‘Goed scheiden’ bestaat niet

Scheiden is bijna net zo gewoon geworden als trouwen. Voor ouders is scheiden vaak een verademing, voor kinderen moeilijk. „Kinderen willen tevreden ouders. Dat hoeven geen gelukkige ouders te zijn.”

Foto Arjen Born

Gescheiden ouders langs het voetbalveld vliegen soms elkáár in de haren, in plaats van de scheidsrechter. Wim Kragten, secretaris van FC Breukelen, kijkt daar met verwondering naar. „Dan mag het kind van papa wel patat en van mama niet.” Vervelend is ook dat kinderen van gescheiden ouders niet altijd bij de training komen opdagen. En dat sommigen illegaal een balletje meetrappen, omdat hun eigen club te ver is van papa’s nieuwe adres. De KNVB heeft daarom sinds een aantal jaar een regeling: jeugdspelers kunnen na een scheiding lid worden van twee clubs tegelijk.

Bij de B3 van FC Breukelen maakt een 16-jarige tweeling er gebruik van. De ene week spelen de jongens in het wit van FC Breukelen, de andere week in het rood van FC Zeddam, 100 kilometer verderop. Het is wat gepuzzel met spelerslijsten, zegt Kragten, maar niemand in het team kijkt er meer van op. „De jongens lossen dat onderling prima op.”

Voor kinderen is het bijna even normaal om over scheiden te horen als over trouwen. Het aantal huwelijken daalde van bijna 90.000 in 2000 naar zo’n 64.000 in 2013. Experts schatten dat in hetzelfde jaar zo’n 70.000 thuiswonende kinderen meemaakten dat hun ouders uit elkaar gingen – ongetrouwde stellen meegerekend.

Het CBS houdt niet apart bij hoeveel kinderen te maken krijgen met een scheiding – het bureau kan alleen bijhouden hoeveel echtparen hun huwelijk ontbinden. Dit zegt steeds minder over het aantal kinderen dat betrokken is bij echtscheiding, omdat tegenwoordig bijna net zoveel kinderen uit ongehuwde paren worden geboren als uit gehuwde.

Wél zeker is dat het aantal echtscheidingen sinds de jaren zestig fors is gegroeid. Ontzuiling en zelfontplooiing spelen een rol, vrouwen krijgen steeds meer rechten. Maar de echte toename kwam na 1965, toen officieel de bijstandswet werd ingevoerd waardoor vrouwen niet meer louter financieel afhankelijk waren van hun man, en vanaf 1971, toen ook gescheiden kon worden als er geen sprake was van overspel. Maar ook wetgeving om makkelijker te scheiden is een factor en, niet onbelangrijk, economische voorspoed. Scheiden, omdat het kan.

De samenleving paste zich er stilzwijgend bij aan. Trouwen kun je gratis op maandagochtend, een scheiding regel je online al voor 92 euro ‘all in’. Op zoek naar een ouderschapsplan? Het ingevulde standaardplan pluk je zo van internet, inclusief de Kerstdagenverdeling. Scholen bieden gesprekken aan beide ouders los van elkaar, het rapport leveren ze op aanvraag in tweevoud.

Ouders kiezen voor zichzelf

Voor ouders is de nieuwe realiteit een verademing. Thuis de schijn ophouden totdat de kinderen achttien zijn, hoeft niet meer. Ouders mogen kiezen voor zichzelf, voor hun eigen geluk.

Maar het kind, wat vindt dat er eigenlijk van?

Kinderen praten niet makkelijk over de scheiding van hun ouders, is de ervaring van mediator Yolande de Best. En als je hun ernaar vraagt, zijn ze geneigd hun ouders te pleasen. „Zat kinderen die de nieuwe vriend van mama én zijn zoon vreselijk vinden”, zegt De Best. „Maar of ze het vertellen, is de vraag. Kinderen willen hun ouder geen verdriet doen.”

Wat zeker is: vooral ouders doe je met scheiden een plezier, kinderen niet. Een scheiding leidt vaak tot stress en dat remt de ontwikkeling van het kind, zegt Ed Spruijt, scheidingsonderzoeker van de Universiteit Utrecht. Hij meet de gevolgen voor scheiding in een database met 7.700 kinderen onder wie 1.400 met gescheiden ouders.

Die laatste groep, beschrijft hij in Handboek scheiden en de kinderen, scoort gemiddeld lager op het gebied van welbevinden en hoger op depressie en delinquentie. Bij tweederde van hen is het effect tijdelijk. Maar bij eenderde, bijna 25.000 scheidingskinderen per jaar, zijn de scores langdurig lager. Oorzaak: ruzie.

