Hassan huilt om brons, van verdriet

De Nederlandse Sifan Hassan luisterde niet naar haar coach, maar volgde haar gevoel. Maar op weg naar zilver werd ze ingehaald

Keniaan Nicholas Bett doorbreekt alle conventies door als outsider in een nadelige baan naar de wereldtitel te rennen. Foto AFP/OLIVIER MORIN

„Ik heb dom gedaan.” Een winnares van een bronzen WK-medaille die zoiets van zichzelf zegt, maak je zelden mee. Maar Sifan Hassan kon gisteren in Beijing niet blij zijn met haar derde plaats op de 1.500 meter. Tranen welden op over gemist goud of zilver. „Ik heb een grote fout gemaakt”, stamelde ze schuldbewust.

Haar mea culpa typeert Hassan als atlete met een groot hart, maar ook met een beperkt strategisch inzicht. Ze is ook nog een eigenwijze sportvrouw, die adviezen van haar coach Honoré Hoedt nogal eens negeert. Het is een bundeling eigenschappen die Hassan tot een onvoorspelbare atlete maakt. De ene keer loopt ze iedereen naar huis, een volgende keer kost verkwisting van energie haar de overwinning.

Alleen winnen telt voor Hassan, die overstroomt van ambities. Dat is haar karakter – de motor van haar succes – maar ook haar valkuil. Als de voormalige Ethiopische niet wint, is ze boos, gefrustreerd en ontevreden tegelijk. In die gemoedstoestand verliet ze gisteren het Vogelnest, waar ze tactisch had geblunderd.

Een wolk van zelfvertrouwen

Hassan wilde wereldkampioen worden. Geen irreële wens. Alleen, dan moest ze de torenhoge Ethiopische favoriet Genzebe Dibaba verslaan. Gemeten naar persoonlijke records een verschil van zes seconden. Hassan denkt evenwel onbegrensd en had zich intensief en punctueel op de machtsovername voorbereid.

In aanloop naar de WK had ze in het Zwitserse Sankt Moritz hard getraind en een wedstrijd tegen mannen laten arrangeren om een tijd rond Dibaba’s persoonlijk record van 3.50,07 minuut te realiseren. Ze wilde zich het gevoel van zo’n snelle tijd eigen maken. Wat mislukte, want Hassan liep vier seconden langzamer. Niet dat het haar demotiveerde, want Hassan voelde de vorm dusdanig stijgen, dat ze in een wolk van zelfvertrouwen naar China reisde. In de series kende ze geen probleem, in de halve finale evenmin; ze won beide. De finale zou haar moment of fame moeten worden. Ze vertrouwde op haar standaardtactiek door achteraan te beginnen en van daaruit de aanval in te zetten. Hassan houdt niet van het gedrang en wil de wedstrijd graag overzien. Die aanpak werkt meestal. Gisteren niet. Coach Hoedt had haar nog zo gewaarschuwd in Dibaba’s spoor te blijven, „omdat ik verwachtte dat die haar aanval niet op de laatste 400 meter maar op de laatste 800 meter zou inzetten.” Maar Hassan volgde haar gevoel. Op het moment dat Dibaba inderdaad op 800 meter aanzette, lag Hassan dermate ver achter dat een inhaalrace bij voorbaat een verloren race werd.

Hassan sprintte naar voren om op het laatste rechte eind de aanval op Dibaba in te zetten. Te laat. Er volgde een machteloos gevecht. Met het naderen van de finishlijn vloeiden de krachten uit haar lichaam. Hassan leek op weg naar de (mooie) troostprijs zilver, maar werd op de valreep zelfs nog gepasseerd door het jonge Keniaanse talent Faith Kipyegon. En zo resteerde de bronzen medaille. Maar die derde plaats ervoer de atlete als een zware nederlaag.

De waarom-vraag kwelde Hassan. Waarom had ze zo gelopen? Waarom had ze niet naar haar coach geluisterd? Hoe had ze zo dom kunnen zijn? Waarom, in hemelsnaam waarom? De atlete wist het antwoord niet. „Anders had ik het niet gedaan”, hakkelde ze. „Ik weet het niet. Echt, ik weet het niet. Misschien was ik te veel gefocust op mijn eigen wedstrijd. Misschien omdat alles nieuw was. Ik liep mijn eerste WK, moest voor het eerst drie keer lopen. Het was mijn fout. En nu heb ik spijt.”

Hoedt nam het minder zwaar op. Na een nachtje slapen zal Hassan blij zijn met brons, vermoedt hij. Als coach zocht hij de leermomenten. „De les is dat ze nog niet klaar is voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Rio. Nu weet Sifan dat er nog veel werk te doen is. Dat maakt het voor mij makkelijker, want met een wereldtitel zou ze gemakzuchtig zijn geworden.”

Botsende belangen

Werken met Hassan dwingt Hoedt tot meer creativiteit en meer inschikkelijkheid. De op zestienjarige leeftijd naar Nederland gevluchte Ethiopische heeft haar eigenaardigheden, vooral ingegeven door haar geloof. Als moslima strijdt ze met de botsende belangen tussen haar religieuze en sportieve verplichtingen. Het pijnigt haar dat ze als atlete zich niet aan alle islamitische voorschriften kan houden. En ze vreest haar moeder, die haar zou verketteren vanwege de weinig verhullende sportkleding die ze draagt. Ze hoopt maar dat moeder geen tv-beelden van haar ziet. Hassan – die zich vandaag plaatste voor de halve finales van de 800 meter – draagt bij voorkeur een hoofddoek, maar die zit bij het rennen in de weg.

Haar worsteling met morele dillema’s en haar ambitie om uit te blinken in de sport waaraan ze sinds haar komst als vluchtelinge in Nederland, zes jaar geleden, haar hart heeft verpand, maken Hassan tot een vrouw vol tegenstellingen. Het ene moment bruist ze, het andere moment verteert ze. Saai is het met Hassan nooit.