Column

De pabo kent de kinderen niet meer

De vijfentwintig pabo’s in Nederland zijn het schooljaar gestart met 30 procent minder studenten. Volgens de scholen voor basisschoolleerkrachten hebben de strengere toelatingstoetsen een afschrikwekkende werking gehad.

Directeur Klaas Degen van de nieuwe basisschool School of Understanding in Amstelveen komt met een andere reden. „De pabo’s hebben geen visie op het moderne onderwijs. Ze zijn schools en onderwijzen didactiek volgens protocollen. Ze hebben de betrokkenheid bij het basisonderwijs al decennia geleden verloren.”

Degen staat bij de net geplante moswand in de hal van de school. Hij heeft in de veertig jaar dat hij basisschoolleerkracht en bestuurder is kinderen zien veranderen. „Ze mogen veel, ze hebben te veel speelgoed. Ze kennen geen schaarste. Dan is een eigenschap als doorzettingsvermogen belangrijk om aan te leren.”

Met een klein team heeft hij een nieuw onderwijssysteem bedacht waarin de persoonlijkheid van het kind centraal staat. Het vermogen zich weer op te richten na een teleurstelling is een van de belangrijkste eigenschappen voor het lerende kind, vinden ze hier. Degen heeft de vijf nieuwe docenten, van wie er twee net van de pabo komen, zelf getraind. Vier maanden lang. De pabo bereidt studenten niet voor op de werkelijkheid met alle nuances. Vorige week zijn de eerste honderd leerlingen, tussen de 4 en 8 jaar, begonnen.

Stephanie van Dongen is 27 en juf van een groep kinderen van 4 en 5 jaar. Ze deed de pabo op Hogeschool Inholland in Haarlem. De rekentoets haalde ze in één keer, „net als de meeste eerstejaars”. De teleurstelling kwam daarna. „Toen ik klaar was, dacht ik: is dit het nou”, zegt ze. „Ik had geleerd hoe ik topografie moest overhoren en hoe ik over de Gouden Eeuw kon vertellen. Didactiek werd dat vak genoemd. Bij pedagogiek leerden we wanneer een baby zich hecht en wanneer de anale fase aanbreekt, maar er was geen aandacht voor hoe kinderen leren, voor psychologie. Alles was vlak.”

Tijdens haar laatste stage voor een groep 8 werd ze bespuugd en besloot ze niet het onderwijs in te gaan. Ze reisde een jaar en deed een universitaire master sociale antropologie. „Daar vond ik mijn liefde voor het onderwijs terug”, zegt ze. „Bij het vak psychopathologie: hoe ervaart een mens geluk? Een kind wil niet alleen spelen, maar ook doelen stellen en behalen. Vrienden zijn belangrijk, maar het leven moet ook betekenis hebben. Hoe breng je het in balans?”

De training die ze op de School of Understanding kreeg, sloot meer aan op antropologie dan op de pabo. „Ik leerde hier hoe je ervoor kunt zorgen dat een kind zich veilig voelt. Hoe je een kind dat niet met aandacht kan omgaan, toch aandacht geeft. En dat je de nadruk niet op de resultaten legt, maar op groei.”

De aanpak van de School of Understanding wordt uitgangspunt voor zo’n dertig basisscholen in Noord-Holland. Binnenkort worden twee nieuwe scholen geopend. „Maar er is nog geen pabo op onze school komen kijken”, zegt directeur Klaas Degen. Hij heeft dertig jaar geleden pedagogiek gegeven op de pabo. „Als de lessen daar zo prozaïsch blijven, zullen er steeds meer studenten afhaken.”