Heel mijn Avenida La Montañita droomde van het paradijs van Chávez

Nu vragen de bewoners zich vertwijfeld af hoe ze het hoofd boven water kunnen houden.

Venezuela kampt met een gebrek aan basisvoedsel. Een woedende menigte plundert een supermarkt in San Félix in de deelstaat Bolívar, eind vorige maand. Foto Wilmer Gonzalez/Reuters

Op het pleintje voor de slijterij, in de rij voor de supermarkt, aan de toonbank van de ijswinkel en overal op straat gaat het gesprek in de Avenida La Montañita doorgaans nog maar over één onderwerp: de dagelijkse ellende in Venezuela.

De straat in het slaapstadje Cabudare is het leefgebied van de Venezolaanse middenklasse. Ik kocht er in 2002 samen met mijn Venezolaanse vrouw een huis en woon er sindsdien iedere zomer een maand tussen de mensen. In dertien jaar tijd is bij veel van mijn buren de hoop op een goede toekomst vervlogen. Het is van dag tot dag overleven. „We wisten niet hoe goed we het eigenlijk hadden”, zegt broodjesverkoper Edgar Ruiz. „Maar dat weten we nu helaas dus wel.”

Veel bewoners van de Avenida La Montañita droomden in 1999 van het paradijs dat de militair Hugo Chávez hun voorhield. Een olieland zonder de corrupte bovenklasse die het al decennia in haar greep hield. Die droom werd in een nachtmerrie. Chávez stierf in 2013. Zijn opvolger Nicolás Maduro is nu de boeman. Nog maar 22 procent van de bevolking zou de president nog steunen. Maduro geeft nu illegale migranten uit Colombia de schuld van de schaarste in Venezuela en heeft in het zuiden de grens met het buurland gesloten.

Het beeld van de langgerekte straat in Cabudare is sinds de eeuwwisseling gewijzigd. Woonhuizen zijn veranderd in kleine bedrijfjes waarmee de bewoners de kost proberen te verdienen. Overal zijn eettentjes. Van Amerikaanse hamburgers tot Armeense kebab: alles is te koop. Jaren achtereen profiteerden velen mee van de hoge olieprijzen onder het regime van Chávez, maar een stabiele bodem voor de toekomst werd niet gelegd. Aan alles is gebrek. De middenklasse verpaupert. „Vlees eten is te duur”, vertelt journalist Hugo Boscán.

Verslagenheid

Voor het winkelcentrum Las Mercedes delen jongeren bijna dagelijks pamfletten uit met een stemadvies voor de parlementsverkiezingen van 6 december, een vreedzaam protest tegen Maduro. Bewoners durven sinds vorig jaar op straat nauwelijks nog hun stem te laten horen. Net als op veel andere plekken in Venezuela werden demonstraties destijds in Cabudare met harde hand bestreden. Het leger schoot met scherp. Tanks reden over de Avenida La Montañita. Voor onze deur brandden de autobanden.

De strijdbaarheid heeft sindsdien plaatsgemaakt voor een gevoel van verslagenheid. Vrijwel niemand dient een klacht in als er geen water uit de kraan stroomt, de elektriciteit uitvalt, internet wegvalt of als er wordt ingebroken. Klagen heeft geen zin in het Venezuela van 2015. Bewoners leggen zelf watertanks aan en steken kaarsen aan als er geen licht is. De politie wordt zelden of nooit om hulp gevraagd. Die wordt eerder als vijand dan als vriend beschouwd.

Hoewel de regering van Maduro meer dan eens met de beschuldigende vinger naar Noord-Amerika, Europa en deze week naar Colombia heeft gewezen, is er van vreemdelingenhaat in de Avenida La Montañita geen sprake. Sterker nog; de bewoners passen op mijn huis en ik word elk jaar van harte welkom geheten. De Venezolanen vragen zich wel hardop af wat el holandés eigenlijk nog in hun straat te zoeken heeft. „Als ik niet meer kom, is het echt mis”, antwoord ik dan lachend.