Spruijt: „Niets is slechter voor de ontwikkeling van het kind dan chronische ruzie tussen de ouders.” In die gevallen maken ze namelijk én scheiding én ruzie mee, zegt De Best. „Dan kunnen ouders soms beter bij elkaar blijven. Zien kinderen tenminste nog dat hun ouders het af en toe ook goedmaken. Als ouders gescheiden zijn, blijft zo’n verzoeningsmoment uit.” De Best heeft wel eens een jongetje in haar praktijk gehad die er niets van begreep. ‘Nu zijn mijn ouders uit elkaar en maken ze nog stééds ruzie!’

Ouders willen zichzelf ontdekken

Moderne partners leggen de lat hoog, ze eisen ‘kwaliteit’ in hun relatie en anders maken ze het liever uit. Kinderen zijn minder kritisch. „Als ouders langs elkaar heen leven, is dat voor kinderen niet zo erg”, zegt Spruijt. „Kinderen hebben genoeg aan een tevreden ouderstel, het hoeft geen gelukkig ouderstel te zijn.”

Yolande de Best had in haar praktijk eens een stel dat het best goed voor elkaar had. Leuk huis, leuk gezin. Alleen, zij wilde ‘zichzelf ontdekken’ en mediteren en hij had daar niets mee. Gevolg? „Nu woont hij in een stacaravan en zij in een flat met zo’n stinkend portiek”, zegt De Best. „Een van de kinderen wil hem niet zien, hij heeft drie relaties met buitenlandse vrouwen achter de rug waarmee hij niet kon communiceren, beiden leven nu van een minimum en hun huis hebben ze verkocht met een gigantische restschuld.” Op de maatschappelijke ladder zijn ze meters naar beneden gelazerd. „Dat is oké. Het gaat erom: was het de moeite waard?” De Best heeft het de vrouw laatst gevraagd. „Ze sprak voorzichtig haar twijfel uit.”

En toch, dat ouders tegenwoordig zouden scheiden om het minste of geringste is onzin, zegt De Best. „Mensen hebben vaak echt wel jaren zitten dubben voordat ze het uitmaken. Althans, één van de twee.”

Voor de ander komt de mededeling vaak als een totale shock, merkt ze tijdens sessies. „Dan kan de één al vrijuit reflecteren, terwijl de ander nog wezenloos voor zich uit staart.” Partners zitten vaak in verschillende fases van rouwverwerking. Dat maakt het regelen van een scheiding zo moeilijk. „En altijd beginnen ze te huilen als het over de kinderen gaat. Altijd.”

Kinderen lijden na een scheiding

Het zijn niet alleen de kwaliteitseisen van een relatie die toenemen, ook die van een scheiding worden hoger. ‘Je scheidt als partners, niet als ouders’ was de kern van de wetswijziging die in 1998 is doorgevoerd. Was vader voorheen formeel alleen toeziend voogd na een scheiding, nu blijven beide ouders verantwoordelijk voor het kind. Om het belang van het kind te benadrukken, kwam er een minister voor Jeugd en Gezin – nu afgeschaft. Tegelijkertijd nam het co-ouderschap, ouders maken dan minder ruzie, onder hoogopgeleiden een vlucht: bijna 30 procent van de gescheiden ouders doet eraan. En in 2009 werd het ouderschapsplan verplicht, waarin gescheiden ouders de rolverdeling op schrift vastleggen voor hun kind.

De maatregelen hebben volgens Spruijt onvoldoende geholpen: het aantal kinderen dat lijdt onder een scheiding neemt nog altijd toe. Omdat er méér scheidingen zijn, maar ook omdat ‘goed scheiden’ niet zo maakbaar is als gehoopt.

Sterker, de wens van ‘gelijkwaardig ouderschap’ leidt volgens onderzoeken juist tot méér conflict. „Vaders eisen nu meer dan vroeger hun rol op”, zegt Yolande de Best. „Ze nemen geen genoegen meer met alleen het weekend. Terwijl de vrouw vaak nog steeds het gevoel heeft dat de kinderen van háár zijn.”

Dan tóch maar wachten met scheiden tot de kinderen het huis uit zijn?

Helaas, ook volwassenen kunnen het moeilijk hebben als hun ouders op latere leeftijd scheiden. De Best interviewde voor haar boek Hun scheiding, mijn leven twintig volwassenen over de scheiding van hun ouders. Wat bleek: juist volwassenen gaan vragen stellen. Ze trekken hun geschiedenis in twijfel. Vanaf wanneer speelde dit dan? Waarom heb ik hier nooit iets van gemerkt? „Sommigen voelen zich verraden.”