Olieboringen van Tatneft bij Almetyevsk in Rusland. Mede door de crisis op de Chinese beurs is de malaise op de oliemarkt verergerd. Foto Andrey Rudak / Bloomberg

Niet alleen beleggers, ook centralebankiers kijken dezer dagen scherp naar China. In de Verenigde Staten en in de eurozone staan de centrale banken voor lastige beslissingen over een soepeler of juist strakker monetair beleid.

Door de problemen in China – lagere economische groei, devaluatie van de yuan, onrust op de beurs – zijn de keuzes voor de Amerikaanse Fed en de Europese Centrale Bank nog moeilijker geworden. China kondigde gisteren opnieuw maatregelen aan om de crisis te bezweren (renteverlaging, meer kapitaal voor banken). De vraag is of die afdoende zullen zijn.

Het Fed-bestuur vergadert op 16 en 17 september. Beleggers gingen er lang van uit dat september hét moment zou zijn om de historisch lage rente (tussen de 0 en 0,25 procent) te verhogen. De Amerikaanse economie groeit, de werkloosheid daalt.

‘Gevaarlijke’ stap

Maar een renteverhoging is nu extra onzeker geworden. Sommige leden van het Fed-bestuur zijn al langer openlijk tegen een snelle renteverhoging. De voorzitter van de Fed van Minneapolis schreef onlangs in de Wall Street Journal dat de inflatie met 0,3 procent nog ver onder het doel van 2 procent ligt. Hij vindt een renteverhoging een „gevaarlijke” stap. Ontwikkelingen in China vormen nog eens een „complicerende factor”, zei maandag ook de baas van de Fed van Atlanta. Na de onverwachte devaluatie van de yuan is de Amerikaanse dollar zo’n 3 procent sterker geworden ten opzichte van de Chinese munt. Een renteverhoging maakt de dollar nog duurder: er is dan meer vraag van beleggers naar dollars, omdat beleggingen in de Verenigde Staten meer rente opbrengen. Als de dollar te duur wordt, is dat slecht voor de Amerikaanse export. Dat kan het economisch herstel schaden.

Dat herstel heeft al last van de de lage olieprijs; de investeringen in de winning van schalie-olie, die de economische groei stuwden, vlakken af.

Kapitaalvlucht

Met een renteverhoging kan de Fed de huidige kapitaalvlucht uit China en andere opkomende landen versnellen. Meer beleggers zullen dan hun geld naar de VS willen verplaatsen. Dat kan die landen nog meer problemen bezorgen.

De Fed is volgens zijn mandaat niet verantwoordelijk voor de wereldeconomie – alleen voor de inflatie en de werkloosheid in de VS– maar als opkomende landen in een crisis worden gestort, zal dat ook de Amerikaanse economie raken.

De financiële wereld zoekt deze week naarstig naar aanwijzingen voor het rentebesluit, op de jaarlijkse informele conferentie van internationale centrale bankiers in het Amerikaanse Jackson Hole. Daar is ook de vicepresident van de ECB, de Portugees Vitor Constancio.

Het ECB-bestuur komt volgende week donderdag bij elkaar. Een verhoging van de ultralage rente (0,05 procent) is niet aan de orde in het economisch nog zwakke eurogebied.

Bij de ECB is juist de vraag: moet zij niet nóg meer stimulerende maatregelen nemen? In maart begon de ECB met de grootschalige opkoop van obligaties. Maandelijks pompt de bank 60 miljard euro in de financiële markten. De ECB wil zo de inflatie naar het gewenste niveau van 2 procent duwen. Maar in juli was de inflatie nog maar 0,2 procent.

Euro is een veilige haven

Uit een verslag van de ECB-vergadering in juli, nadat de daling al had ingezet op de beurs van Shanghai, blijkt dat het bestuur zich zorgen maakt over de Chinese problemen. Die kunnen „meer dan verwacht” negatief uitwerken op de economische groei in de eurozone, zei ECB-hoofdeconoom Peter Praet. Het inflatiedoel dreigt nog verder uit zicht te raken. Inmiddels is ook de koers van de euro door de onrust in China weer gestegen: nu is de euro voor beleggers een veilige haven. Dat raakt de Europese export, een bron van herstel.

De ECB kan het steunprogramma onder meer uitbreiden door maandelijks meer staatsobligaties te kopen, of door ook bedrijfsobligaties te kopen. Een besluit hierover wordt volgende week nog niet verwacht, maar misschien zal de ECB wel zinspelen op uitbreiding van het programma.

Zeker nu China zo’n zwakke schakel in het financiële systeem is gebleken, hangt de wereldeconomie nog wel even aan het infuus van de centrale banken.