Onberekenbaar en op den duur zo gek als een deur

De vijftiende roman van T.C. Boyle is een typische: een zoon van een Vietnamveteraan ontspoort in de bossen van Californië. Een boek vol geweld, met een serieuze ondertoon.

Illustratie Gijs Kast Illustratie Gijs Kast

T.C. Boyle houdt van unsung heroes als Stanley McCormick, een van de eerste Amerikaanse psychiaters, en Alfred Kinsey, de samensteller van het Kinsey Report, een grote en baanbrekende studie over seksueel gedrag. Hij raakt geïnspireerd door zeventiende-eeuwse kolonisten, negentiende-eeuwse utopisten en twintigste-eeuwse gezondheidsgoeroes. Zelfs in zijn contemporaine romans maken onbekende historische grootheden hun opwachting. Ik had tenminste nog nooit gehoord van de pelsjager John Colter, die de eerste blanke was die de wildernis van Wyoming en Montana betrad. In de prille Verenigde Staten werd hij een levende legende door zijn wonderbaarlijke ontsnapping in adamskostuum aan bloeddorstige Zwartvoetindianen. Colter is het grote voorbeeld van de twintiger Adam Stensen, een van de hoofdpersonen van Boyles verbluffende vijftiende roman Wie storm zaait. Adam, de ontspoorde zoon van een Vietnamveteraan, probeert zich staande te houden in de bossen rond Mendocino, in Californië, maar radicaliseert.

Hij is een typisch Boyle-personage: onberekenbaar, gewelddadig, sociopathisch, drugsverslaafd en op den duur zo gek als een deur. We volgen zijn afdaling in de hel, maar zijn verhaal is verweven met dat van twee andere personages: zijn vader Sten, een gepensioneerde schoolrector met een verleden als marinier, en zijn vriendin Sara, een hoefsmid van veertig die er ten minste zulke vreemde ideeën op nahoudt als Adam.

Het draait allemaal om geweld

Sara’s weerspannigheid zet de plot van Wie storm zaait in gang. Als zij door de politie van de weg wordt gehaald omdat ze weigert haar autogordel om te doen en haar hond wordt geconfisqueerd omdat die een agent heeft gebeten, besluit ze het dier met geweld terug te halen uit het asiel. Adam helpt haar daarbij, waarna ze samen naar zijn huis in de bossen vluchten. Daar verliest Sara al snel de greep op de gestoorde jongen, die flipt wanneer zijn ouders zijn hut verkopen. Dolend door de bossen gijzelt hij een oude vrouw en schiet hij twee mensen neer, waardoor hij een jacht op zichzelf ontketent die alleen maar fout kan aflopen.

Dit boek draait om geweld en in Wie storm zaait staat het geweld van de hoofdpersoon niet op zichzelf. Natuurlijk, Adams geest is vergiftigd door drugs en rare ideeën, maar Boyle maakt duidelijk dat er iets is in de Amerikaanse cultuur dat ook jongens uit de gegoede middenklasse naar het paramilitaire leven drijft.

Bovendien lijkt het geweld in Adams geval van vader op zoon overgedragen. In de lange, razend spannend gestileerde proloog lezen we hoe vader en moeder Stensen in Costa Rica beroofd worden door drie locals, totdat Sten erin slaagt de gewapende boef met zijn blote handen te doden.

Zijn gedachten komen tot ons met geestige innerlijke monologen. Ook de verhalen van Adam en Sara wisselen elkaar af, zodat het perspectief vaak anders is.

Boyle houdt van lange maar licht verteerbare zinnen en hebben een superieure cadans die samen met de spannende plot vele van zijn romans tot pageturners maakt.

Het is zijn duik in de overstuurde geest van Adam die de beste alinea’s oplevert.