Ze bleven, en grepen kansen

Chilenen, Somaliërs, Tamils, Bosniërs en nu de Syriërs. Een tijdelijke verblijfsvergunning leidt veelal tot een definitief verblijf. „Nu is Nederland mijn thuis.”

Wie asiel krijgt in Nederland, moet weer terug zodra de situatie in het thuisland stabiel genoeg is. Maar een oplossing voor de chaotische burgeroorlog in Syrië, die al sinds 2011 duurt, is nog lang niet in zicht. Daarom is de kans groot dat veel van de ruim 15.000 Syriërs die hier asiel hebben aangevraagd, permanent kunnen blijven – net als de Bosniërs, bijna twintig jaar geleden.

Het is uniek dat nu ineens zoveel mensen uit één land hier asiel aanvragen, zegt Thomas Spijkerboer, hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij kan maar één andere groep bedenken waar dat vergelijkbaar was: de Bosniërs die hierheen vluchtten voor de oorlog die uitbrak nadat Bosnië-Herzegovina zichzelf in 1992 onafhankelijk verklaarde van Joegoslavië.

De honderdduizenden Bosnische vluchtelingen die naar Europa kwamen kozen vooral voor Duitsland, net als de Syriërs nu. Maar ook Nederland kreeg veel migranten: zo’n 25.000 zochten hier politiek asiel.

De meeste van hen wonen nog steeds in Nederland. Ze mengden zich in de samenleving, waarin ze volgens meerdere onderzoeken bovengemiddeld goed integreerden. De helft van de mensen uit voormalig Joegoslavië heeft nu een betaalde baan, volgens de VluchtelingenWerk IntegratieBarometer 2014. En tweederde van hen heeft een „gemengde of overwegend autochtone vriendenkring”, concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) al in 2005 in zijn Jaarrapport Integratie.

De Bosniërs mochten blijven omdat ze volgens de Nederlandse wet na vijf jaar verblijf in Nederland konden worden genaturaliseerd. Tussen 1997 en 2002 kregen ruim 15.000 Bosniërs een Nederlands paspoort.

Voor Syriërs geldt een vergelijkbare procedure. Zij krijgen een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Als de situatie in Syrië in die periode stabiel genoeg wordt, naar het oordeel van het kabinet, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken. Blijft de situatie slecht? Dan kunnen de vluchtelingen na vijf jaar een ‘verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd’ aanvragen – die het kabinet niet makkelijk meer kan intrekken. Met deze permanente verblijfsvergunning kan naturalisatie tot Nederlander worden aangevraagd.

Jaarlijks worden zo’n 30.000 mensen genaturaliseerd. Het grootste deel van de mensen die hier asiel krijgen, kan uiteindelijk permanent blijven, zegt hoogleraar Spijkerboer. „Het meest normale geval is dat het paradijs niet binnen vijf jaar uitbreekt. Vrijwel alle asielzoekers die zijn toegelaten, zijn hier gebleven: Chilenen, Somaliërs, Tamils.”

De vergelijking tussen de Bosnische vluchtelingen toen en de Syrische nu is treffend, vindt socioloog Erik Snel, die in 2000 een rapport maakte over migranten uit voormalig Joegoslavië, voor het Rotterdams Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk Beleidsonderzoek. In beide gevallen gaat het om een land in oorlog, waaruit in korte tijd veel mensen vluchten. En in beide gevallen zitten daar veel hoogopgeleide mensen tussen, met goede banen.

Zoals de familie van de 32-jarige juriste Mihra Hamzic-Laan, die op haar negende met haar moeder – gediplomeerd biologe – en broertje uit Sarajevo naar Nederland vluchtte. Ze ging hier naar school, koos voor een studie International en European Law aan de Rijksuniversiteit Groningen en vond al snel werk als juriste. Ze was juridisch adviseur bij de provincie Overijssel, en doceert nu verschillende rechtsvakken op de Hogeschool Utrecht. Voor Hamzic was haar goede integratie vanzelfsprekend. Haar jeugdvrienden op school, in Assen, waren Nederlands. „Daar was ik een van de weinige kinderen uit het buitenland.” Ze is getrouwd met een Hollander: „Michiel, zo Nederlands als maar kan.”

Ze vindt het moeilijk om de beelden te zien van duizenden Syriërs die bij de grens van Macedonië met geweld worden tegengehouden. Zelf is ze destijds ook via Macedonië gevlucht. „Ik voel verdriet en verbijstering. Ik schaam me voor Europa anno 2015.”

Zelf voelde ze zich in Nederland „veilig, gewild en welkom”. „We werden goed opgevangen. We hebben kansen gekregen en gegrepen.”

Dat gunt ze de Syrische vluchtelingen ook. „Dat ze een waardige behandeling krijgen. Waarom heeft Europa de deuren gesloten? In mijn optiek zijn wij als mens verplicht om vluchtelingen te helpen.”

Ze denkt niet meer aan terugkeer naar Bosnië. Hoewel ze het niet uitsluit merkt ze dat ze al geworteld is in Nederland. „Toen we net gevlucht waren – mijn moeder was in de 30 – dachten we dat we dat ons verblijf maar een paar weken zou duren. Zoals je Syriërs nu ook hoort zeggen: zodra het kan, ga ik terug. Maar naarmate de jaren vorderen, bouw je hier een leven op. Nu is Nederland mijn thuis.”