Hitlergroet is geen discriminatie

De rechter in Arnhem behandelde gisteren zes discriminatiezaken tijdens één zitting. „Slachtoffers voelen zich vaak enorm gekwetst.”

Discriminerende tekst op een muur. Volgende week begint een overheidscampagne tegen discriminatie. Foto Ries van Wendel de Joode/HH

Zomaar een avond in juni dit jaar. Een blonde jongen loopt met twee vrienden op straat. „White power”, schreeuwt hij als er donkere mensen langs lopen. Met zijn rechterarm maakt hij een Hitlergroet. Zijn verdediging: hij was dronken. Dan doe je wel eens iets stoms.

Eén op de vier Nederlands heeft een discriminatie-ervaring, meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar. Maar het verschil tussen die ervaringen en de daadwerkelijke meldingen is groot, zeggen politie, OM en discriminatiemeldpunten. Lang niet iedereen doet aangifte. Uit schaamte. Uit angst. Of omdat ze denken: de politie zal er toch wel niks mee doen.

Om daar verandering in te brengen en om discriminatie te voorkomen, begint minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) volgende week een vier jaar durende overheidscampagne. Gisteren gaf het OM Oost-Nederland alvast een voorproefje. Met een themazitting van zes verschillende discriminatiezaken en een uitleg over het landelijke beleid.

„We willen laten zien dat we discriminatie niet tolereren”, zegt officier van justitie Gerdine Dankers. „Met een strafrechtelijke vervolging moeten mensen in het openbaar verantwoording afleggen voor hun daden. Dat is een signaal naar de samenleving.”

Een samenleving die, volgens Marjolein Eeuwes, directeur van discriminatiemeldpunt Art. 1, ernstig aan het verharden is. Een slecht teken, zegt ze. „Slachtoffers voelen zich vaak enorm gekwetst door discriminatie. Alsof ze niet erkend worden als mens.”

De zes zittingen laten de diversiteit van discriminatie zien, maar ook hoe lastig deze zaken vaak zijn. De grens tussen belediging en discriminatie is namelijk vaag en soms moeilijk te bewijzen. En dan gaat het tijdens de themazitting nog niet eens om zaken met schriftelijke uitingen, bijvoorbeeld een column. Dan speelt het recht van vrijheid van meningsuiting ook nog een rol.

De rechter legt het nog eens uit: om van discriminatie te kunnen spreken moet het gaan om beledigende uitingen die kwetsend zijn voor een hele groep. Daarbij moet het opzettelijk zijn: je moet weten wat je zegt of schrijft en wat voor impact dat zou kunnen hebben.

Geen woord maar een gebaar

De jongen die „white power” schreeuwde op straat, wordt om die reden vrijgesproken. Hij had de woorden waarschijnlijk ergens een keer opgevangen, maar geen idee van de oorsprong en de werkelijke betekenis ervan. Bovendien kan de Hitlergroet juridisch niet gezien worden als een uiting van discriminatie. Het betreft namelijk geen woord of afbeelding, maar een gebaar, aldus de rechter.

Een andere man riep tijdens een ruzie op straat naar zijn Surinaamse buurman: „Ik ga je niet slaan, dan moet ik de kleur van mijn handen wassen.” Hij beledigde daarmee wél iedereen met een donkere huidskleur, vindt de politierechter, die meteen uitspraak doet. Voor discriminatie krijgt de man dertig uur taakstraf, waarvan tien uur voorwaardelijk.

Zoals deze zaak zijn er meer, want discriminatie is vaak onderdeel van iets groters. Bijvoorbeeld een slepende burenruzie. Dan worden er over en weer wel eens wat nare verwensingen geuit en het is een beetje overdreven overal aangifte van te doen, vindt de rechter. Maar het gaat volgens hem „werkelijk alle perken te buiten” als de buren ineens „vuile Jood” roepen. Of: „Ze hadden je moeten vergassen, net als je familie”, zoals bij een zaak in Westervoort gebeurde. De rechter legt hiervoor veertig uur taakstraf op.

De hoogste straf tijdens de themazitting is voor twee jongens die tijdens het uitgaan een groepje studenten uitschelden en in elkaar slaan – mishandeling en belediging. Zij krijgen ieder een onvoorwaardelijke celstraf van zes maanden. Een relatief hoge straf voor een dergelijk delict.

Hoewel de vechtpartij begon omdat de jongens „faggot” en „flikker” riepen naar een homostel dat bij de groep studenten hoorde, worden zij niet vervolgd voor discriminatie. Hadden zij iets over álle homo’s gezegd, was discriminatie waarschijnlijk wel ten laste gelegd, zegt de officier achteraf.

Toch neemt de rechter de aard van de uitingen wel mee. Homohaat is „treurig”, vindt hij. Een van de slachtoffers verwoordt volgens de rechter het probleem en de impact heel treffend: „Ik dacht dat je in Nederland gewoon jezelf kon zijn.”