OM eist vier jaar celstraf tegen terreurverdachte Mohamed B.

Exterieur van de rechtbank van Rotterdam Foto: ANP / Robin Utrecht

Het Openbaar Ministerie heeft een gevangenisstraf van vier jaar geëist tegen Mohamed B. De 27-jarige man wordt ervan verdacht een aanslag te hebben voorbereid met als doel politiemensen en militairen te treffen. Ook zou hij sympathiseren met terreurbeweging IS.

Dat meldt persbureau ANP. B. werd in oktober gearresteerd. Hij had toen een schrift in zijn bezit waarin een eed van trouw stond aan Abu-Bakr al-Baghdadi, de “kalief” van IS. In online chats deed hij zich voor als iemand die voornemens was naar Syrië te vertrekken. Hij vroeg meerdere malen om instructievideo’s waarin getoond werd hoe je een bom vervaardigt. Bij zijn aanhouding had B. ook een handleiding om een explosief te maken in bezit.

‘Geen terrorist, maar opschepper’

Volgens B. is er echter sprake van een groot misverstand. Hij zou helemaal geen terrorist zijn, maar wilde gewoon stoer doen tegen mensen op internet. Hij hoopte zo ook vrouwen te charmeren. De eed van trouw aan de IS-leider zou dan ook een ‘geheugensteuntje’ zijn, aldus B., zodat hij wist wat hij moest zeggen als hem gevraagd werd naar zijn plannen om naar het “kalifaat” af te reizen.

Deskundigen hebben gezegd dat de verdachte soms in een fantasiewereld opgaat. Ook zijn advocaat beweert dat je na het lezen van de chats onmogelijk kunt beweren dat die serieus bedoeld waren.

Het OM wil niet in die redenering meegaan. Voor iemand die alleen maar wilde opscheppen, chatte B. wel erg veel over zijn wens om zich bij de jihad aan te sluiten, aldus het Openbaar Ministerie. Ook pende de verdachte in zijn schrift uitsluitend extremistische relazen neer. Ook is aangetoond dat B. informatie aan het inwinnen was over het maken van een bom die ingezet kon worden tegen de Amerikaanse ambassade of tegen Nederlandse soldaten.

Eerder gelogen

Vast staat dat B. zich eerder heeft voorgedaan als iemand die hij niet was. In Marokko deed hij zich voor als een man met contacten om goedgelovige slachtoffers geld afhandig te maken. Verder loog hij dat hij studeerde en drugs verhandelde. Ook had hij niet, zoals hij eerder beweerde, in Libië aan een jihadistisch trainingskamp deelgenomen.