Alleen God houdt ons op de been

Verkoper van broodjes

Ik denk erover te vertrekken naar Uruguay en daar een nieuw bestaan op te bouwen. In alle rust en veiligheid. Ik zal met pijn in mijn hart weggaan. Maar het leven hier is bijna onmogelijk. Mijn geloof in God is het enige wat ons op de been houdt.

Vóór Chávez had ik een eigen zaak, leverde onderdelen vanuit het buitenland aan Venezolaanse bedrijven. Toen een wisselkoerscontrole werd doorgevoerd was het voorbij. Ik kon niet meer aan dollars komen. Heel frustrerend. Zeker omdat grote bedrijven wel buitenlands geld kregen. Mijn geloof in Chávez was voorbij.

Met mijn vrouw besloot ik vanuit huis eten te verkopen. Echt Venezolaans voedsel. Empanadas zijn onze specialiteit. Voor die broodjes is maismeel en olie nodig: producten waarvan de prijs door de regering wordt gereguleerd en dus erg schaars zijn. Mensen staan er uren voor in de rij bij de super. Wij krijgen onze producten via een groothandel geleverd. Alleen God weet voor hoe lang.

God geeft ons kracht. Ik zegen vaak de klanten die binnenkomen. Ook de jochies van wie iedereen weet dat ze op het verkeerde pad zijn geraakt. Misschien schrikt dat ze wel af en laten ze mij met rust. Onlangs werd hier een vrouw beroofd van haar gouden ketting. Ik moest machteloos toezien. Ik had haar nog gewaarschuwd: je kunt niet meer met juwelen rondlopen.

We hebben drie kinderen. Onze zoon van 27 is vertrokken naar Duitsland. Hij is advocaat in Chemnitz. Onze dochters van 20 en 15 wonen thuis. Ze vragen vaak hoe Venezuela was vóór Chávez. We wisten niet hoe goed we het hadden, leg ik uit. Hopelijk komt dat ooit weer terug. Ik wil niets liever dan in Venezuela blijven.