The Internet of things, maar dan voor buitenshuis

Het ‘internet of things’ (koelkast, tv, verlichting) is binnenshuis al goed mogelijk, bijna iedereen heeft een wifi-verbinding. Maar buitenshuis? Een halsband voor honden of katten met gps-plaatsbepaling zou bijvoorbeeld best handig kunnen zijn. Zo zou je eenvoudig weggelopen dieren kunnen opsporen. Maar op dit moment zou daarvoor in de halsband een simkaart met een data-abonnement moeten zitten, wat zo’n product voor veel baasjes te duur maakt.

Internetondernemer Wienke Giezeman (eerder betrokken bij de video-app WappZapp) denkt dit probleem te hebben opgelost. Een maand of twee geleden ontdekte hij een techniek die een soort wifi-hot-spots mogelijk maakt met een veel groter bereik dan een thuisnetwerk: een kilometer of tien.

De apparatuur daarvoor kost ongeveer twaalfhonderd euro per toegangspunt. Het gaat om een kastje dat een ‘gateway’ wordt genoemd en aangesloten wordt op de internetverbinding van bijvoorbeeld een bedrijf. De techniek heet LoRaWAN (Long Range Wide Area Network) en is zuinig met energie. Internettende dingen zouden tot drie jaar met een batterij kunnen doen.

De club rond Giezeman heeft al brainstormend dingen bedacht die van het LoRaWAN-netwerk gebruik kunnen maken:

Twaalfhonderd euro is weinig om draadloos internet te leveren aan zo’n groot gebied. Daar staat tegenover dat er weinig bandbreedte is per draadloos aangesloten apparaat: ongeveer tien kilobit per seconde, een fractie van wat de inbelmodems van de jaren negentig presteerden. Giezeman:

“De meeste dingen die een internetverbinding nodig hebben, hebben genoeg aan tien kilobit.”

Dingen kijken immers geen video.

Amper vier weken

In amper vier weken heeft Giezeman een stichting opgericht, The Things Network, en dertien bedrijven zo ver gekregen dat ze belangeloos zo’n gateway hebben aangeschaft, onder meer KPMG, Deloitte, de Beurs van Berlage, Havenbedrijf Amsterdam, en internetbedrijf The Next Web.

Wienke Giezeman over The things network

Boris Veldhuijzen van Zanten, oprichter en directeur van The Next Web op zijn eigen site:

“Wij vinden het geweldig zulke initiatieven te omarmen. Een open en vrij internet of things voor de mensen en door de mensen, past precies bij onze overtuiging.”

Met dertien toegangspunten heeft vrijwel heel Amsterdam dekking. Elke burger kan kosteloos zoveel internettende apparaatjes aansluiten als hij wil, met de kanttekening dat elke gateway maximaal tienduizend verbindingen aankan.

Zelf toepassingen ontwerpen

Nu het netwerk er is, is de hoop dat bedrijven en particulieren zelf toepassingen gaan ontwikkelen. Ontwerpbedrijf Tweetonig uit Rotterdam had al voor Giezemans plan een gateway ontwikkeld voor privépersonen, die maar tweehonderd euro kost. Het bereik van deze light-variant is nog altijd vijf kilometer, genoeg voor een compleet dorp. Tweetonig en The Things Network werken nu samen. Giezeman hoopt dat het netwerk zich zo uitbreidt over het hele land.

De goedkope gateway wordt binnenkort gelanceerd via een crowdfundingcampagne op Kickstarter, evenals een elektronicakit van veertig euro waarmee doe-het-zelvers eigen dingen op internet kunnen aansluiten. Alle informatie over deze producten wordt op de open source-site GitHub gezet, zodat ook andere knutselaars ermee aan de slag kunnen.

Er is nog geen verdienmodel.

“Mijn eerste streven is om The Things Network groot maken. Het netwerk moet open en gratis blijven, maar er valt in de toekomst vast te verdienen aan toepassingen, diensten, databases of advies.”