Column

Frisse Hollandse meid met mogelijkheden

Dafne Schippers na haar 100m-finale in Beijing. Nieuwsuur

Je hoort de naam van Fanny Blankers-Koen te weinig dezer dagen. Eind 1999 werd de toen 81-jarige Amsterdamse door de Internationale Atletiek Federatie (IAAF) uitgeroepen tot Atlete van de Eeuw. Ze won op de Olympische Spelen van Londen in 1948 vier gouden medailles: 100 meter, 200 meter, 80 meter horden en de sprintestafette.

Dus de bewonderenswaardige zilveren medaille op de 100 meter van Dafne Schippers op de WK in Beijing is verrassend, nu al goed voor de titel Sportvrouw van het Jaar, maar de woorden ‘historisch’ en ‘ongekend’ zou je niet mogen uitspreken zonder referentie aan de Vliegende Huisvrouw.

Ook Fanny vond het moeilijk te kiezen op welke nummers ze zou uitkomen. Kenners meenden dat ze ook met hoogspringen, verspringen en de vijfkamp goud had kunnen halen. Nederland zag haar triomfen minimaal een week later in het Polygoonjournaal.

Aan de 23-jarige Schippers gaan de media nog veel plezier beleven. Het koningsnummer heet zo omdat hardlopen over een korte afstand de essentie van sport is. Als je daarin de hele wereld voor blijft, spreekt dat meer tot de verbeelding dan crossfietsen, snowboarden of darten.

Maar er is nog iets, dat atletenmanager Jos Hermens gisteren een beetje onhandig in Nieuwsuur zo formuleerde: „Als je die beelden van de start ziet, dat ze daar als enige blanke tussen staat, dat heeft niets met kleur te maken, maar het is wel een fantastisch gezicht, dat de hele wereld over gaat.” Haar eigen manager Patrick Wouters van den Oudenweijer zei het iets voorzichtiger: „Een frisse Hollandse meid in een unieke setting: daar zitten heel veel mogelijkheden aan.”

In de sociale media viel gisteren al enig speciaal plezier te bespeuren bij de liefhebbers van alles wat fris en Hollands is. Maar er zijn natuurlijk ook types die wel eens willen weten hoe ze in dat gezelschap zo’n onwaarschijnlijke prestatie heeft kunnen leveren.

En dan komen we bij nog iets dat Dafne Schippers zo interessant voor media maakt. Toen onlangs de atletieksport onder vuur kwam te staan wegens verdenkingen van breed gedragen, maar goed gemaskeerd gebruik van doping, stond zij, trillend van woede en verdriet, Nieuwsuur te woord. Als ze zich tegen zulke beschuldigingen zou moeten verweren, luidde de strekking, dan hoefde het van haar niet meer. Dan hield ze subiet op met topsport.

Atleten zijn gemiddeld genomen betere praters dan voetballers. Zelfs de matig Nederlands sprekende Sifan Hassan is een dramatisch personage voor een camera, als ze zich teleurgesteld toont over ‘slechts’ brons op de 1500 meter. Ook Dafne lijkt een vechter, die alles over heeft voor het bereiken van de hoogste trede, maar je gelooft haar onmiddellijk als ze zegt dat ze schoon is.

Volgens Hermens zal ze niet snel 18 miljoen per jaar zal gaan verdienen, zoals de mannelijke wereldkampioen Usain Bolt. Maar het zal wel meer zijn dan Fanny Blankers-Koen. Die kreeg na een rijtoer door Amsterdam van het stadsbestuur haar enige materiële beloning: een fiets. Ik vermoed dat Dafne het daar in principe ook voor zou doen.