Column

De ontroostbare

Opeens kwam de term uit de Japanse lucht vallen, toen het succes van Dafne Schippers verklaard moest worden. Het gebeurde kort na haar finale op de 100 meter. „Het is de opvoeding”, zei Bart Bennema, haar coach.

Hij lichtte het niet verder toe, daar was ook geen tijd voor, maar ik vermoed dat hij bedoelde: liefdevolle ouders, rustig gezin, veel aandacht voor Dafne, maar geen verwennerij, daar zijn het te nuchtere mensen voor.

Ik wil dat graag van Bennema aannemen, per slot van rekening heeft hij de supervisie over het grootste atletiektalent dat Nederland na Fanny Blankers-Koen heeft voortgebracht. Hij zal wel weten wat goed voor haar was – en misschien nog steeds is. Toch is er ook reden om een vraagteken achter zijn verklaring te zetten. Want volgt hieruit dat een atlete minder goed is als ze een slechte opvoeding, of misschien zelfs géén opvoeding, heeft gehad?

Gisteren konden we Sifan Hassan op de 1500 meter in actie zien. Ik was ervoor thuis gebleven, want ik heb een groot zwak voor haar sinds ik haar enkele malen op identieke wijze zag winnen: een poosje afwachtend in de achterhoede hangen, alsof ze er vandaag niet zoveel zin in heeft, om plotseling in één roekeloze streep naar de koppositie te schichten – en die niet meer af te staan. Courage!

Wie in godesnaam is deze vrouw, vroeg ik me verbaasd af toen ik haar voor het eerst zag lopen. Zelf kon ze het toen na afloop niet goed uitleggen, want haar Nederlands is nog ontoereikend. Het antwoord kwam onlangs in de vorm van een geschreven portret annex interview door Aimée Kiene in de Volkskrant. Zij mag er van mij een of andere belangrijke journalistieke prijs mee winnen, want het was een fascinerend verhaal over een fascinerende vrouw.

Sifan Hassan vluchtte op 15-jarige (!) leeftijd in haar eentje uit Ethiopië naar Nederland, waar ze na een ellendige periode ( „Ik huilde elke dag, soms maakte ik iets kapot”) in een asielzoekerscentrum in Zuidlaren verblijfsdocumenten kreeg – in 2013 ook een Nederlands paspoort. Ze is moslima. „Ik bid. Dat is alles. Ik draag geen hoofddoek. Een tijdje geleden droeg ik die nog wel, maar weet je, tijdens het hardlopen kan ik geen hoofddoek dragen. En ik vind het niet goed, de ene keer wel, de andere keer niet.’’ Een eigenzinnige vrouw met een groot geheim. Want waarom ontvluchtte ze Ethiopië? Daarover wil ze niet praten. „Met niemand.” Met haar ouders heeft ze geen enkel contact meer, ze woonde bij een oma. Ze is ervan overtuigd dat moeder (en ook oma) haar de atletiek zou verbieden. „Ze vindt het belachelijk dat ik er zo bij zit (wijst naar haar kleding), of dat ik een korte broek aan heb, of dat ik mijn haar omhoog heb.”

Ik vermoed dat Sifan vooral een bekrompen, strenge opvoeding heeft gehad, in ieder geval een opvoeding die haar dwars en autonoom heeft gemaakt. Misschien is rancune jegens haar afkomst wel haar drijfveer en is ze daarom zo ontroostbaar als ze niet heeft gewonnen. Het is alsof ze de mensen thuis die haar intoomden iets wil bewijzen. We zagen gisteren hoe bedroefd ze was en kwaad op zichzelf omdat ze niet verder was gekomen dan een derde plaats. Het contrast met Dafne Schippers, dolblij met haar zilveren medaille, was opmerkelijk groot. Als een eenzaam hoopje verdriet verdween Sifan uit beeld, mompelend dat ze grote fouten had gemaakt.

Ze gaat nog veel tegenstanders inhalen.