Iedereen gelijk in dit land? Onzin!

Fruitverkoper en handelaar

Als ik nu bedenk hoe mijn moeder zich staande heeft gehouden, heb ik daar bijna geen woorden voor. Ze was halverwege de dertig toen mijn vader bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam. Ze heeft als laboratoriumassistente vijf kinderen grootgebracht. Ongelooflijk. Een paar jaar geleden is ze overleden. Ik woon in haar huis. Het is de vraag wat ik mijn drie kinderen kan bieden.

Door mijn moeders opvoeding heb ik nooit in Chávez’ socialisme geloofd. Iedereen gelijk? Onzin! Wij stemden in 1999 thuis op Henrique Salas Römer. De massa deed dat niet en betaalt er nu al zestien jaar de prijs voor. Venezuela kampt met een psychische crisis. Normen en waarden zijn vervaagd. Het leger onderdrukt het eigen volk.

Ik verkoop fruit in de buurtsuper, ik handel in zuivel. Velen doen het met minder. Wij moeten basisproducten als maismeel, olie en wc-papier tegen een vaste lage prijs verkopen. Die worden eens in de zoveel tijd door de regering geleverd. Niemand weet wanneer. Mensen gaan op goed geluk elke dag in alle vroegte in de rij staan.

Ik hou mijn hart vast. Er zijn allerlei systemen uitgeprobeerd om het voedsel te verdelen. Vingerafdrukken, laatste nummer identiteitskaart: niets werkt. Overal breken onlusten uit. Hongerige mensen veranderen in beesten. Plunderingen zijn aan de orde van de dag. Mensen kijken ons erop aan als ze voor niets in de rij staan. De sfeer wordt agressiever.

Ik heb zorgen over de toekomst van mijn kinderen. Veel vrienden zijn in het buitenland. Geen optie. Venezuela is het land waar mijn moeder mij onder heel moeilijke omstandigheden heeft grootgebracht. Zij is mijn held.