Zonder foto is het niet gebeurd

Op Noorderlicht tonen zo’n vijftig kunstenaars het spanningsveld tussen digitale vrijheid en de strijd om data.

Mintio. Uit de serie ‘The Hall of Hyperdelic Youths’ (2010). Fotograaf Mintio legde het gebrek van de bewegingen van gamende tieners vast. In de drie tot tien minuten van de opnamen bewogen ze nauwelijks. 180 graden gedraaid, door de ogen van de gamer, legde ze vervolgens verschillende lagen van de game vast.

Bij mijn recente verhuizing kwam mijn eerste echt draagbare laptop na jaren weer eens te voorschijn. Wat een sexy ding was dat destijds! Best duur toen, maar klein, licht – naar de maatstaven van toen – en zelfs met een draaibare camera in de deksel. Overal jaloerse blikken. Nu haal ik hem uit de hoes en voel een zekere meewarigheid: oh ja, zo was het toen. Alsof ik naar een oud fotoalbum keek.

Ook kunstenaar Rutger Prins zag zijn oude laptop als de belichaming van een tijdperk in zijn eigen leven. „Die laptop herinnerde me aan de tijd waarin ik op school werd gepest en waarin mijn moeder ziek werd”, zegt hij, „maar ook aan de ontdekking van het internet.” Hij besloot dat tijdperk af te sluiten door de destructie van de laptop te documenteren. Op een grote, superscherpe foto zien we die ontploffen en in talloze stukjes uit elkaar vliegen. De werkelijkheid is anders: Prins haalde hij het apparaat zelf helemaal uit elkaar en hing al die stukjes aan visdraad als een sculptuur, die hij vervolgens in vele lagen fotografeerde en over elkaar heen monteerde.

Hij is een van de ruim veertig kunstenaars die onze verhouding tot het digitale onderzoeken in Data Rush, de indrukwekkende hoofdtentoonstelling van fotofestival Noorderlicht in Groningens voormalige suikerfabriek. Samenstellers Wim Melis en Hester Keijser hebben uit de hele wereld fotografen bij elkaar gebracht die niet alleen de vervlechting laten zien van onszelf met onze data en onze beelden en onze apparaten – maar ook de onderliggende mechanismen van macht, controle, veiligheid en privacy. „Fotografie is de spreekbuis die we gebruiken om onze digitale aanwezigheid kenbaar te maken”, schrijft Keijser in haar inleidende essay, maar fotografen zijn tegelijkertijd de klokkenluiders die ons met de gevolgen daarvan confronteren.

Ontwerpsoftware

De Britse kunstenaar James Bridle gebruikt de software waarmee architecten hun ontwerpen tot leven wekken, om ons door de ruimtes te leiden waar vluchtelingen worden opgevangen, verhoord en bewaard. „De ruimtes die verscholen blijven achter wetgeving en onverschilligheid”, noemt hij ze. Maar stel dat wij als goede burgers willen helpen, bijvoorbeeld bij de grensbewaking, dan kan dat, dankzij diezelfde technologie. Waltraut Tänzler toont het eerste publieke online surveillance-programma, dat de grens tussen Mexico en de VS in de woonkamer laat zien. Je geeft je op als Virtual Texas Deputy, dan kun je meekijken en de autoriteiten mailen als je iets verdachts ziet.

Waar er op de beelden van Bridle geen mens te zien is, in het werk van de Bangladeshi-Amerikaan Hasan Elahi zijn het er zeker zeventigduizend: allemaal van hemzelf en zijn omgeving. Nadat de FBI hem zes maanden lang ten onrechte als terrorist had onderzocht, besloot Elahi de FBI te ‘helpen’ door zichzelf te volgen. In tien jaar tijd is dat een gigantisch ‘dossier’ geworden, inclusief borden eten, een beeldscherm, een vliegtuig en het toilet. Het resultaat is een groot rechthoekig paneel, ruwweg op kleur gesorteerd, dat laat zien hoe het individu in zijn eigen big data verzuipt. Alles omwille van de veiligheid.

Hallo World!

Voor ons dagelijks leven is internet een sociale ‘plek’ waar beeld steeds belangrijker wordt. Het beeld wordt het doel op zich, merkte Dina Litovsky bij het fotograferen van het uitgaansleven in New York: de foto’s van de feesten zijn belangrijker dan het feesten zelf. Op de foto’s van Catherine Balet is geen gebeurtenis echt gebeurd zonder dat alle aanwezigen er foto’s van maken: een baby, een verjaardag, alles wordt bijgelicht met het blauwe schijnsel van onze schermen. En daar maakt zij weer foto’s van. Het beeld is subject en object tegelijk, ook in de montages van Hannes Hepp, die vervreemdende droomwereld maakt aan de hand van chatrooms waar vrouwen de digitale bezoeker beloven meer te laten zien als ze ‘private time’ kopen.

De overdaad aan beeld en communicatie vliegt je naar de strot als je het werk ziet van de Amerikaan Christopher Baker, een reusachtige wand met wel tweeduizend vierkantjes met video’s van mensen die tegen een webcam of skype praten. ‘Hallo World!’ heet het werk – maar luistert de wereld ook? Andersom is het juist de schraalheid van de communicatie op sociale media die je aangrijpt in het project van Nate Larson en Marni Shindelman. Dankzij de locatiegegevens bij Twitter konden ze de plek fotograferen waar de tweets werden verzonden. Vanaf een leeg vliegveld: ‘Sooo can someone text me to keep me company?’

Te veel, te weinig, te openbaar, te gesloten. Zoals we zonder na te denken de lucht inademen consumeren we gulzig breedband, om ons met de ander te verbinden, maar ook met onszelf. Voor zijn ‘The Quantified Self’ volgde Travis Hodges mensen die alles van hun eigen lichaam vastleggen. Ene Rachel ging haar eigen slaapgedrag volgen en kwam tot de even nuchtere als huiveringwekkende conclusie dat „mijn iPhone mij beter kent dan ikzelf”.