‘SEES is de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit’

Dat claimen de organisatoren van de expeditie

Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Vorige week stapten meer dan vijftig Nederlandse wetenschappers aan boord van het schip Ortelius. De biologen, geologen, oceanografen, meteorologen, klimatologen, gletsjerkundigen en archeologen doen tien dagen lang onderzoek op en rond het eilandje Edgeøya, aan de relatief koude zuidoostkant van Spitsbergen. Ook aan boord: toeristen, journalisten, fotografen, een dichter, een Kamerlid en een weerpresentator.

Deze Scientific Expedition Edgeøya Spitsbergen (SEES) is volgens de organisator – het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen – de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit. Is dat echt zo?

Waar is het op gebaseerd?

Annette Scheepstra, mede-organisator van dit project, laat weten dat het „qua aantal wetenschappers en qua verschillende onderzoeksdisciplines die gezamenlijk op pad zijn de grootste expeditie” is. Dichter Ramsey Nasr en D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven tellen dus, net zoals de meevarende toeristen en journalisten, niet mee. We kijken alleen naar de wetenschappers.

En, klopt het?

Het allereerste Nederlandse poolonderzoek vond plaats in 1596, toen Willem Barentsz per toeval Spitsbergen ontdekte (hij was op zoek naar een noordoostelijke zeilroute naar Azië). Maar de eerste moderne Nederlandse wetenschappelijke poolexpeditie vertrok pas in 1882. Onder leiding van expeditieleider Maurits Snellen stapten vijf wetenschappers op de ijsbreker Varna, met als doel een waarnemingsstation te bouwen op Port Dickson, aan de Russische Jenissei-rivier. Port Dickson werd niet bereikt. De Varna kwam vast te zitten, waarna het station maar gewoon op het ijs werd gebouwd.

Op de passagierslijst van de vorige week vertrokken expeditie staan ruim tien keer zoveel wetenschappers als in 1882: in totaal 51, die samen meer dan 44 wetenschappelijke expertises vertegenwoordigen. Dat is inderdaad de grootste groep Nederlandse wetenschappers op een poolexpeditie, blijkt als we er het overzichtswerk ‘Nederlandse en Belgische wetenschappelijke poolreizen van na 1875’ op naslaan.

Uit het artikel, dat in 2000 werd gepubliceerd door scheepvaarthistoricus Willem Mörzer Bruyns en poolonderzoeker Louwrens Hacquebord, blijkt dat de grotere poolexpedities in de vorige eeuw meestal de helft kleiner waren. Zo was er in 1977 een rendierexpeditie met twintig wetenschappers, georganiseerd door Piet Oosterveld (die overigens in 1987 landelijke bekendheid kreeg nadat hij tijdens een onderzoek op de noordpool was aangevallen door een ijsbeer).

Maar het aantal wetenschappers is niet het enige denkbare criterium om te bepalen wat de grootste Nederlandse expeditie ooit is. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse Antarctica Expeditie van 1990. Die bestond uit ‘slechts’ negentien wetenschappers, maar die bleven wel veel langer op de zuidpool: 49 dagen. Dat waren in totaal dus veel meer onderzoeksdagen (931) dan bij de huidige SEES-expeditie (510 dagen), die tien dagen duurt.

Ook is de SEES-expeditie niet de duurste expeditie ooit. Het exacte budget is niet bekend, maar in de voorbereiding werden de kosten geschat op 500.000 euro. Toen er in 1965 zes Nederlandse wetenschappers meededen aan de Tweede Belgisch-Nederlandse Zuidpoolexpeditie was de Nederlandse bijdrage 567.000 gulden, blijkt uit oude krantenartikelen. Volgens het Instituut voor Sociale Geschiedenis had dat bedrag toentertijd evenveel koopkracht als 1,4 miljoen euro nu. De SEES-expeditie is dus relatief goedkoop.

Conclusie

Ja, het klopt dat er nog nooit eerder zoveel Nederlandse wetenschappers uit zoveel verschillende disciplines tegelijkertijd op poolexpeditie gingen. Toch valt er wel wat af te dingen op de stelling dat de SEES-expeditie ‘de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit’ is: eerdere expedities duurden veel langer, of waren veel duurder. Alles overziend beoordelen we die stelling daarom als grotendeels waar.