Hoge strafeis voor man die aanslagen ‘verzon’

Radicale teksten, een recept voor een bom. Het schriftje van Mohamed B. hielp hem slechts bij het versieren van vrouwen, zegt hij.

Vier jaar celstraf heeft het Openbaar Ministerie geëist tegen een man die ervan verdacht wordt een terroristische aanslag te hebben voorbereid. Mohamed B. had het mogelijk gemunt op Nederlandse politieagenten of militairen. Hij verscheen gisteren voor de Rotterdamse rechtbank.

De 27-jarige Marokkaan B. woonde illegaal in Amsterdam. Ongeveer een jaar geleden kwam hij in beeld bij inlichtingendienst AIVD omdat hij mogelijk een wapen wilde bemachtigen. Bij zijn aanhouding werd geen wapen gevonden, wel een schriftje. Daarin zweert B. trouw aan de leider van terreurbeweging Islamitische Staat (IS), Abu Bakr al-Baghdadi. Ook staat er het recept in voor het maken van een flessenbom. „Meng goed en gooi het tegen dingen die snel voorbijkomen. Bijvoorbeeld een auto van de afvallige politie of het tirannieke leger. Als God het wil”, noteerde B. in zijn schriftje.

Ook op Facebook sprak hij veelvuldig over zijn jihadistische neigingen, zegt het OM. Hij zei in chats als strijder naar Syrië te willen. „IS staat 4ever, als god het wil. Wij komen jullie onthoofden, jullie de afvalligen van de islam”, schreef hij op Facebook.

Volgens de aanklager was B. nog maar in het beginstadium. Hij was bezig met het vergaren van kennis over de gewelddadige jihad en over een bom die hij tegen Nederlandse politieagenten of militairen of de Amerikaanse ambassade zou kunnen gebruiken.

Volgens B. berust de hele zaak op een misverstand. Hij heeft nooit plannen gehad voor een aanslag, zegt hij, maar wilde gewoon „stoer” doen. Al eerder beweerde hij dingen over zichzelf die niet blijken te kloppen. In Marokko deed hij zich voor als bemiddelde jongeman, terwijl hij eigenlijk geld stal. En hij zei op Facebook dat hij in Libië aan een trainingskamp heeft deelgenomen – terwijl vaststaat dat hij nooit in Libië is geweest.

Reden van zijn verzinsels: hij wilde indruk maken op vrouwen, zegt B. Zo vroeg hij hun in chats naar hun borsten en seksuele kwaliteiten. B.: „Ik was gewoon wat aan het dollen.” Volgens advocaat André Seebregts wijst ook zijn levensstijl erop dat B. niet is geradicaliseerd. Hij rookte, dronk alcohol en bezocht prostituees – niet het gedrag van een radicale moslim.

Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat B. de neiging heeft zichzelf anders voor te doen en op te gaan in een fantasiewereld. Vanwege de taalbarrière kunnen ze niet vaststellen of hij toerekeningsvatbaar is.

Het OM gelooft niet dat het B. alleen om de stoere praat te doen was. De aanklager voelt zich gesterkt in de vondst van B.’s schriftje, dat vol staat met extremistische teksten. Zo schreef hij een brief aan de Nederlandse regering: „Deze brief is van de volgelingen van de islamitische staat aan de Nederlandse regering. Als zij deelneemt aan de duivelse coalitie tegen de staat [...], bij Allah dan zullen uw dagen zwart zijn.”

Waarom had B. dat schrift thuis liggen, als het hem alleen te doen was om het versieren van vrouwen op Facebook?

Advocaat Seebregts verklaart het als volgt: de aantekeningen in het schrift zouden dienen als „geheugensteuntje” voor bij zijn chats. Als hij zich voordeed als „dappere IS-strijder”, moest hij ook IS-achtige dingen kunnen zeggen, aldus de advocaat. En daar gebruikte hij dat schriftje voor. 8 september doet de rechter uitspraak.