Hoe komt het toch dat de overheid steeds weer die fouten maakt?

De overheid maakt fouten omdat het in korte tijd grote veranderingen wil doorvoeren. Maar ook ‘Haagse bemoeizucht’ speelt een rol, zegt hoogleraar Marcel Boogers.

Tijdsdruk. Dat is volgens Marcel Boogers, bestuurskundige en hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit van Twente, de belangrijkste oorzaak van ontsporingen bij stelselherzieningen of decentralisaties.

De partijen die de rijkstaken moeten overnemen krijgen de tijd niet om de overgang op te vangen. „Het Rijk stoot taken af, of, zoals in het pgb-dossier, wil het uitbetalen van die zorg aan cliënten anders regelen, via de SVB. Maar in Den Haag vraagt men zich te weinig af of de partij die het werk moet gaan uitvoeren, daar wel klaar voor is.”

Boogers is niet verbaasd over de kritiek van de Nationale ombudsman dat de overheid ‘de burger vergeet’ bij grote stelselwijzigingen. Bij dergelijke processen speelt volgens Boogers naast tijdsdruk ook Haagse bemoeizucht mee. „Dan moet het lokaal bestuur het zelf doen, maar de bestuurders worden nog wel overspoeld met departementale circulaires met handreikingen over hoe ze dat dan allemaal moeten doen. Allemaal goed bedoeld, maar het wordt ervaren als regelzucht. Daar is vooral de politiek debet aan.

Niet mee bemoeien, Den Haag!

Volgens Boogers handelt de landelijke politiek dubbel. „Als je er niet meer over wilt gaan, moet je je er ook niet mee bemoeien. En in al die processen staan de problemen van de nationale overheid en hoe de Haagse ambtenaren daar tegenaan kijken, centraal. Waar de uitvoerders tegenaanlopen, hun definities van de problemen en de oplossingen ervoor, spelen in het proces geen rol. Een SVB-directeur die op voorhand zegt dat er problemen gaan komen, wordt dan niet gehoord.”

Ook de Eerste Kamer mag van Boogers de hand in eigen boezem steken. De Eerste Kamer moet wetgeving ook toetsen op haalbaarheid. En dat werk doet die Kamer niet altijd naar behoren. Een stelselwijziging, zoals bij de pgb is gebeurd, kan eigenlijk pas na een uitvoeringstoets. Want het lijkt op papier wel logisch om de uitbetaling van die pgb-gelden door de SVB te laten doen. Maar in de praktijk was de SVB er helemaal niet op toegerust. Kampte ze met werkachterstanden en falende ICT.

Tegen grenzen aangelopen

De SVB trekt in haar reactie op het rapport van de Nationale ombudsman dezelfde conclusie als Boogers: de organisatie is fors tegen haar eigen grenzen aangelopen, schrijft voorzitter Nicoly Vermeulen van de Raad van Bestuur daarin. „Voordat de hele keten kan functioneren is tijdige politieke besluitvorming essentieel. Net als voldoende tijd en gelegenheid vragen om uitvoeringstoetsen te doen en randvoorwaarden helder te krijgen. (...) We willen weer gewoon rechtmatig werken en een betrouwbaar dienstverlener zijn.”

Een houding waarop de Rijksoverheid volgens Boogers vaak van tevoren al rekent. „Bij veel stelselherzieningen en reorganisaties ging het in de aanloopperiode mis. Maar het kwam toch bijna altijd wel goed als gevolg van de veerkracht van de uitvoeringsorganisaties. Vaak zijn die aanloopproblemen van korte duur. En als dat niet het geval is, helpt de publieke opinie wel een handje. Dat zie je nu in dit pgb-dossier ook.”