Brieven

Niks belangenverstrengeling, Verkerk is de beste

Ooit, niet zo heel erg lang geleden, hadden we een minister van Cultuur die wilde dat de kunstensector artistieke excellentie nastreefde. Nederlandse kunstenaars zouden internationaal (weer) een woordje moeten meespreken.

Op ministerieel niveau is daarna nog weinig van die doelstelling vernomen. Binnen de kunsten bestond dat streven natuurlijk altijd al, daar heb je geen minister voor nodig. Het is er – ondanks Halbe Zijlstra – nog steeds. Zoals bij Guus Beumer. Als directeur van diverse kunstinstellingen huurde hij de afgelopen jaren Herman Verkerk in voor het inrichten van tentoonstellingen. Hij was kennelijk van mening dat Verkerk de beste was. En waarom zou je, als je naar excellentie streeft, het voor minder doen?

Niets aan de hand, zou je zeggen. Totdat de giftige tong van Invidia de zaak beroerde. Afgunstige collega’s van Verkerk menen dat hij als levenspartner van Beumer een voorkeursbehandeling krijgt, en vinden daarmee gretig gehoor bij NRC Handelsblad. De raad van toezicht van het Nieuwe Instituut, waar Beumer de baas is, laat nu met knikkende knieën een onderzoek instellen. Een onderzoek naar zichzelf, want Beumer heeft, naar verluidt, zijn opdrachten altijd netjes ter goedkeuring voorgelegd.

Als Beumer en Verkerk geen partners waren, had hier geen haan naar gekraaid. Omdat iedereen weet dat Verkerk de beste is. Maar ja, we leven in het land van de eerlijke kansen. Dus wordt nu de polonaise van ‘belangenverstrengeling!’, ‘onderzoek!’, ‘schuld!’ en ‘boete!’ ingezet.

De conclusie van het onderzoek, zo valt te vrezen, is dat Beumer moet opstappen, of dat hij Verkerk niet meer mag inhuren. In beide gevallen zijn de kunsten, en daarmee het publiek, de verliezer. Beumer is namelijk een van die excellente kunstbemiddelaars die we in binnen- en buitenland zo hard nodig hebben. En Verkerk is zo’n excellente tentoonstellingsmaker wiens ontwerpen soms interessanter zijn dan de tentoonstelling zelf.

Slampampers

Ook militairen slachtoffers

De echte slampamper is de Indiëganger, herstel dienstweigeraars in ere, kopt NRC boven het opiniestuk van Antoine Weijzen (21/8). Dit valt te begrijpen vanuit het onrecht dat de dienstweigeraar werd aangedaan, maar is mijns inziens niet eerlijk tegenover de militairen die uitvoerden wat hen door de bevelvoerende thuisblijver werd opgedragen. Zij kwamen immers in situaties terecht die hen tot wandaden noopten en keerden veelal psychisch of lichamelijk verminkt terug uit het vroegere Indië. Of zij sneuvelden.

De bevelvoerende thuisblijver was de regering, die nog steeds geen verantwoordelijkheid neemt voor de door haar begane misdaden. Ook de rechters uit die dagen zie ik als medeplichtig aan dit onrecht. Hoewel zij vanuit het strafrecht het vermoorden van mensen en het vernietigen van andermans goederen bestraften, werden dienstweigeraars die juist weigerden om zulke misdrijven uit te voeren, gevangengezet.

Zowel dienstweigeraars als militairen werden middels psychologische en sociale trucs onder druk gezet: „Ben jij een vent?!”; „Jij laat je kameraden ervoor opdraaien, omdat jij te laf bent”; of: „Voor Volk en Vaderland!”, om maar eens een term uit de NSB-periode te gebruiken.

Beide groeperingen zijn slachtoffers van eenzelfde abject optreden van onze regering.

John Horowitz

Wie gaat mij aanklagen?

Van november 1946 tot mei 1950 was ik dienstplichtig soldaat van het 2e Mitrailleurbataljon in het Nederlandse leger, waarvan 36 maanden in Nederlands-Indië/Indonesië. Het grootste deel daarvan ‘te velde’ in de strijd tegen de guerrilla van de Indonesiërs.

Hiervoor is mij gelet op Koninklijk Besluit van 2 december 1947 nr. 4 door de Minister van Overzeese Gebiedsdelen toegekend: het Ereteken voor orde en vrede met gespen 1947-1948-1949. De gespen staan voor actief deelnemen aan oorlogssituaties.

Op 26 mei 1950 verklaart de Minister van Oorlog dat ik op trouwe en waardige wijze het Vaderland overzee heb gediend bij het herstel van orde en vrede. Als blijk van erkentelijkheid is mij het recht verleend de een insigne te dragen. Afbeelding: helm, zwaard en olijftak.

Enige jaren geleden ontving ik van de minister van Defensie het draaginsigne Veteranen. Het staat symbool voor de waardering voor risicovol werk dat veteranen in het verleden in naam van de samenleving hebben verricht. De v-vorm op de zwaardschede staat voor veteraan, vrede en veiligheid.

In verschillende artikelen in NRC lees ik, dat ik mogelijk tot de oorlogsmisdadigers ga behoren. Als 89-jarige zou ik graag willen weten wat me in de laatste levensjaren nog te wachten staat. Wie is de aanklager?

P. Walraven

Vluchtelingen

Dank voor het compliment

Of mensen naar Europa vluchten om economische redenen, of vanwege godsdienst, politiek, mensenrechten, veiligheid, geaardheid, zij hebben in een ding gelijk. Zij geven ons Europeanen impliciet een groot compliment: „Jullie deel van de wereld is het beste om te zijn”. Ik wil hen voor dit compliment bedanken.

Lukas Konecny

Correcties en aanvullingen

Grondwet

In het commentaar Een Grondwet die de burger niet tegen de staat beschermt (O&D, 22/8, p. 2) werd melding gemaakt van de 200-jarige Grondwet van 2014 en die van 2015. Bedoeld werd resp. 1814 en 1815.

Mark van Kleunen

In Vooral vanuit Europa en Azië verspreidden planten zich over de wereld (20/8, p. 19) is de naam van hoogleraar Mark van Kleunen verkeerd gespeld als Van Keunen.

Agressie tegen leraren

In De leraar is vaak bang om agressie te melden (21/8, p. 6) staat dat de moeder die een lerares de keel dichtkneep, 750 euro schadevergoeding moet betalen. Dit moet 770 euro zijn.

Berlijnse Muur

In de necrologie van Egon Bahr (23/8, p. 12) stond dat de Berlijnse Muur werd gebouwd in 1963. De bouw van de Muur begon in 1961. In 1963 bedacht Bahr de formule van de ‘Verandering door toenadering’ als kernbegrip voor de latere Ostpolitik.